Herstructurering, collectief ontslag en sluiting

Mr. Hanne Cattoir (Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 17 oktober 2024


Sociaal strafwetboek:
een grondige hervorming werd goedgekeurd

Mr. Kenny Decruyenaere en mr. Veerle Van Keirsbilck (Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 5 december 2024


Het nieuwe Boek 6:
de impact op de werkvloer

Mr. Chris Persyn (Cautius)

Webinar op donderdag 4 juli 2024

Vakantiewetgeving wordt aangepast aan het Europees recht (Bellaw/SoConsult)

Auteur: Ann Taghon (Bellaw/SoConsult)

De Europese Arbeidstijdrichtlijn bepaalt dat alle werknemers jaarlijks minstens vier weken vakantie met behoud van loon genieten.

Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie moet recht op jaarlijkse vakantie worden beschouwd als een bijzonder belangrijk beginsel van sociaal recht van de Unie, waarvan niet mag worden afgeweken. Het recht op jaarlijkse vakantie moet de werknemer in staat stellen uit te rusten van de taken die hij verricht in uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst en over een periode van ontspanning en vrije tijd te beschikken.

Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie blijkt dat de Belgische wetgeving op een aantal vlakken niet in overeenstemming was met dat belangrijk principe (zie Sociaal Compendium Arbeidsrecht 2022-2023, nr. 2015).

Een koninklijk besluit van 8 februari 2023 wijzigt daarom de Belgische vakantiewetgeving op twee punten.

De wijzigingen zijn voor de eerste keer van toepassing op het vakantiejaar 2024, vakantiedienstjaar 2023.

Onmogelijkheid om vakantie op te nemen in het vakantiejaar

Momenteel (en ook nog voor het lopende vakantiejaar 2023) moet naar Belgisch recht de werknemer zijn vakantie hebben genomen voor 31 december van het vakantiejaar. Is dat niet het geval, dan kan hij niet eisen dat de niet-opgenomen vakantiedagen worden overgedragen naar een volgend jaar. De niet-opgenomen vakantiedagen moeten wel worden betaald.

D.w.z. dat een werknemer die als gevolg van een arbeidsonderbreking zoals bv. ziekte, geen vakantie heeft kunnen nemen, de niet-opgenomen vakantiedagen verliest.

Het hier besproken koninklijk besluit wijzigt dat. Er wordt een mogelijkheid ingesteld voor de werknemer die wegens welbepaalde redenen van arbeidsonderbreking geen vakantie heeft kunnen nemen, de niet-opgenomen vakantiedagen over te dragen.

De werknemer zal voortaan het recht hebben om vakantie te nemen tot 24 maanden die volgen op het einde van het vakantiejaar waarop deze nog op te nemen vakantiedagen betrekking hebben (dus tot 31 december van het vakantiejaar plus 2 jaar).

De redenen van arbeidsonderbreking waarbij een overdracht mogelijk zal worden, zijn:

  • arbeidsongeval en beroepsziekte,
  • ongeval en ziekte,
  • moederschapsrust,
  • omgezette moederschapsrust (bij hospitalisatie of overlijden van de moeder),
  • profylactisch verlof,
  • geboorteverlof,
  • adoptieverlof,
  • verlof voor pleegzorg (maximum 6 dagen per jaar voor bepaalde formaliteiten en contacten),
  • (langdurig) pleegouderverlof.

De werkgever moet aan de bediende die in de onmogelijkheid verkeert zijn vakantiedagen op te nemen, ten laatste op 31 december van het vakantiejaar een voorafbetaling doen van het vakantiegeld m.b.t. de nog binnen de 24 maanden op te nemen vakantiedagen. De regeling is dus dezelfde als die welke nu al geldt voor de niet-opgenomen vakantiedagen die niet kunnen worden overgedragen.

Ziektedagen tijdens de vakantie

Overdracht

Tot voor de hier besproken wetswijziging was het zo dat m.b.t. een aantal gevallen van arbeidsonderbreking zoals bv. ziekte, in de vakantiewetging was bepaald dat die dagen niet als vakantiedagen mogen worden aangerekend, tenzij de oorzaak ervan zich voordoet tijdens de vakantie.

