Sociale inspectie:
wat brengt 2023?

Webinar op 3 februari 2023

Re-integratie en ontslag van langdurig/veelvuldig zieke werknemers

Webinar op 27 januari 2023

Het stakingsrecht
gewikt en gewogen

Webinar op 10 maart 2023

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Arbeidstijd: vijf concrete probleemstellingen

Webinar on demand

Managementovereenkomsten

Webinar on demand

Stok, honkbalknuppel of boemerang ? De wettelijk voorziene mogelijkheid voor Unia om zelf naar de rechtbank te kunnen trekken (Mploy)

Auteur: Steven Renette (Mploy)

Het Antwerpse arbeidshof wees vorige maand de eis van een werknemer af die zijn werkgever wenste te horen veroordelen tot een schadevergoeding van 6 maanden loon omwille van een racistisch geïnspireerd ontslag. De werkgever kon aan de hand van tal van klachten over het door de werknemer uitgevoerde werk aantonen dat hier de reden voor het ontslag moest gezocht worden en nergens anders. In zijn arrest liet het arbeidshof optekenen zich niet van de indruk te kunnen ontdoen dat het beweerde racistisch karakter van de ontslagbeslissing de werknemer was aangepraat (sic) door Unia.

Ander voorbeeld: in 2020 oordeelde het arbeidshof te Gent in een zaak waar het dragen van de hoofddoek centraal stond dat het in geen geval aan een openbare instelling als Unia toekomt om een filosofie van “actief pluralisme” op te dringen aan een werkgever die voor een neutraliteitspolitiek had gekozen op het vlak van levensbeschouwelijke uitingen.

Beide rechterlijke vingerwijzingen leggen een inherente zwakte bloot in de werking en het optreden van gelijkheidsorganen zoals Unia.  Slachtoffers van discriminatie kunnen er terecht met klachten over discriminatie en mogen rekenen op juridische bijstand.  Unia velt zelf geen rechterlijke uitspraken maar kan wel in eigen naam naar de rechtbank stappen. In dat geval wordt zij een procespartij.

Het is hier dat het schoentje knelt.  Een procespartij is per definitie partijdig en het is deze partijdigheid die de legitimiteit van Unia als overheidsinstelling ondergraaft. Het algemeen belang en het eigen  belang van Unia lopen immers niet steeds samen zoals de Gentse uitspraak treffend illustreert.

Ten gronde stelt zich de vraag of het aan overheidsinstellingen toekomt om rechtszaken te voeren tegen burgers en bedrijven waar discriminatievraagstukken aan de orde zijn. Dat is minder vanzelfsprekend dan dat het op het eerste gezicht lijkt. Het algemeen belang wordt in de regel behartigd door het openbaar ministerie. Waar er belangen op het spel staan die niet strafrechtelijk worden beteugeld, is het aan belangengroepen om hun rol te spelen. Natuurverenigingen doen dit op het terrein van milieubescherming al jaren (en overigens niet zonder resultaat).  Er bestaan diverse actiegroepen die deze taak van Unia kunnen overnemen zodat slachtoffers van discriminatie zeker niet in de kou moeten blijven staan.

Unia beweert dat zij slechts in 1% van de aangenomen dossiers naar de rechtbank stapt. De overgrote meerderheid van de klachten zou via onderhandelingen en bemiddeling worden opgelost. De mogelijkheid om zelf een procedure te kunnen opstarten, is naar eigen zeggen noodzakelijk als een stok achter de deur indien de onderhandelingen niet het verhoopte resultaat opleveren. Zo geformuleerd, lijkt dit dan toch eerder op een honkbalknuppel op de (onderhandelings)tafel in plaats van een stok achter de deur. Geen enkele burger of bedrijf zit te wachten op een gerechtelijke procedure tegen een overheidsinstelling.

De wettelijk voorziene mogelijkheid voor Unia om zelf naar de rechtbank te kunnen trekken, is een zwaktebod. Een gelijkheidsorgaan moet uitgaan van zijn eigen overtuigingskracht en daar gezag aan ontlenen.  Daar is geen juridische vuurkracht voor nodig.