Het nieuwe bewijsrecht:
maar wat nu in de praktijk?

Webinar op 27 januari 

Ontslagmotivering:
een praktijkgericht overzicht

Webinar op 17 november 2022

 

 

Overheidsopdrachten
anno 2022
(Incl. Jaarboek Overheidsopdrachten
2021 – 2022)

Studiedag op 2 december 2022

 

Het nieuwe verbintenissenrecht:
de impact voor de bouw- en vastgoedsector

Webinar op 20 oktober 2022

Cryptomunten:
een stand van zaken

Webinar on demand

Privaatrechtelijke erfdienstbaarheden in het oud en nieuw Burgerlijk Wetboek

Webinar on demand

Expertises in bouwzaken (Peterfreund & Associates)

Auteur: Daniel Peterfreund (Peterfreund & Associates) 

In een vorig bericht zijn wij uitvoerig ingegaan op het bewijs en de procedure in bouwzaken.

Eén van de essentiële aspecten in het kader van een bouwzaak betreft de gerechtsexpertise.

Immers zal in 9 op de 10 gevallen één van de betrokken partijen aan de rechtbank vragen een gerechtsdeskundige aan te stellen.

Hoe verloopt zo een gerechtsexpertise nu precies?

Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de zogenaamde mini-expertise en de klassieke expertise.

De mini-expertise:

De mini-expertise wordt geregeld door artikel 986 Ger. W.

Dit artikel luidt als volgt:

“De rechter kan een deskundige aanwijzen die aanwezig moet zijn bij een onderzoeksmaatregel die hij heeft bevolen om technische toelichting te verstrekken. De rechter kan eveneens een deskundige aanwijzen om mondeling verslag te doen op de daartoe vastgestelde zitting. De rechter kan deze deskundigen gelasten tijdens hun verhoor stukken over te leggen die dienstig zijn voor de oplossing van het geschil.

De deskundige mag zich van stukken bedienen. Deze stukken worden na de tussenkomst van de deskundige ter griffie neergelegd. De partijen of hun raadslieden kunnen hiervan kennis nemen.

Van de verklaring van de deskundige wordt proces-verbaal opgemaakt.

Het ereloon en de kosten van de deskundige worden door de rechter onmiddellijk begroot onderaan het proces-verbaal met bevel tot tenuitvoerlegging ten laste van de partij of partijen die hij aanwijst en in de verhouding die hij bepaalt. Deze bedragen zullen in de eindbeslissing als gerechtskosten worden begroot.”

De mini-expertise is in het leven geroepen omdat in veel zaken het voeren van een uitgebreide expertise totaal niet in verhouding staat met de financiële inzet van het geding.

Volgens artikel 875bis Ger. W. moet de rechter de voorkeur geven aan de snelste en goedkoopste weg om een geschil op te lossen.

Het voeren van een mini-expertise is vaak een salomonsoordeel.

Verloop van een mini-expertise:

Een eerste stap in de mini-expertise is het opstellen van een “kort” verslag.

In de praktijk komt het erop neer dat de deskundige zich ter plaatse zal begeven en dit in aanwezigheid van partijen.

Elke partij zal de mogelijkheid hebben om zijn of haar standpunt aan de deskundige mede te delen.

Vervolgens zal de deskundige hierna de problematiek zelf onderzoeken en hiervan een verslag opstellen ten behoeve van de rechtbank.

Ogen van de deskundige op de zitting:

De rechter zal vervolgens in de meeste gevallen een zitting vastleggen waarbij de rechtbank de deskundige de mogelijkheid geeft om toelichting te geven bij zijn verslag.

Vaak wordt deze zitting ook gebruikt om partijen de mogelijkheid te geven te repliceren op het verslag van de deskundige en alzo tot een debat te komen tussen partijen.

De standpunten van de verschillende partijen worden vervolgens in een P.V. opgenomen.

Een andere mogelijkheid, en dit is veel effectiever, is dat de deskundige wanneer hij zijn kort verslag overmaakt aan de partijen, deze uitnodigt om binnen een bepaalde termijn, voorafgaand aan de door de rechtbank bepaalde zitting, hun opmerkingen aan hem te bezorgen.

Dit moet de deskundige de mogelijkheid geven om eventueel reeds standpunt in te nemen m.b.t. de opmerkingen van partijen en hiervan eventueel een korte nota op te stellen om deze vervolgens aan partijen en rechtbank over te maken.

Dit zal de rechtbank en de partijen de mogelijkheid geven om een veel effectiever debat te voeren op de door de rechtbank vastgelegde zitting.

Verder verloop van de procedure:

Na de door de rechtbank vastgelegde zitting zal de zaak naar de rol verzonden worden.

Elke partij heeft dan de mogelijkheid om schriftelijk standpunt in te nemen in conclusie en de rechtbank eventueel te vragen een kalender te bepalen waarbij de zogenaamde conclusietermijnen worden bepaald alsook de datum van een toekomstige pleitzitting.