D.w.z. dat wanneer een werknemer ziek wordt vóór de vakantieperiode aanvangt, de dagen die oorspronkelijk als vakantiedagen waren gepland, niet als vakantiedagen mogen worden aangerekend. Die vakantiedagen moeten kunnen worden opgenomen op een later tijdstip, wanneer de werknemer terug arbeidsgeschikt is.  Maar wanneer de werknemer ziek wordt tijdens zijn vakantie worden de ziektedagen wel als vakantiedagen aangerekend en kan de werknemer ze dus niet opnemen op een later tijdstip.

Hierin komt vanaf het vakantiejaar 2024 verandering.

Ziektedagen worden niet als vakantiedagen beschouwd, ook niet als de oorzaak ervan zich tijdens de vakantie voordoet. Een werknemer die ziek wordt tijdens zijn vakantie, moet die ziektedagen dus later als vakantiedagen kunnen opnemen.

Dat geldt eveneens voor arbeidsonderbrekingen als gevolg van o.a. een ongeval, een arbeidsongeval, een beroepsziekte, moederschapsrust, omgezette moederschapsrust, geboorteverlof, adoptieverlof, verlof voor pleegzorg of langdurig pleegouderverlof.

Gewaarborgd loon en controle

Wanneer een ziekte of een ongeval zich voordoet tijdens de vakantie, worden de  vakantiedagen op grond van de nieuwe regeling dagen van arbeidsongeschiktheid en vallen zij daardoor niet langer uitsluitend onder de vakantiewetgeving. Voor die dagen zal dus in beginsel gewaarborgd loon verschuldigd zijn, aangezien de werknemer zonder arbeidsongeschiktheid voor die dagen zijn normale loon zou hebben ontvangen in de vorm van enkel vakantiegeld.

In zijn advies over het ontwerp van het koninklijk besluit heeft de Nationale Arbeidsraad erop gewezen dat naar zijn mening specifieke omkaderingsmodaliteiten nodig zijn voor gevallen van ziekte tijdens de vakantie en die “op evenwichtige wijze rekening houden met de belangen van zowel werkgevers als werknemers”. De raad wees daarbij op de bijzondere situatie in het geval dat de ziekte zich voordoet tijdens een vakantie in het buitenland.

De raad formuleerde een voorstel van omkaderingsmodaliteiten geïnspireerd op de bestaande regeling in artikel 31 van de Arbeidsovereenkomstenwet (werkgever in kennis stellen van de ziekte, medisch getuigschrift bezorgen aan de werkgever, model van medisch getuigschrift in meerdere talen, uitdrukkelijke mededeling aan de werkgever dat de werknemer de onderbroken vakantiedagen op een later tijdstip wil opnemen, …).

Tot op vandaag hebben wij echter geen kennis van wetgevende initiatieven op dit vlak.

Zonder een tussenkomst van de wetgever lijkt artikel 31 van de Arbeidsovereenkomstenwet van toepassing, al kan die op hindernissen botsen. Een geneeskundig getuigschrift verkrijgen dat de vereiste vermeldingen bevat en in een voor de werkgever begrijpelijke taal is opgesteld, zal wellicht nog wel lukken. Maar dat is minder evident met het laten controleren van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer in het buitenland. Er zijn op dit punt niet alleen praktische hindernissen, maar ook juridische. Zo moet de controlearts bv. voldoen aan de bepalingen van de Belgische wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde.

BRON: KB van 8 februari 2023 tot wijziging van de artikelen 3, 35, 46, 60, 64, 66 en 68 en de invoering van een artikel 67bis in het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, BS 16 maart 2023.

NAR advies nr. 2.268 van 21 december 2021 – Overeenstemming van de bepalingen inzake jaarlijkse vakantie met de richtlijn 2003/88/EG van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd.

Bron: Bellaw/SoConsult

» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid