Het nieuwe Boek 6:
de impact op de werkvloer

Mr. Chris Persyn (Cautius)

Webinar op donderdag 4 juli 2024


Vakantiedagen en het arbeidsrecht

Mr. Kato Aerts en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)

Webinar op dinsdag 11 juni 2024

Wat hebben we al geleerd? Over veiligheid, recht op opleiding en toolboxmeetings (Monard Law)

Auteur: Kurt Devos (Monard Law)

Op 28 april was het opnieuw Werelddag voor veiligheid en gezondheid op het werk. Al sinds 2003 vraagt de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) op de dag van 28 april aandacht voor het recht van eenieder om in een veilige en gezonde omgeving te werken.

Als werkgever staat u in voor de veiligheid en het welzijn van uw werknemers. Specifiek in de bouwsector is een solide veiligheidscultuur van groot belang gelet op het hoge aantal arbeidsongevallen. Opleidingen op maat zijn dus sterk aan te raden als bepaalde expertise ontbreekt of er nood is aan sensibilisering. De Arbeidsdeal van 2022 zet vol in op levenslang leren en voorziet in een jaarlijks opleidingsplan en een individueel opleidingsrecht. Waarom het recht op opleiding niet gebruiken voor veiligheid en welzijn op het werk? Waarom het recht op opleiding niet inzetten voor toolboxmeetings?

RECHT OP OPLEIDING

Het recht op opleiding was tot vorig jaar beperkt tot het Vlaams Opleidingsverlof (VOV) en het tijdkrediet met motief opleiding. Daarnaast was er de Wet Werkbaar en Wendbaar Werk uit 2017 die een algemene doelstelling invoerde voor de werkgever om gemiddeld 5 opleidingsdagen per voltijdse werknemer per kalenderjaar te voorzien. Dit verving de vroegere verplichting om 1,9% van de loonmassa te besteden aan opleidingen voor het personeel. De opleidingsverplichting van de werkgever werd in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf sectoraal ingevuld.

De arbeidsdeal van 2022 bekijkt de opleidingsinspanningen niet langer globaal op het niveau van de onderneming. Het grote verschil met vroegere maatregelen is het individueel karakter van het recht op opleiding, dat aan elke welke werknemer afzonderlijk wordt toegekend. Het individuele opleidingsrecht kent werknemers vanaf 2023 een minimumrecht toe om opleidingen te volgen. Het aantal dagen opleiding hangt af van de grootte van de onderneming, het aantal maanden in dienst, de tewerkstellingsbreuk en de sector.

HOE HET INDIVIDUEEL OPLEIDINGSRECHT TOEPASSEN IN DE ONDERNEMING?

Het individueel recht op opleiding wordt ofwel sectoraal ofwel individueel door middel van het toekennen van opleidingsdagen geregeld. Het saldo van de niet-opgebruikte opleidingsdagen wordt op het einde van het jaar overgedragen naar het daaropvolgende jaar. Het is de bedoeling dat een voltijds tewerkgestelde werknemer gemiddeld minimum 5 opleidingsdagen per jaar heeft opgenomen op het einde van elke periode van vijf jaar, die ten vroegste kan beginnen op 1 januari 2024, of voor het einde van de arbeidsovereenkomst indien die eindigt voordat de voormelde periode van vijf jaar afloopt. Op het einde van de voormelde periode van vijf jaar, wordt het saldo van het beschikbare opleidingskrediet op nul gezet. Voor 2023 is het nog om minstens 4 dagen.

De opleidingen die in het kader van het individueel opleidingsrecht in aanmerking moeten worden genomen, zijn niet uitdrukkelijk in de wet vermeld (de Wet van 2 oktober 2022 houdende diverse arbeidsbepalingen). De doelstelling van 5 opleidingsdagen wordt geconcretiseerd door middel van een algemeen verbindend verklaarde sectorale collectieve arbeidsovereenkomst of, bij ontstentenis daarvan, door middel van een individuele opleidingsrekening in de onderneming. Indien het opleidingsrecht sectoraal wordt geregeld moet de collectieve arbeidsovereenkomst de opleidingen voorzien die in aanmerking worden genomen om het aantal individuele opleidingsdagen te bepalen. In principe moet ten minste rekening worden gehouden met zowel formele opleidingen als informele opleidingen (on-the-job-trainingen, zelfstudie, deelname aan conferenties, …). Het individueel recht op opleiding kan volgens artikel 54, §1, 4° echter ook betrekking hebben op materies inzake het welzijnsbeleid zoals bepaald in de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitoefening van hun werk.

Als er geen collectieve arbeidsovereenkomst is, wordt het individueel opleidingsrecht geconcretiseerd door een individuele opleidingsrekening dat het opleidingskrediet van een werknemer vaststelt en bijhoudt. De wet bepaalt echter niet met welke opleidingen dan rekening moet worden gehouden. Daarentegen heeft de werkgever de verplichting om een opleidingsplan uit te werken waarin de opleidingen die hij aanbiedt worden opgelijst, alsook de doelgroep van werknemers waarvoor ze bestemd zijn. Het gaat (opnieuw) zowel om formele, georganiseerde opleidingen als informele opleidingen. De werkgever kan de inhoud van het opleidingsplan zelf bepalen (na overleg op bedrijfsniveau) en kan er dus voor kiezen om het aanbod aan opleidingen op het thema van veiligheid en welzijn te enten, en toolboxmeetings in het aanbod op te nemen, met het individueel opleidingsrecht van de werknemer in het achterhoofd.

HET INDIVIDUEEL OPLEIDINGSRECHT IS EEN RECHT, GEEN PLICHT

De werknemer is niet verplicht om alle opleidingsdagen effectief op te nemen. Het gaat om een opleidingsrecht, geen plicht. De werkgever is daarentegen wel verplicht om de opleidingsmogelijkheden te voorzien en ervoor te zorgen dat deze opleidingsmogelijkheden voldoende kwalitatief zijn.

De werkgever kan de werknemer uiteraard verplichten om een opleiding te volgen maar dit kan dan niet aangerekend worden op het opleidingsrecht van de werknemer. Toolboxmeetings kunnen dus in aanmerking komen voor het individueel opleidingsrecht maar het is de werknemer die beslist of hij zijn opleidingsrecht hieraan zal besteden.

Bron: Monard Law

» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid