Vakantiedagen en het arbeidsrecht

Mr. Kato Aerts en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)

Webinar op dinsdag 11 juni 2024


Het nieuwe Boek 6:
de impact op de werkvloer

Mr. Chris Persyn (Cautius)

Webinar op donderdag 4 juli 2024

Arbeid: fiscale aanpassingen door de Wet van 31 juli 2023, gepubliceerd in het Staatsblad van 23 augustus 2023 (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

De Wet houdende diverse fiscale bepalingen van 31 juli 2023 bevat een aantal aanpassingen wat arbeid betreft:

1. De opheffing van de fiscale bepalingen met betrekking tot het opleidingsbudget

Om de inzetbaarheid van werknemers op de arbeidsmarkt te verhogen, werd bij de wet van 7 april 2019 betreffende de sociale bepalingen van de jobsdeal het opleidingsbudget ingevoerd als alternatief voor artikel 39ter, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten dat in de praktijk dode letter was gebleven. Het opleidingsbudget is bij gebrek aan uitvoeringsbepalingen echter ook nog niet effectief in werking kunnen treden. Met de recente hervorming van artikel 39ter, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten door de wet van 3 oktober 2022 houdende diverse arbeidsbepalingen heeft het opleidingsbudget ook zijn relevantie verloren. Om verwarring te vermijden en te zorgen voor de uniformiteit van het recht is het dus aangewezen om het opleidingsbudget te schrappen. De fiscale bepalingen met betrekking tot het opleidingsbudget worden dus opgeheven.

2. De verlenging van een maatregel inzake studentenarbeid in de zorgsector

Net als voor bezoldigingen voor de uren studentenarbeid gepresteerd in de zorgsector in 2022, wordt met de uren studentenarbeid gepresteerd in de zorgsector in het eerste kwartaal van 2023 geen rekening te houden om het bedrag van de bestaansmiddelen te bepalen. Op die manier wordt vermeden dat studenten door die extra prestaties in de zorgsector teveel netto bestaansmiddelen zouden hebben om nog langer ten laste te kunnen zijn van hun ouders.

3. Wijziging van meerdere wetten met betrekking tot de netto-overuren

In het kader van de tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie werd de mogelijkheid gecreëerd om een beperkt aantal netto overuren te presteren. De vrijstelling was louter gelinkt aan de periode waarin de overuren worden gepresteerd, niet aan het tijdstip waarop de bezoldigingen voor die overuren worden betaald of toegekend. Nu wordt de vrijstelling op het vlak van de inkomstenbelastingen beperkt tot de bezoldigingen die uiterlijk op het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin de overuren zijn gepresteerd, worden uitbetaald. Door de vrijstelling in de tijd te beperken, worden complexe situaties vermeden waarbij bezoldigingen voor overuren mogelijks in aanmerking komen voor een fiscale vrijstelling of voor een belastingheffing tegen het gemiddeld tarief van het laatste belastbare tijdperk met 12 maanden beroepsinkomsten (achterstallen) en bovendien moeten de talrijke codes voor betrokken regelingen op die manier slechts gedurende een beperkt aantal belastbare tijdperken worden voorzien op de individuele inkomstenfiches en in de aangifte in de personenbelasting en belasting van niet-inwoners.

4. De verhoging van het maximumbedrag van de fiscale werkbonus

Vanaf aanslagjaar 2024 wordt het maximumbedrag van de fiscale werkbonus gebracht op (nog te indexeren) 550 euro (wat na indexering zou neerkomen op een bedrag van 1.030 euro). Vanaf aanslagjaar 2025 gaat de fiscale werkbonus verder omhoog naar (nog te indexeren) 570 euro.

Lees de volledige fiche van het Wetsontwerp

» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid