Sociale inspectie:
wat brengt 2023?

Webinar op 3 februari 2023

Re-integratie en ontslag van langdurig/veelvuldig zieke werknemers

Webinar op 27 januari 2023

Het stakingsrecht
gewikt en gewogen

Webinar op 10 maart 2023

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Arbeidstijd: vijf concrete probleemstellingen

Webinar on demand

Managementovereenkomsten

Webinar on demand

Ladies and gentlemen, brace for impact: sociale uitbuiting op het hoogste niveau (Mploy)

Auteur: Rob Valkeneers (Mploy)

Wanneer men het heeft over sociale uitbuiting, denkt men bijna automatisch aan misbruiken in de bouw- en transportsector of in de fruitteelt. Bijna dagelijks worden deze sectoren immers geviseerd wegens illegale tewerkstelling, zwartwerk, inbreuken op minimumlonen en veiligheidsreglementering, schijnzelfstandigheid, enz. Onze beeldvorming is echter vertekend.

Onze beeldvorming van sociale uitbuiting is erg vertekend: we denken spontaan aan de uitgebuite (buitenlandse) arbeider

Sociale uitbuiting: the sky is not the limit

Onze beeldvorming van sociale uitbuiting is erg vertekend: we denken spontaan aan de uitgebuite (buitenlandse) arbeider. De indruk wordt daarmee haast gewekt alsof er geen sociale uitbuiting zou bestaan van bedienden. Bij de zogenaamde ‘sexy beroepen’ (piloot, advocaat, professor-assistent, architect, arts en vastgoedmakelaar) wordt er zelfs bijna nooit gedacht in termen van ‘sociale uitbuiting’, soms niet eens door de slachtoffers zelf. De (nationale en Europese) overheden nemen een zeer onverschillige houding aan ten aanzien van de wijze waarop jonge en getalenteerde personen in deze sectoren worden behandeld.

Ik werd mij bewust van deze selectieve blindheid, toen ik in een sociaal strafdossier (in de bouw) het uurtarief zag waaraan de arbeiders moesten werken. Mijn eerste (verrassende) reactie was namelijk dat het uurtarief beduidend hoger was dan wat de gemiddelde advocaat-stagiair in mijn tijd verdiende. Een gedachte die ik al vlug als niet relevant onderdrukte.

In dit artikel overloop ik kort de problemen van sociale uitbuiting (*) in de voormelde sectoren, die helaas vaak onbesproken worden gelaten.

Sociale uitbuiting bij hoogaangeschreven beroepen

Piloten

(Jonge) piloten zijn allicht het slachtoffer van één van de meest extreme vormen van sociale uitbuiting. Zij moeten vaak al een lening afbetalen (ca. 70.000 tot 130.000 euro) om hun hoge opleidingskosten te dekken en het is voor hen lastig om een job te vinden als piloot (in een oververzadigde en zeer concurrentiële markt), zeker wanneer ze niet voldoende vlieguren hebben. Ze krijgen daarom vaak een tijdelijk contract aangeboden waarbij zij helemaal geen inkomen verdienen of slechts een beperkt inkomen verdienen en zelf een jaarlijkse bijdrage van ca. 20.000 tot 80.000 euro moeten betalen aan de maatschappij om te mogen vliegen met het toestel (‘pay-to-fly’, ‘p2f’, ‘self-sponsored line training’), waardoor hun ‘nettoinkomen’ zelfs negatief uitvalt. Soms worden zij ook gedwongen om dure leningen aan te gaan bij derde partijen, zodat er al zeker geen financieel gewin is voor de piloot.[1] De jonge piloot betaalt dus vaak het meeste voor zijn zitplaats in het vliegtuig. Ook in deze sector is schijnzelfstandigheid bovendien een groot probleem.

In een oververzadigde markt, riskeren jonge piloten helemaal geen vaste betrekking te vinden, omdat het voor de luchtvaartmaatschappijen goedkoper is om permanent te kiezen voor p2f.

