Consumentenbescherming bij de verwerving
van financiële diensten: de laatste ontwikkelingen (optioneel met handboek)

Prof. dr. Reinhard Steennot (UGent)

Webinar op donderdag 30 mei 2024


De nieuwe wet op de private opsporing

Dhr. Bart De Bie (i-Force) en mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op donderdag 17 oktober 2024


Handelspraktijken en consumentenbescherming:
recente topics onder de loep

Dr. Stijn Claeys en mr. Arne Baert (Racine)

Webinar op vrijdag 30 augustus 2024


Het nieuwe Boek 6:
de impact op de werkvloer

Mr. Chris Persyn (Cautius)

Webinar op donderdag 4 juli 2024


De invoering van Boek 6
en de impact voor de medische sector

Prof. dr. Christophe Lemmens (Dewallens & Partners)

Webinar op vrijdag 4 oktober 2024

Wet van 17 maart 2024 tot wijziging van de WAM: overzicht van belangrijkste wijzigingen (Schuermans Advocaten)

Auteur: Schuermans Advocaten

De wijzigingswet van 17 maart 2024 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 2 april 2024 en treedt bij gebreke aan andersluidende bepaling in werking op de tiende dag na de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

De belangrijkste wijzigingen worden hierna overlopen.

1. Belangrijkste aanpassingen n.a.v. de Richtlijn 2021/2118

Wat betreft de aanpassing van de WAM aan de Richtlijn 2021/2118, wordt ten eerste overal de term “slachtoffer” vervangen door “benadeelde”. De voorgaande Richtlijn 2009/13/E gebruikte deze twee termen door elkaar. In de Richtlijn 2021/2118 wordt thans voor één term gekozen, met name “benadeelde”.

Ten tweede wordt voorzien in een definitie voor “deelneming aan het verkeer van een voertuig” (artikel 1, nieuw lid 4 WAM). Deze definitie betreft een codificering van de reeds bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zie o.a. Núñez Torreiro, C-334/16, 2 december 2017). De definitie is zo opgesteld dat een vrijstelling van de verzekeringsplicht voor motorrijtuigen die (enkel) op strikt private terreinen worden gebruikt, niet meer mogelijk is. Deze motorrijtuigen die (enkel) op strikt private terreinen worden gebruikt, konden echter reeds verzekerd worden in een verzekeringsovereenkomst tot dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privéleven of tot dekking van de burgerrechtelijk aansprakelijkheid exploitatie. Dergelijke verzekeringsovereenkomst kan na het in voege treden van het nieuw toegevoegde lid blijven bestaan, mits de voertuigen daarin verzekerd zijn overeenkomstig de WAM.

Een uitzondering wordt evenwel voorzien voor motorrijtuigen waarvan het gebruik op de openbare weg niet is toegestaan overeenkomstig de nationale wetgeving, voor zover deze motorrijtuigen zich ook op een privéterrein verplaatsen (en niet op de openbare weg) (artikel 2, §1, nieuw tweede en derde lid WAM). Voorbeelden van motorrijtuigen waarvan het gebruik op de openbare weg niet is toegestaan worden aangehaald in de parlementaire voorbereiding: bv. een motorrijtuig dat niet voldoet aan de voorwaarden van de wegcode om zich op de openbare weg te bevinden of een motorrijtuig dat volgens de Belgische wetgeving moet worden ingeschreven m.h.o.o. het in het verkeer brengen op de openbare weg maar dat door de eigenaar niet werd ingeschreven. De Koning wordt de bevoegdheid gegeven om nader te bepalen wat moet worden begrepen onder de woorden “niet toegestaan op de openbare weg”.

Daarnaast wordt een informatieverplichting opgelegd aan de verzekeraar van de aanhangwagen wanneer deze verschilt van de verzekeraar van het trekkend voertuig. Bij een ongeval veroorzaakt door een samenstel van voertuigen bestaande uit een voertuig dat een aanhangwagen trekt, moet de verzekeraar van de aanhangwagen de identiteit van de verzekeraar burgerrechtelijke aansprakelijkheid van het trekkend motorrijtuig meedelen wanneer de benadeelde hierom verzoekt (artikel 3, §1, nieuw lid 7 WAM).

2. Belangrijkste aanpassingen n.a.v. de arresten van het Grondwettelijk Hof

Het arrest van het Grondwettelijk Hof (nr. 15/2021) van 18 januari 2021 besloot dat artikel 2bis, eerste lid van de WAM zoals ingevoegd bij artikel 43 van de Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake economie, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre het bepaalt dat motorrijtuigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, die door de mechanische kracht de snelheid van 25 km/u niet overschrijden, zijn uitgezonderd van de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, §1 van de WAM, zonder de massa van die motorrijtuigen in aanmerking te nemen.