Kosten van een mini-expertise:

De rechtbank zal steeds bepalen wie de kosten van de mini-expertise moet voorschieten.

Deze kosten worden in het uiteindelijke eindvonnis van de rechtbank definitief begroot en ten laste gelegd van de partij die in het ongelijk gesteld wordt.

De klassieke expertise:

In gevallen waarbij een mini-expertise niet mogelijk is zal de rechtbank een “klassieke” expertise bevelen.

Aanstelling van een deskundige:

Wanneer de rechtbank een klassieke expertise beveelt, zal de rechtbank in een tussenvonnis een deskundige aanstellen en aan deze laatste een opdracht geven.

In datzelfde vonnis zal er bepaald worden over welke termijn de deskundige beschikt om een verslag op te stellen.

Installatievergadering:

Het vonnis waarbij een deskundige wordt aangesteld wordt naar alle partijen en de deskundige opgestuurd.

De eerste stap zal erin bestaan dat de deskundige, in samenspraak met de partijen, hun technische raadslieden en advocaten, een datum bepaalt voor een eerste vergadering.

Een dergelijke eerste vergadering wordt een installatievergadering genoemd.

Tijdens deze vergadering zal iedere partij de mogelijkheid hebben om haar standpunt mee te delen aan de deskundige.

Van deze eerste vergadering stelt de deskundige een verslag op en stuurt deze naar de advocaten van de partijen of naar de partijen zelf indien deze geen advocaat hebben.

In eenvoudige zaken zal de deskundige ook reeds op een eerste vergadering bepaalde onderzoeken gaan uitvoeren.

In zaken met een bepaalde complexiteit zal de deskundige echter een andere datum of data bepalen voor het voeren van zogenaamde technische onderzoeken ter plaatse.

Voorverslag:

Wanneer de deskundige over voldoende elementen en informatie beschikt om te antwoorden op alle vragen die de rechtbank hem gesteld heeft, zal de deskundige overgaan tot het opmaken van een voorverslag.

Dit voorverslag wordt overgemaakt aan partijen.

De deskundige zal dan ook een datum bepalen tegen dewelke partijen hun opmerkingen op het voorverslag aan de deskundige en aan de andere partijen dienen mede te delen.

Vaak zal de deskundige ook een datum bepalen voor een repliek van de partijen op de opmerkingen van de andere partijen.

Eindverslag:

Nadat partijen hun replieken overgemaakt hebben, zal de deskundige een eindverslag opstellen en aan partijen meedelen.

Tegelijkertijd zal de deskundige zijn verslag ook aan de rechtbank overmaken.

Het neerleggen van het eindverslag vormt tegelijk het eindpunt van het deskundig onderzoek.

De opdracht van de deskundige is vanaf dit ogenblik beëindigd.

Partijen kunnen in principe geen vragen of opmerkingen meer aan de deskundige stellen.

Opvolging van de expertise:

De rechtbank kan in het vonnis waarbij de deskundige wordt aangesteld een datum bepalen voor een tussenzitting waarop het verloop van het deskundig onderzoek zal worden besproken.

Dit geeft aan de rechtbank de mogelijkheid om te vermijden dat expertises te lang aanslepen hetgeen in het verleden vaak een pijnpunt was.

Wanneer de deskundige er niet in slaagt om zijn verslag neer te leggen binnen de termijn die de rechtbank heeft bepaald, dient de deskundige aan de rechtbank op gemotiveerde wijze een verlening van deze termijn te vragen.

Partijen hebben steeds de mogelijkheid om hierover standpunt in te nemen.

Kosten van de expertise:

In het vonnis waarbij de gerechtsdeskundige oorspronkelijk wordt benoemd, zal de rechtbank ook bepalen wie de kosten van het deskundig onderzoek moet voorschieten.

Meestal is dat de partij die om de aanstelling van een gerechtsdeskundige vraagt doch is dit geen verplichting.

De rechtbank kan beslissen om ook een andere partij te doen instaan voor de provisionering van de deskundige.

Ook kan de rechtbank bepalen dat beide partijen al dan niet in gelijke mate de kosten van de deskundige moeten voorschieten.

De rechtbank zal het bedrag van het voorschot ook in het vonnis bepalen.

Indien op een gegeven ogenblik dit voorschot niet meer zou volstaan, dient de deskundige de rechtbank te vragen een bijkomend voorschot te bepalen.

Indien de rechtbank hierop meent te moeten ingaan, zal er ook een tussenvonnis geveld worden waarin de rechtbank bepaalt hoeveel het bijkomend voorschot bedraagt en wie het voorschot dient te betalen.

De uiteindelijke kosten van de expertise worden op het einde van de rit door de rechtbank begroot.

Het is pas in het eindvonnis dat de rechtbank definitief zal bepalen wie de kosten van het deskundig onderzoek finaal moet betalen.

Bron: Peterfreund & Associates