Hoewel onder meer de universiteit van Gent al in 2015 een diepgaande studie[2] (gefinancierd door de Europese commissie) uitvoerde die deze praktijk hekelde, blijft deze praktijk in Europa van de 21ste eeuw (!) (‘this is Europe…’) bestaan. Hoewel volledig op de hoogte van deze misbruiken, heeft Europa deze materie helaas nog steeds niet aangepakt.[3] Frankrijk heeft deze praktijk wel al verboden, maar een Europese aanpak blijft nodig.

De verhalen van piloten die naar boven kwamen in het onderzoek van 2015 door de Universiteit van Gent waren verbijsterend. Bij wijze van voorbeeld geef ik hier een citaat van één van de destijds geïnterviewde piloten weer:

“The problem of the declining terms and conditions of airline pilots is not because of the airlines but because of the uncontrolled grow of flight schools which are private organizations and don’t care about the fact that their students find a job afterwards. Each student delivers about 100,000 euros in revenue and that’s the main problem. The flight schools are selling a dream to 18 year old kids but the reality is that there are too many pilots for too few jobs. The excessive supply of young pilots willing to work for free brings down terms and conditions. If you are 100,000 euros in debt after finishing your flight school with no options available for a job you become desperate and start working even for free with hopes of building up experience and leave as soon as possible for a better (and paid) job. In between the damage has been done. Flight schools should be only allowed to train pilots based on demand and be regulated by the European government. This would result in better trained pilots and safer operations because then the pilot can concentrate on flying without having to worry how to pay for his food at the end of the month.” (p. 43)

De Universiteit Gent concludeerde in 2015 al dat de situatie zeer urgent was (“…raise an intense sense of urgency, more specifically with regard to flight safety, fair competition and workers’ rights.”, p. 279). Het is daarom verrassend dat er thans in 2022 nog geen gemeenschappelijke Europese aanpak is gekomen om deze misbruiken te bestrijden.

Wel roept de Europese Resolutie van 17 februari 2022 on empowering European Youth: post-pandemic employment and social recovery[4] op tot het degelijk vergoeden van alle stageopleidingen, wat op termijn mogelijk zal leiden tot een systematische aanpak van uitwassen.[5]

De vraag die rijst, is dus waarom deze misbruiken en sociale uitbuiting in deze sector nauwelijks (althans voor zover ik weet) worden vervolgd, temeer daar de openbare veiligheid in deze sector veel meer in het gedrang is dan bij de tewerkstelling van een zwartwerkende appel- of perenplukker. De problemen zijn bekend en zelfs uitgebreid bestudeerd in gepubliceerde en openbaar te raadplegen universiteitsrapporten. Waar zijn de sociaal inspecteurs en de parketten? Volgens een recent rapport van 2022 blijven de pay-to-fly-fenomenen in Europa bloeien, maar zijn ze notoir moeilijk om op te sporen, nu zij in beginsel buiten de bevoegdheden van de sociaal inspecteurs vallen, omdat er geen arbeidscontracten, maar ‘opleidingscontracten’ worden afgesloten…

Advocaten

De problematiek van schijnzelfstandigheid in de advocatuur is gekend (ik schreef er hier al wat over in 2018). Ik vermoed dat binnen korte termijn het bediendestatuut zal worden opengesteld voor advocaten (en desgevallend verplicht voor stagiairs), nu de huidige situatie allicht haar (rationeel) breekpunt heeft bereikt, temeer daar het bediendestatuut voor advocaten in Wallonië wel mogelijk is en gelet op de inhoud van de Europese Resolutie van 17 maart 2022. De tegenargumenten zijn immers voornamelijk financieel en logistiek van aard. Op 21 december 2022 besloot ook de Orde van Vlaamse Balies principieel om het bediendestatuut mogelijk te maken voor advocaten in Vlaanderen.

Het recente rapport dat Veto publiceerde over de ervaringen van stagiairs in de advocatuur was ronduit vernietigend.[6] De stagiairs die anno 2021 de maandelijkse minimumvergoeding betaald krijgen (en dat is allicht een groot aantal), houden daar zowat 900 euro netto van over,[7] wat ruim onder de armoedegrens in België ligt (2021:1287,00 euro netto). Hier is dus sprake van openlijke (niet eens verdoken) armoede.

Een stagiair concludeerde: ‘Het valt niet meer te verantwoorden dat iemand in die omstandigheden moet beginnen werken na een studie van vijf jaar’.