De doelstelling van het (oude) artikel 2bis WAM was om de bestuurders van bepaalde motorrijtuigen (met name deze die niet sneller kunnen rijden dan 25 km/u) te kwalificeren als zwakke weggebruikers. Men beoogde op deze manier elektrische fietsen of andere nieuwe elektrische motorrijtuigen van de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering uit te sluiten van de verzekeringsplicht. Anderzijds voorzag het (oude) artikel 2bis WAM in een uitzondering voor bromfietsen van klasse A die weliswaar de maximumsnelheid van 25 km/u niet kunnen overschrijden, doch wel worden gekwalificeerd als niet-zwakke weggebruikers. De wetgever verantwoordde dit onderscheid door te stellen dat de massa van dergelijke bromfietsen, in combinatie met de toegestane maximale snelheid, andere risico’s inhoudt dan bij bijvoorbeeld een elektrische fiets.

Het Grondwettelijk Hof volgde deze redenering, doch merkte op dat er geen redelijke verantwoording bestond voor het feit dat voor andere voertuigen die niet kwalificeren als bromfietsen klasse A wel een vrijstelling van de verzekeringsplicht geldt, ongeacht hun massa, louter op basis van hun maximale snelheid.

Hetzelfde standpunt kan worden teruggevonden in de Richtlijn 2021/2118, overweging 3: “Die [van het begrip “voertuig”] definitie moet gebaseerd zijn op de algemene kenmerken van dergelijke voertuigen, met name hun door de constructie bepaalde maximale snelheid en nettogewicht […]”. [eigen aanvulling]

De wetgever kwam aan het arrest van het Grondwettelijk Hof tegemoet met het nieuwe artikel 2bis WAM ingevoerd bij de Wet van 17 maart 2024.

Eveneens werd er een nieuwe soort vrijstelling toegevoegd voor constructies met maximumsnelheden onder 6 km/u. Aangezien de maximumsnelheid van deze constructies beperkt is tot wandelsnelheid en de functies van deze motorrijtuigen bovendien niet bedoeld zijn om ze aan te drijven, acht de wetgever het verkeersrisico quasi verwaarloosbaar. Op deze manier wordt vermeden dat motorrijtuigen met een bost-, launch-, garage-, walk-assist of parkeerfunctie zouden worden onderworpen aan de verzekeringsverplichting.

Een derde vrijstelling werd voorzien voor gemotoriseerde rolstoelen. De gebruikers van deze motorrijtuigen kunnen hun aansprakelijkheid verzekeren via een niet-verplichte aansprakelijkheidsverzekering. In haar advies C/2022/5 merkte de Commissie voor Verzekeringen echter wel op dat dergelijke niet-verplichte aansprakelijkheidsverzekeringen minder bescherming bieden van de WAM. Langs de andere kant, staat het de gebruikers van deze motorrijtuigen nog steeds vrij om wel een WAM-verzekering af te sluiten.

Het nieuwe artikel 2bis WAM bepaalt bijgevolg dat zijn vrijgesteld van de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, §1 WAM, de motorrijtuigen:

  • die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 6 km/u en een maximale massa hebben van niet meer dan 100 kg.
  • die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 6km/u, maar niet meer dan 25 km/u, en een maximale massa hebben van niet meer dan 25 kg;
  • die gemotoriseerde rolstoelen zijn, uitsluitend bestemd voor gebruik door personen met een lichamelijke handicap.

De massa van het motorrijtuig wordt geschat met inbegrip van de accu.

De zinssnede “die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid” moet worden begrepen in die zin dat het gaat om de maximale snelheid die het motorrijtuig kan bereiken zonder bijkomende ondersteuning door spierkracht. Voor een opgefokt voertuig geldt dus de werkelijke maximale snelheid die kan worden bereikt op basis van de motor alleen, ook al is de door de fabrikant opgegeven snelheid lager. Een elektrische step die sneller kan gaan dan 25 km/u, is dus niet vrijgesteld van de verzekeringsplicht.

Daarnaast bepaalt het nieuwe laatste lid van artikel 2bis WAM dat motorrijtuigen die eveneens voor andere doeleinden bestemd zijn dan het zich enkel verplaatsen wel onderworpen blijven aan de verzekeringsplicht (ongeacht hun massa of maximale snelheid). Men denke bijvoorbeeld aan een tractor, een vorkheftruck, een bulldozer e.d.m. Gelet op het vaak grote gewicht van deze machines en bijgevolg hun grote kinetische energie, achtte de wetgever het gerechtvaardigd deze motorrijtuigen in ieder geval te onderwerpen aan de verzekeringsplicht. De WAM-verzekering zal echter enkel dekking bieden indien het ongeval plaatsvindt op het moment dat deze motorrijtuigen deelnemen aan het verkeer (zoals gedefinieerd in artikel 1, nieuw lid 4 WAM). Indien het ongeval plaatsvindt op het ogenblik dat het motorrijtuig als werktuig wordt gebruikt, valt het motorrijtuig niet onder de WAM-verzekering.

Hier en daar werden tevens nog een aantal kleine wijzigingen aan de WAM aangebracht, doch hogervernoemde nieuwigheden betreffen de belangrijkste wijzigingen. Ter conclusie kan worden gesteld dat de wijzigingen niet heel baanbrekend zijn en de inhoudelijke aanpassingen over het algemeen beperkt blijven.

Bron: Schuermans Advocaten

» Bekijk alle artikels: Soft skills & Trivia