Summer Deal
‘Loon- en arbeidsvoorwaarden’

8 webinars on demand

Summer Deal
‘Internationale tewerkstelling’

4 webinars on demand

Summer Deal
‘Welzijn op het werk’

5 webinars on demand

Car policies:
15 aandachtspunten
onder de loep

Webinar op 6 oktober 

De Klokkenluidersregeling:
de klok tikt…

Webinar op 30 augustus

Grensoverschrijdend gedrag: what’s in a name?

Webinar on demand

COVID-19: De weigering om de maatregelen ter voorkoming van de verspreiding van het virus na te leven, kan een dringende reden uitmaken, die de onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt (Claeys & Engels)

Auteur: Claeys & Engels

Terwijl België opnieuw geconfronteerd wordt met een toename van positieve COVID-19-gevallen, bevestigen een aantal gerechtelijke uitspraken dat de niet-naleving van de maatregelen om de verspreiding van het virus te voorkomen een dringende reden kan uitmaken, die een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsrelatie rechtvaardigt zonder opzeggingstermijn of -vergoeding. De arbeidsrechtbank van Luik, afdeling Luik, heeft onlangs in die zin geoordeeld dat het ontslag om dringende reden van een werknemer die naar het werk was gekomen, zonder in quarantaine te gaan na een hoogrisicocontact met een persoon die positief getest had op COVID-19, gerechtvaardigd was. Ook de Nederlandstalige arbeidsrechtbank van Brussel heeft het ontslag om dringende reden van een werknemer bevestigd nadat hij herhaaldelijk en na verschillende aanmaningen had nagelaten op het werk een mondmasker te dragen.

Beslissing van de arbeidsrechtbank van Luik

Deze beslissing betreft een werknemer, tewerkgesteld in een rusthuis, die in het kader van zijn werkzaamheden regelmatig contact had met de bewoners van het rusthuis en met collega’s.

Hoewel hij wist dat hij een hoogrisicocontact had gehad met een persoon die positief testte op COVID-19, had de werknemer zichzelf niet getest of in quarantaine geplaatst. Integendeel, hij had zich de volgende dag op zijn werkplek gemeld en aan twee van zijn collega’s uitgelegd dat hij een sms-bericht had ontvangen waarin hij op de hoogte werd gesteld van het positieve contact, maar dat hij niet van plan was zich te laten testen of zichzelf in quarantaine te plaatsen omdat hij dan een deel van zijn loon zou verliezen. De werknemer had zijn twee collega’s ook verteld dat hij niet van plan was de directie in te lichten en dat hij het de volgende keer aan niemand zou vertellen.

Na kennis te hebben genomen van deze feiten, was de werkgever van oordeel dat dit elke verdere professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakte en werd overgegaan tot het ontslag om dringende reden.

De werknemer vocht zijn ontslag aan voor de arbeidsrechtbank, die de beslissing van de werkgever heeft bevestigd. De rechtbank oordeelde dat, ongeacht de maatregelen ter voorkoming van COVID-19 niet in het arbeidsreglement of in een interne schriftelijke mededeling zijn opgenomen, iedere burger die wordt blootgesteld aan een hoogrisicocontact met een persoon die positief testte op COVID-19, wettelijk verplicht is zichzelf onmiddellijk in quarantaine te plaatsen, contact op te nemen met zijn arts voor een Covid-test en gedurende een periode van ten minste 10 dagen in quarantaine te blijven.

De rechtbank was dan ook van oordeel dat het feit dat de werknemer op het werk verschijnt, a fortiori in een rusthuis, zonder een Covid-test uit te voeren en zonder zichzelf in quarantaine te plaatsen na een hoogrisicocontact te hebben gehad met een persoon die positief testte op COVID-19, een zware fout uitmaakt.

Beslissing van de Nederlandstalige arbeidsrechtbank van Brussel

In een andere zaak werd een werknemer tweemaal door zijn werkgever gewaarschuwd omdat hij op het werk geen mondmasker droeg, hetgeen in strijd was met de toen geldende wettelijke bepalingen. Na een derde vaststelling heeft de werkgever de werknemer om dringende reden ontslagen.

Dit ontslag werd ook aangevochten door de werknemer, maar ook in deze zaak heeft de Nederlandstalige arbeidsrechtbank van Brussel het ontslag om dringende reden bevestigd.

De rechtbank herinnerde eraan dat het dragen van het mondmasker destijds een essentiële en verplichte veiligheidsmaatregel was, waarin de wet voorzag. Hoewel de werknemer van deze verplichting op de hoogte was door de twee waarschuwingen en de interne mededelingen van de werkgever, had hij het belang van het dragen van het masker volledig geminimaliseerd. Hierdoor was hij in strijd met zowel de toepasselijke wettelijke verplichting als met de instructies van de werkgever, waardoor hij zichzelf en zijn collega’s in gevaar had gebracht.

De rechtbank was van oordeel dat dit gedrag het voor de voortzetting van de arbeidsrelatie noodzakelijke vertrouwen onmiddellijk en blijvend had geschonden.

De arbeidsrechtbank van Antwerpen, afdeling Hasselt, had in juli 2020 reeds een vonnis in dezelfde zin geveld, waarbij het ontslag om dringende reden van een beschermde werknemer die weigerde zijn masker te dragen werd bevestigd. De rechtbank wees op het gevaar voor de werknemer en zijn collega’s, en op de aard van de activiteit van de onderneming. De onderneming is namelijk actief in de levensmiddelenindustrie waar strikte hygiëne- en veiligheidsvoorwaarden vereist zijn.

Actiepunt

Wanneer een werknemer de op het federaal niveau en/of op het niveau van de onderneming opgelegde COVID-19-maatregelen niet naleeft, kan dit naar gelang van de omstandigheden een ernstige fout uitmaken die de onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, zonder opzeggingstermijn of -vergoeding. Zo kan worden rekening gehouden met het feit dat de werknemer regelmatig in contact staat met kwetsbare personen, dat de werkgever actief is in een sector waar hygiëne prioriteit is en/of dat de werknemer herhaaldelijk is opgedragen de maatregelen na te leven.

Bron: Claeys & Engels

Legal Manager