De stagiairs reageerden in het rapport overigens anoniem omdat ze bang waren om hun bruggen te verbranden in de kleine wereld van de advocatuur.

Voor de grote (Brusselse) advocatenkantoren (waar de stagiairs wel beter worden vergoed, ca. 6.000 tot 8.000 euro bruto/maand), moeten vaak werkdagen tot vijftien uur te worden gepresteerd (wat natuurlijk ver boven de arbeidsduurgrens voor bedienden ligt). ‘Berichten’ die mij bereiken over de praktijken in bepaalde grote kantoren doen denken aan Amerikaanse toestanden die worden beschreven in John Grishams The Associate (2009): nauwelijks slapen, gebruik van cocaïne (om de werkdruk aan te kunnen), standaard weekendwerk, enorme psychologische druk, overnachten op een matras in het kantoor enz. Do ut des, maar dat omgerekend uurtarief valt in die omstandigheden allicht ook tegen.

In Engelstalige dossiers heb ik ook begrepen dat in common law landen het dossierwerk wordt geoutsourcet naar juristen/advocaten in bv. India (ik heb echter geen zicht op hoe wijdverbreid deze praktijk is).

De situatie in de advocatuur is doorheen de jaren ‘ietwat’ verbeterd (ook bijvoorbeeld over de openheid aangaande mentale gezondheid), maar er blijft nog heel wat werk voor de boeg.

Professor-assistent

In bepaalde Europese landen wordt de professor-assistent nog steeds dramatisch onderbetaald. In de Spaanse Netflixserie ‘Merlí: Sapere Aude’ zinspeelt het fictieve karakter professor Sílvia Montoliu op deze situatie en stelt zij dat ze slechts 500 euro per maand verdient als assistent.[8]

Vooral in het verleden was de positie van assistent zeer problematisch ingevolge de almacht van de professor. In de masterthesis van Goovaerts[9] stellen vrouwelijke assistenten duidelijk dat professoren in de vorige eeuw de assistent als een soort slaaf beschouwden. Zo deden geruchten de ronde over professor Marthe Versichelen-Terryn – zelf een vrouw! – wier assistenten met een asbak klaar moesten zitten om haar sigaret uit te doven.

Ook was de carrière voor vrouwen aan de universiteit zeer moeilijk te combineren met een privéleven en waren zij steevast aangewezen op tal van externen voor het huishouden, waardoor hun inkomen volledig in rook opging. In haar masterthesis citeert Goovaerts Els de Bens die verklaarde: “Ik heb op een bepaald moment heel mijn loon uitgegeven aan de huishoudster. Ik ging gewoon voor nul, echt waar. (…) Die vrouwen waren een stuk van ons huishouden. (…) Dan leefden wij van het assistentenloon van mijn man en mijn loon werd uitgegeven aan die huishoudster.”

Hoewel ook hier de situatie in diverse Europese landen verbeterd is, is het enorm veeleisende professoraat nog steeds voor weinig vrouwen weggelegd en zeer moeilijk te combineren met een (privé-)leven.

Architecten

Ook het beroep van architect kampt met het probleem van sociale uitbuiting door zeer lage inkomens voor stagiairs en schijnzelfstandigheid. De bruto minimum uurvergoedingen voor stagiairs zijn sinds 2022:[10]

Bij aanvang: 12,87 euro

Na zes maanden: 15,46 euro

Na twaalf maanden: 18,05 euro

Na achttien maanden: 20,64 euro

Knack publiceerde in 2019 een kritisch artikel over het donkere kantje van de architectuur waarin wordt vermeld dat in veel gevallen deze minima niet worden gerespecteerd:

‘Architect mag dan het mooiste beroep ter wereld zijn, het is duidelijk dat de architectenbureaus nood hebben aan een shift in bedrijfscultuur’, (…).Zo werkt het gros van hun schijnzelfstandige ‘werknemers’ vlotjes 55 uur per week: zonder contract, sociaal vangnet of werkgarantie, voor een vergoeding die in de buurt komt van peanuts. Veel architect-stagiairs worden een uurloon uitbetaald onder het reeds zeer lage minimumbarema van de Orde van Architecten. Vanwaar komt deze schijnbare paradox tussen de ‘inclusieve architectuur’ en de precaire werkomstandigheden van haar ontwerpers?’[11]

