Update van het arbeidsreglement en
van de template arbeidsovereenkomst
in het licht van recente wetswijzigingen

Webinar op 20 januari 2023

Telewerken over de grenzen heen: de gevolgen inzake sociale zekerheid

Webinar op 9 december 2022

Een ernstig arbeidsongeval –
De verplichtingen van de werkgever en de houding van de inspectie

Webinar op 9 december 2022

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Arbeidstijd: vijf concrete probleemstellingen

Webinar on demand

Managementovereenkomsten

Webinar on demand

Vakbondsactie op 9 november: wat moet je weten als werkgever? (Claeys & Engels)

Auteur: Claeys & Engels

Op woensdag 9 november a.s. zullen de vakbonden actie voeren, en in sommige sectoren staken, voor meer koopkracht. Het tewerkstellen van uitzendkrachten is in principe verboden tijdens een staking. Maar wanneer is er nu precies sprake van een staking? Mag er op die dag geen enkele uitzendkracht tewerkgesteld worden? En wat met de verloning van werknemers en uitzendkrachten?

Tewerkstelling van uitzendkrachten: hoe ver reikt het verbod?

De cao nr. 108 bepaalt dat een uitzendbureau geen uitzendkrachten bij een gebruiker mag tewerkstellen of aan het werk mag houden tijdens een staking (of lock-out). Het verbod lijkt ruim geformuleerd, al is de bedoeling erachter duidelijk: er moet worden vermeden dat een stakingsactie kan worden “gebroken” door stakende werknemers te vervangen door uitzendkrachten. In dat geval zou de staking immers haar doel missen en wordt het recht op staken in de praktijk uitgehold.

Volgens de FOD WASO moet het verbod bekeken worden per personeelscategorie en per vestiging. Zo is er volgens deze benadering geen beletsel om uitzendkrachten in te zetten voor bediendefuncties indien er enkel arbeiders staken. Indien een onderneming uit meerdere vestigingen bestaat, is het inzetten van uitzendkrachten enkel verboden in die vestigingen waar gestaakt wordt.

Recente rechtspraak interpreteert het verbod strikter rekening houdend met de beoogde doelstelling ervan. Zo moest het Hof van Beroep te Antwerpen zich uitspreken over de situatie waarbij uitzendkrachten die gewoonlijk tewerkgesteld werden binnen de onderneming, op de dag van een nationale actie ook aan het werk waren. De inspectiediensten stelden een inbreuk op het tewerkstellingsverbod vast louter op basis van een lijst van de uitzendkrachten die op die dag prestaties hadden geleverd. Het Hof was vooreerst van mening dat er niet werd aangetoond dat het om een staking ging en daarnaast dat de inspectiediensten (en het arbeidsauditoraat) verder niet hadden onderzocht tot welke beroepscategorieën de stakende werknemers en uitzendkrachten behoorden en in welke afdelingen zij werden tewerkgesteld. Zowel het uitzendkantoor als de gebruiker werden vrijgesproken.

De correctionele rechtbank te Mechelen velde ook een interessant vonnis in dit verband. De vraag was of een uitzendkantoor dat tijdens een nationale stakingsdag uitzendkrachten had tewerkgesteld bij twee gebruikers het verbod van cao nr. 108 overtreden had. De rechtbank kwam tot de conclusie dat het wel om een staking ging, maar dat er voor het verbod een onderscheid gemaakt dient te worden al naargelang het gaat om bestaande dan wel nieuwe uitzendkrachten, ingezet ná de stakingsaanzegging. Het verbod zonder meer toepassen op uitzendkrachten die al enige tijd tewerkgesteld waren bij de gebruiker vóór de aanvang van de staking, is een schending van het gelijkheidsbeginsel, aldus de rechtbank. Het uitzendkantoor werd vrijgesproken aangezien er geen bewijs geleverd werd dat de uitzendkrachten ingezet werden om de stakende werknemers te vervangen.

Bij de beoordeling van een inbreuk op het verbod hecht recente rechtspraak aldus belang aan het feit dat moet blijken dat de betrokken uitzendkrachten op de dag van de staking effectief ingezet worden om stakende werknemers te vervangen. Op basis van deze rechtspraak kan dan ook verdedigd worden dat een staking niet zomaar betekent dat er die dag helemaal geen enkele uitzendkracht mag werken in een onderneming waar gestaakt wordt. Dergelijke interpretatie zou overigens neerkomen op een inbreuk op het recht om te werken voor de uitzendkrachten. De inspectiediensten in bepaalde regio’s blijven echter streng optreden indien zij door vakbondsvertegenwoordigers gevraagd worden om een controle uit te oefenen in specifieke bedrijven.

Het Sociaal Strafwetboek voorziet dat een sanctie van niveau 2 opgelegd kan worden voor elke overtreding van de verbodsbepaling (400 EUR – 4.000 EUR voor een strafrechtelijke boete of 200 EUR – 2.000 EUR voor een administratieve geldboete). Deze bedragen worden vermenigvuldigd met het aantal uitzendkrachten waarvoor een inbreuk wordt vastgesteld. Conform bovenstaande interpretaties, zou een inbreuk echter case by case beoordeeld moeten worden.

Er bestaat geen gelijkaardig verbod voor eventuele zelfstandige aannemers, contractors… die in uw bedrijf werkzaam zijn op woensdag 9 november a.s. Zij kunnen dus hun diensten verder aanbieden.

Geen recht op loon

Volgens het basisprincipe wordt het loon betaald als tegenprestatie van arbeid verricht in uitvoering van de arbeidsovereenkomst. De Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt echter dat de werknemer die niet of met vertraging op de plaats van het werk aankomt, of die de arbeid niet kan beginnen of voortzetten, onder bepaalde voorwaarden toch recht heeft op loon. Volgens de wet is er echter geen loon verschuldigd indien de onmogelijkheid tot werken te wijten is aan een staking. Dat is zowel het geval voor de werknemer/uitzendkracht die staakt als voor de werknemer/uitzendkracht die wel werkwillig is, maar niet in staat is om te werken omdat de staking dat verhindert.

“Staking”?

Tenslotte rijst de vraag of een vakbondsactie zoals die van 9 november a.s. eigenlijk wel een “staking” uitmaakt. Het bovenvermelde arrest van het Hof van Beroep bevestigde dat het algemeen verbod immers slechts van toepassing is indien er sprake is van een staking en dus niet zonder meer geldt bij elke actie of betoging. De cao nr. 108 definieert echter het begrip staking niet. Om die overweging te maken, laat een deel van de rechtspraak zich leiden door het aantal betrokken werknemers en de impact van de staking op de werking van de betrokken onderneming.

Het is duidelijk dat de rechtszekerheid in deze kwestie ver te zoeken is. Ondanks het feit dat er versoepelde interpretaties bestaan op de verbodsbepaling, wil dat uiteraard niet noodzakelijk zeggen dat de bevoegde inspectiediensten deze standpunten ook volgen bij een controle.

Actiepunt

Hoewel het verbod op de tewerkstelling van uitzendkrachten tijdens een staking algemeen geformuleerd is, kan het volgens bepaalde rechtspraak slechts toepassing vinden indien de uitzendkrachten effectief ingezet worden om stakende werknemers te vervangen en dus met het oogmerk om de staking te “breken”. Toch lijken de inspectiediensten en de FOD WASO deze interpretatie vooralsnog niet te volgen. Enige voorzichtigheid als werkgever is dan ook aangeraden.

Bron: Claeys & Engels