Fiscale aspecten van het vruchtgebruik na het
nieuwe goederenrecht

Webinar op 9 februari 2023

Drafting agreements in English: mastering the consequences

Webinar op 11 mei 2023

Het verbintenissenrecht
anno 2023:
12 actuele kernvragen
(Incl. handboek)

Webinar op 7 februari 2023

Appartementsrecht :
een update in het licht van recente evoluties
(Incl. ‘Handboek Goederenrecht’)

Webinar op 10 februari 2023

Het nieuwe verbintenissenrecht:
de impact voor de bouw- en vastgoedsector

Webinar on demand

De bedrijfsleider en strafrechtelijk risicobeheer

Webinar op 10 februari 2023

Bewijs en procedure in bouwzaken (Peterfreund & Associates)

Auteur: Daniel Peterfreund (Peterfreund & Associates) 

In alle bouwgeschillen neemt het bewijsrecht een zeer belangrijke plaats in.

Ook dienen de juiste procedures gevoerd te worden.

In deze en volgende blogberichten zullen wij trachten een overzicht te bezorgen van de verschillende problemen die hierbij kunnen rijzen.

Ook zullen de verschillende procedures van nabij worden bekeken.

Wie moet wat bewijzen:

Meestal zal een bouwzaak beginnen bij het vaststellen van een bepaald gebrek.

Dit gebrek kan zowel zichtbaar als verborgen zijn.

Wat precies als een verborgen gebrek beschouwd kan worden en binnen welke termijn hierin stappen moeten worden ondernomen is het onderwerp van een ander artikel.

Wanneer de bouwheer een gebrek vaststelt dient in eerste instantie de aannemer hiervoor in gebreke gesteld te worden.

Immers moet de aannemer altijd de mogelijkheid hebben om zelf na te gaan of de beweringen van de bouwheer kloppen en eventueel het gebrek op te lossen.

Langs de zijde van de bouwheer is het dan van groot belang om zoveel mogelijk bewijsmateriaal te verzamelen.

Het opstellen van een fotodossier is altijd een goed begin.

Wat bij betwisting?:

Indien aannemer en de bouwheer het niet eens worden over de vraag of er sprake is van een gebrek, zal de bouwheer verdere stappen dienen te ondernemen.

Het allerbelangrijkste is dat wanneer er sprake is van bepaalde gebreken, de bouwheer in geen geval werken mag laten uitvoeren door een andere aannemer zolang er geen eensgezindheid bestaat over het gebrek.

Immers, indien de bouwheer een andere aannemer bepaalde herstellingen laat uitvoeren, zal in een latere procedure de aannemer kunnen argumenteren dat niets meer tegensprekelijk vastgesteld kan worden.

In vakjargon wordt er dan gezegd dat er geen “dienstige vaststellingen” meer kunnen gebeuren.

Hoe moet de bouwheer dan reageren?

Het antwoord op deze vraag zal vaak afhangen van hoe dringend de zaak is.

In dringende gevallen:  het voeren van een kortgedingprocedure:

Wanneer er discussie ontstaat tussen aannemer en bouwheer, waardoor vb. de werf aanzienlijk vertraagd riskeert te worden, is het in het belang van de bouwheer om zo snel mogelijk te schakelen.

In geval van onenigheid zal er hoe dan ook een procedure gevoerd moeten worden voor de rechtbank.

Een klassieke procedure waarbij de rechter zich moet uitspreken over de grond van de zaak duurt vaak tussen 6 maanden en 1,5 jaar.

Het spreekt voor zich dat de bouwheer zich een dergelijke vertraging vaak niet kan veroorloven.

De oplossing bestaat dan in het voeren van een procedure in Kortgeding.

Een Kortgeding procedure is een dringende procedure met verkorte termijnen.

De voorzitter van de Rechtbank zal in een dergelijk geval op korte termijn een gerechtsdeskundige kunnen aanstellen.

Bedoeling is dat de deskundige ter plaatse komt, de expertise wordt gevoerd en de werf zo snel mogelijk wordt vrijgegeven.

Vanaf dat ogenblik staat het de bouwheer vrij om eventuele herstellingswerken te laten uitvoeren door een andere aannemer.

De bouwheer zal in eerste instantie de rechtbank moeten overtuigen van het feit dat er op het eerste zicht sprake is van mogelijke aansprakelijkheid van de aannemer.

Dit bewijs kan worden geleverd door alle middelen van recht.

Zo kan de bouwheer trachten de rechter te overtuigen aan de hand van foto’s.

Vele doeltreffender is echter het voorleggen van een P.V. van vaststelling door een deurwaarder of, nog beter een verslag van een eigen deskundige (een ingenieur of architect) waarin de gebreken worden aangetoond.

Dit volstaat echter niet.

De bouwheer zal ook moeten aantonen dat er sprake is van hoogdringendheid.

Zo zal de Kortgeding rechter zich onbevoegd verklaren wanneer de bouwheer te lang getalmd heeft om een Kortgeding procedure op te starten.

In de kortgedingprocedure: wat kan de kortgedingrechter beslissen?:

Indien de kortgedingrechter van oordeel is dat er sprake is van hoogdringendheid en dat de bouwheer het begin van bewijs levert van de mogelijke aansprakelijkheid van de aannemer zal de kortgedingrechter een gerechtsdeskundige kunnen aanstellen.

In dat geval zijn er twee mogelijkheden:

  • Ofwel wordt een klassiek deskundig onderzoek gevoerd.
  • Ofwel wordt een mini expertise uitgevoerd.

Het verschil tussen deze twee soorten expertise zal behandeld worden in een apart artikel.

Wat na de uitvoering van de expertise:

Nadat de expertise is uitgevoerd en in geval er sprake is van aansprakelijkheid van de aannemer, zal de bouwheer een schadevergoeding willen vorderen.

De Kortgeding rechter is echter niet bevoegd om hier een oordeel over te vellen.

Voor zover de bouwheer een schadevergoeding wenst te vorderen, zal alsnog een klassieke procedure ten gronde gevoerd moeten worden.

“Klassieke” procedure ten gronde:

Wanneer de problematiek niet hoogdringend is of wanneer de bouwheer kosten wil beperken zal een klassieke procedure gevoerd worden.

In dat geval moet geen hoogdringendheid aangetoond worden.

De bouwheer zal de aannemer dagvaarden voor de rechtbank.

Indien de bouwheer de aansprakelijkheid van de aannemer aannemelijk maakt, zal ook de bodemrechter een deskundige kunnen aanstellen.

Ook in dit geval kan zowel een klassieke expertise bevolen worden naast een mine expertise.

Na uitvoering van de expertise kunnen partijen altijd alsnog tot een minnelijke oplossing komen.

Voor zover dit onmogelijk is, komt het de zogenaamde meest gerede partij toe om de procedure te activeren en vb. aan de rechtbank te vragen om ofwel de aannemer te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ofwel om de vordering van de bouwheer ongegrond te verklaren.

Zoals U kan zien is het voeren van een procedure in bouwzaken een zeer technische aangelegenheid.

Bron: Peterfreund & Associates