Ook hier wijst Knack op het overaanbod van kandidaat-stagiairs als oorzaak voor deze slechte werkomstandigheden. Maar Knack wijst ook op meer algemene oorzaken: ‘Daarnaast zijn architectenbureaus onvoldoende geprofessionaliseerd en hebben hun werknemers en oprichters een nijpend tekort aan managementvaardigheden en financiële kennis. Dit terwijl hun takenpakket steeds toeneemt. Zo heeft een grootschalig onderzoek van de KU Leuven aangetoond dat architecten de werkuren voor een project steevast onderschatten. Dat lijdt enerzijds tot de hoge werkdruk en lange werkdagen van de (stagiair-)architect en anderzijds tot een omgerekend uurloon dat ondermaats is in vergelijking met andere vrije beroepen.

(…)

De schuld moet uiteraard niet enkel bij de architectenbureaus zelf gezocht worden. Ze gaan al te vaak gebukt onder een administratieve berg en de financiële druk van de architecturale wedstrijdcultuur met een hoge werkdruk en onzekerheid van inkomen als gevolg.’

Artsen in opleiding

De situatie van kandidaat-huisartsen en kandidaat-specialisten blijft bijzonder schrijnend, ondanks een wetswijziging in 2010 om de misbruiken van veel te lange shiften in ziekenhuizen aan te pakken. In een wetsvoorstel van 17 maart 2021[12] probeert men nogmaals de misbruiken aan banden te leggen. In de toelichting bij het wetsvoorstel leest men daarover:

‘Nadat de betrokkenen zes jaar geneeskunde hebben gestudeerd, mogen zij de titel van arts voeren. Op dat moment begint echter een heuse lijdensweg voor de kersverse artsen die arts-specialist willen worden. Vaak hebben zij een overladen arbeidsrooster waarin al te lange werkdagen worden gecombineerd met nachtdienst. Bovendien laat hun sociale bescherming te wensen over: ze hebben geen recht op een werkloosheidsuitkering en kunnen geen wettelijk pensioen opbouwen. De relatie met de opleiders, die tevens hun werkgevers zijn, verloopt vaak moeizaam omdat hun rechten niet in acht worden genomen. De pedagogische taak van opleiders wordt ook vaak onderschat.

De wetgever heeft weliswaar gepoogd regels uit te werken om misbruik in te perken, met name wat de arbeidsduur betreft. Zo wordt bepaald dat in een tijdvak van 13 weken niet meer dan gemiddeld 48 uur per week mag worden gepresteerd, met een maximum van 60 uur per week.[13] Dat neemt niet weg dat de assistent-klinisch artsen kandidaat-specialisten (ASO) geregeld aangeven dat de ziekenhuizen of hun stagemeesters die bepalingen niet in acht nemen en dat elke controle op het overschrijden van die wettelijke arbeidsduur ontbreekt. Bovendien doen zich nog veel andere problemen voor die niet bij wet zijn geregeld. (…)

De gezondheidscrisis van 2020-2021 heeft enorm veel inspanningen van het zorgpersoneel gevergd. In de vuurlinie werden die mensen bijgestaan door de assistent-artsen, die tot het uiterste moesten gaan in werkomstandigheden die soms nog slechter waren dan die van vóór de crisis, terwijl die voor velen onder hen al zeer heikel waren. (…) Bovendien brengen de door de assistenten vaak aangeklaagde arbeidsvoorwaarden de gezondheid van de patiënt en de kwaliteit van de zorg in het gedrang, terwijl deze elementen nochtans de belangrijkste bekommernissen inzake de volksgezondheid zouden moeten zijn. (…)

In dat verband stellen de verenigingen voor artsenspecialisten in opleiding (VASO – CIMACS) diverse pijnpunten aan de kaak: — de samenvallende functies van werkgever en van opleider; — het ontbreken van een wettelijk criterium inzake het basisloon, de vergoedingen voor wachtdiensten, de vakantiedagen en de tijd die aan wetenschappelijk onderzoek wordt besteed; — de onvolledige sociale bescherming door het zogenoemde sui generis-statuut dat op hen van toepassing is.’

