Summer Deal
‘Loon- en arbeidsvoorwaarden’

8 webinars on demand

Summer Deal
‘Internationale tewerkstelling’

4 webinars on demand

Summer Deal
‘Welzijn op het werk’

5 webinars on demand

Car policies:
15 aandachtspunten
onder de loep

Webinar op 6 oktober 

De Klokkenluidersregeling:
de klok tikt…

Webinar op 30 augustus

Grensoverschrijdend gedrag: what’s in a name?

Webinar on demand

Discriminatie op de arbeidsmarkt – wetsontwerp tot uitbreiding van mystery calls goedgekeurd (Mploy)

Auteur: Mploy

In het kader van de strijd tegen discriminatie op de arbeidsmarkt kunnen sociaal inspecteurs sinds 2018  zogenaamde mystery calls uitvoeren. Zo mag bijvoorbeeld een sociaal inspecteur onder een valse naam solliciteren om een discriminatoire aanwervingspraktijk bij een werkgever bloot te leggen.

In de praktijk maken sociaal inspecteurs amper gebruik van deze – nochtans druk becommentarieerde – bevoegdheid. Zij voerden tot op vandaag niet meer dan tien testen uit. Een verklaring voor dit lage aantal wordt vooral gezocht in de begeleidende voorwaarden: mystery calls mochten enkel worden uitgevoerd wanneer achtereenvolgens aan de volgende drie voorwaarden was voldaan: er moest sprake zijn van (1) een klacht of melding (2) ondersteund door objectieve aanwijzingen van discriminatie én (3) door elementen door datamining en datamatching.  Met name deze laatste voorwaarde bleek een hinderpaal: er zijn namelijk geen databanken waarin informatie wordt opgeslagen over de “precontractuele” fase, d.w.z. de periode voorafgaand aan de indienstneming van een werknemer. Dat had onze wetgever even over het hoofd gezien.

De Kamer van Volksvertegenwoordigers keurde op 2 maart 2022 een wetsontwerp goed tot aanpassing van het Sociaal Strafwetboek. Het wetsontwerp stapt af van de combinatie van de drie voorwaarden. Het volstaat voortaan dat een sociaal inspecteur zich kan baseren op hetzij een onderbouwde klacht hetzij objectieve aanwijzingen hetzij gegevens van datamining en datamatching. Het cumulatief karakter van de voorwaarden wordt losgelaten.

Een andere bekritiseerde bepaling die mee verantwoordelijk werd gehouden voor het lage aantal tests bleef onaangeroerd: een sociaal inspecteur moet nog steeds een schriftelijke toestemming hebben van de arbeidsauditeur alvorens tot het uitvoeren van een test over te gaan. Naar verluidt zouden de sociaal inspecteurs hiervoor zelf vragende partij zijn. De arbeidsauditoraten zullen het proces over het inzetten van de testen dus mee “bewaken”.

De testen kunnen worden ingezet tegen alle vormen van discriminatie – we kennen in België ondertussen méér dan 35 discriminatiecriteria… – en niet enkel voor de beperkte gevallen waar discriminatie strafbaar wordt gesteld (te weten: raciale en opzettelijke genderdiscriminatie). Het effect van deze uitbreiding zal dus allicht vooral merkbaar zijn in de burgerlijke procedures voor de arbeidsgerechten.

Erg gecontesteerd is ook de mogelijkheid die de wet biedt aan sociaal inspecteurs om bij het uitvoeren van een test een beroep te doen op een derde. Deze derde moet niet noodzakelijk een sociaal inspecteur zijn. De bedoeling is dat de derde de sociaal inspecteur kan bijstaan in zijn opdracht (bv. opstellen van een cv) maar hij mag niet naar een bedrijf gestuurd worden om er een sollicitatiegesprek te voeren dat kadert binnen een situatietest.

Het wetsontwerp is goedgekeurd in de plenaire zitting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Het is nu wachten op de publicatie in het Staatsblad.

Bron: Mploy