Over de overuren, lezen we: ‘In 2003 heeft de Europese Commissie een richtlijn aangenomen die de arbeidstijd van assistent-artsen beperkt tot 48 uur per week. Het doel van die richtlijn is de artsen in opleiding te beschermen, misbruik te beperken en de kwaliteit van de patiëntenzorg te waarborgen. België heeft bij de omzetting van de richtlijn in 2010 een slag om de arm gehouden. Zo wordt uitgegaan van een gemiddelde arbeidsduur van 48 uur per week, met toegelaten maxima tot 60 uur; bovendien werd in een opting out-clausule voorzien waardoor de assistent, als hij die ondertekent, tot maximum 72 uur per week (gemiddeld 60 uur per week) mag presteren. Volgens veel ziekenhuizen is die clausule noodzakelijk om de assistenten, inzonderheid de chirurgen, een hoog opleidingsniveau te waarborgen. In de praktijk worden de studenten onder druk gezet om die clausule automatisch te ondertekenen. Stagiairs die tot 100 uur per week werken, zijn dan ook geen zeldzaamheid. Het gaat hier om overuren die niet worden gemeld, betaald noch gecontroleerd.

Onlangs heeft een jonge arts van de CHU de Liège die feiten in de openbaarheid gebracht door een klacht tegen het ziekenhuis in te dienen; hij weigerde het aanhangsel bij de stageovereenkomst te ondertekenen en werd (financieel) onheus bejegend. In november 2019 werd de CHU de Liège door de arbeidsrechtbank veroordeeld: “Ce n’est pas évident de se plaindre parce que la personne qui délivre le diplôme est aussi celle qui fixe les horaires et les conditions de travail. Si vous vous plaignez, vous risquez d’être mis au ban.”. Deze getuigenis is een realistische weergave van hoe het de jonge assistenten in bepaalde ziekenhuis dagelijks vergaat.’

Het hoeft weinig betoog dat oververmoeide artsen in opleiding meer medische fouten zullen maken. Opnieuw is de toelichting bij het wetsvoorstel ontluisterend: ‘Door het buitensporige aantal overuren zijn de jonge artsen dermate vermoeid dat zij niet alleen het leven van de patiënten, maar ook hun eigen leven in gevaar brengen. Al te vaak zijn jonge artsen betrokken in een arbeidsongeval, omdat ze na hun dienst uitgeput zijn door de eindeloze periodes zonder slaap en slopende wachtdiensten. Niet zelden maken ze ook (medische) fouten waardoor de patiënt overlijdt, maar waaraan geen ruchtbaarheid wordt gegeven. Onlangs hebben assistenten het initiatief genomen om met de steun van GBO Cartel anonieme getuigenissen op een website te verzamelen (www.lesendocs .be); de aangegeven feiten zijn zorgwekkend.

Ook wat de wachtdienst betreft, hekelen de artsen in opleiding de druk die soms van hun stagemeesters uitgaat in verband met het behalen van hun einddiploma, indien ze protesteren als hen wordt gevraagd méér wachtdienst op zich te nemen dan wettelijk verplicht.’

Dit is dus een zeer ernstige situatie die de veiligheid en gezondheid van de patiënt en de arts zelf bedreigt. We zwijgen dan nog over de psychologische druk die een jonge arts moet ervaren wanneer hij door oververmoeidheid verantwoordelijk zou zijn voor een fatale medische fout.

Dat er blijkbaar geen of nauwelijks controle is op de ziekenhuizen op de naleving van de overuren, daar waar de volksgezondheid in het gedrang blijkt, is nauwelijks te vatten.

Vastgoedmakelaars

Ondanks het feit dat schijnzelfstandigheid een groot probleem is, heeft de wetgever merkwaardig genoeg bepaald dat ook de stagiairs-vastgoedmakelaars ‘onweerlegbaar’ (!) vermoed worden om zelfstandige te zijn.[14] De rechtmatigheid van een dergelijke wettelijke bepaling lijkt mij al ietwat problematisch, maar goed.

De minimumvergoeding tijdens hun stage is belachelijk laag: 6,23 euro bruto per uur (2022).[15] 15-jarige studenten die vakantiewerk verrichten worden standaard aan veel betere voorwaarden tewerkgesteld…

Oorzaken van de sociale uitbuiting en deprimerende conclusie

Uit het voorgaande is allicht duidelijk dat de tewerkstelling van diverse jonge, ambitieuze en getalenteerde personen in deze ‘sexy’ (vrije) beroepen in vele gevallen neerkomt op sociale uitbuiting. Althans dat woord zou worden gebruikt wanneer een arbeider aan deze voorwaarden zou worden tewerkgesteld in plaats van een persoon in een pilotenuniform, toga of doktersjas.

Veel heeft te maken met het feit dat in het verleden dit soort van tewerkstelling veeleer als een voortgezette universitaire opleiding werd beschouwd (en een investering ‘in later’), zodat de normale arbeidsregels en sociale bescherming geacht werden niet te gelden voor deze ‘opleidingen’. De vergoedingen zijn daardoor vaak laag, de arbeidsvoorwaarden negentiende-eeuws en het sociaal statuut gebrekkig.

Tot het midden van de twintigste eeuw stond een dergelijke opleiding allicht ook garant voor de toegang tot een elitaire beroepsgroep en zou een dergelijke opleiding in principe ook op relatief korte termijn renderen. Door de gestage groei van de beroepsgroep (blijvend gevoed door een voortdurende instroom van goedkope werkkrachten), is deze logica in vele gevallen al lang achterhaald. Door de grote hoeveelheid aan kandidaten, was de bereidheid steeds groot om deze voorwaarden te aanvaarden, wat op zijn beurt soms ook een negatief effect heeft op de voorwaarden om na de stage verder te kunnen werken.

Aan de zijde van ondernemers, moeten we durven om dit traditionele winstmodel (dat deels is gebaseerd op sociale uitbuiting) in vraag te stellen

Het is moeilijk om deze traditionele trend vrijwillig te keren, nu het winst- en ondernemingsmodel ook deels steunt op de goedkope arbeid die de stagiairs leveren. De personen die thans aan de top staan, hebben in principe ook zelf aan de zelfde (of nog slechtere) voorwaarden gewerkt, zodat zij mogelijk minder geneigd zijn om de huidige traditionele situatie te bekritiseren.

Toch moet men opmerken dat er vaak sprake is van een wanverhouding in de machtsposities die duidelijk afgetekend en hiërarchisch is:

De stagiair is jong en onervaren.

Er is vaak geen georganiseerde groep die zijn collectieve belangen op professionele wijze waarneemt.

Hij (of zij) is afhankelijk van de stagemeester voor een gunstige beoordeling (vermenging van de functies ‘opleider’ en ‘betaler’).

In een concurrentiële markt (waarbij er teveel kandidaten afstuderen, er weinig plaatsen beschikbaar zijn en er desgevallend leningen moeten worden afbetaald) is de onderhandelingspositie van de stagiair zwak.

De stagiair heeft soms geen voldoende persoonlijke drijfveer om de voorwaarden in vraag te stellen (komt uit een welgestelde familie zodat de loonvoorwaarden minder relevant worden geacht, is zo gepassioneerd door de job dat hij eender welke voorwaarden zou aanvaarden…).

Gebrek aan assertiviteit en mondigheid bij kandidaten (universiteiten dagen studenten mogelijk te weinig uit om de status quo in vraag te stellen, temeer daar de hoogleraren vaak ook fungeren als stagemeesters).

Aan de zijde van de ondernemers zelf, moet men durven om dit traditionele winstmodel (dat deels is gebaseerd op sociale uitbuiting) in vraag te stellen en moet men zich afvragen hoe het anders en beter kan.

Ten slotte hebben de overheden in deze sectoren gefaald. De diverse sectoren hebben zich op het vlak van loon- en arbeidsvoorwaarden voornamelijk zelf gereguleerd, waarbij het vermijden van sociale uitbuiting van de nieuwkomers blijkbaar niet erg hoog op de agenda stond/staat. De overheid stond/staat erbij en keek/kijkt ernaar…

Misschien dat de lezer oplossingen ziet.

Referenties

(*) De term ‘sociale uitbuiting’ gebruik ik hier gemakshalve als een verzamelterm voor een tewerkstelling aan voorwaarden die maatschappelijk niet aanvaardbaar worden geacht en dus niet in strikt sociaal strafrechtelijke zin.

[1] Zie https://www.eurocockpit.be/campaign/stop-pay-fly

[2] https://www.eurocockpit.be/sites/default/files/report_atypical_employment_in_aviation_15_0212_f.pdf

[3] https://en.wikipedia.org/wiki/Pay_to_fly

[4] https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2022-0045_EN.html

[5] Punt 15: “Calls on the Member States to facilitate access for young people to paid, quality and inclusive traineeships and apprenticeships; calls for the reinforcement of monitoring schemes, ensuring that young people receive adequate and quality first working experiences, opportunities for upskilling and new qualifications or credentials; condemns the practice of unpaid internships as a form of exploitation of young workers, and a violation of their rights, and calls on the Commission and the Member States, in collaboration with Parliament, and respecting the principle of subsidiarity, to propose a common legal framework to ensure fair remuneration for traineeships and apprenticeships in order to avoid exploitative practices; condemns the practice of zero-hour contracts and calls on the Member States to provide support to employers providing traineeships and apprenticeships to young persons with disabilities;”

[6] https://www.veto.be/sociaal/advocatenstage-blijkt-valse-belofte/104087#:~:text=Stagiairs%20dragen%20heel%20wat%20af,en%202500%20euro%20voor%20tweedejaars.

[7] Wel wordt deze vergoeding aangevuld met prodeovergoedingen (en eventueel vergoedingen voor prestaties uit eigen dossiers), die evenwel pas een jaar later worden uitbetaald.

[8] “My name is Sílvia Montoliu. I got my PhD ten years ago, and have been an associate professor ever since. This is the Philosophical Problems course, and I officially welcome you to the study of Philosophy, the degree that famously doesn’t lead anywhere. (laughter) But do not worry, according to official rankings, Barcelona University is among the hundred best universities in the world. What a shame us associate professors only make 500 euros. (indistinct chattering) Oh, God. That’s public education for you. Before coming here, did you ever ask yourself if philosophy was useful? The History of Culture course could take many years, but it looks like the syllabus has decided that I should tell you about 50 centuries in one semester. (laughter) Therefore, I have to do an exercise in the “McDonaldsisation” of culture. Let’s not kid ourselves, you won’t get rich by studying here.” (Vertaald vanuit het Spaans)

Zie https://tvshowtranscripts.ourboard.org/viewtopic.php?f=1502&t=56349

[9] Lore Goovaerts, Het glazen plafond doorbroken? De eerste generatie vrouwelijke hoogleraren aan de UGent, een oral history project, 2015-2016, p. 62 https://libstore.ugent.be/fulltxt/RUG01/002/301/151/RUG01-002301151_2016_0001_AC.pdf.

[10] https://www.architect.be/nl/ik-ben-architect/de-stage/vergoeding-stagiairs/

[11] https://www.knack.be/nieuws/het-succes-van-de-belgische-architectuur-heeft-ook-een-donker-kantje/

[12] Wetsvoorstel 17 maart 2021 tot wijziging van het statuut van de assistentklinisch artsen kandidaat-specialisten (ASO), alsook dat van de kandidaat-huisartsen (HAIO), teneinde hen een betere sociale bescherming te bieden en hun arbeidsrechten in acht te doen nemen, te raadplegen op https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/55/1866/55K1866001.pdf

[13] Wet van 12 december 2010 tot vaststelling van de arbeidsduur van de geneesheren, de tandartsen, de dierenartsen, kandidaat-geneesheren in opleiding, kandidaat-tandartsen in opleiding en studenten-stagiairs die zich voorbereiden op de uitoefening van deze beroepen, BS 22 december 2010.

[14] Artikel 8 Wet 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar.

[15] https://www.biv.be/kb/biv/biv-stage/een-correcte-vergoeding-voor-de-diensten-van-de-stagiair#:~:text=In%20de%20stageovereenkomst%20bepalen%20stagemeester,6%2C24%20per%20uur%20bedragen.