Ondernemingsstrafrecht:
wat wijzigt er door boek I en boek II van het Strafwetboek?

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op dinsdag 11 juni 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Het nieuwe Boek 6 en de impact inzake verzekeringen:
een analyse aan de hand van 10 knelpunten

Mr. Sandra Lodewijckx en mr. Pieter-Jan Van Mierlo (Lydian)

Webinar op vrijdag 26 april 2024


Zekerheden: een update
aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters en mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op vrijdag 8 november 2024


Vereffening-verdeling van nalatenschappen:
16 probleemstellingen

Mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)

Webinar op vrijdag 26 april 2024


Het nieuwe Boek 6 en de impact
voor de bouw- en vastgoedsector:
10 aandachtspunten

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 23 april 2024

Weg met het samenloopverbod en de quasi-immuniteit van de hulppersoon (De Langhe Advocaten)

Auteurs: Bruno Thoen en Wibo Van Poeck (De Langhe Advocaten)

Op 1 februari 2024 is Boek 6 (buitencontractuele aansprakelijkheid) van het Burgerlijk Wetboek aangenomen, als volgende stap in de globale hervorming daarvan. Een belangrijke verandering is de afschaffing van het “samenloopverbod” en de “quasi-immuniteit van de hulppersoon”. In dit artikel staan we stil bij wat dit betekent.

Het samenloopverbod en de quasi-immuniteit van de hulppersoon …

In België geldt op heden het “samenloopverbod” tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid: u kan iemand met wie u een contract heeft en die in dat kader een tekortkoming begaat, enkel contractueel aansprakelijk stellen. Een buitencontractuele vordering zal niet mogelijk zijn, tenzij de contractuele tekortkoming tegelijk ook een misdrijf is (of kadert in een reglementaire verhouding). Het belang van het samenloopverbod is groot en ligt voornamelijk in het niet kunnen omzeilen van contractuele aansprakelijkheidsbeperkingen en in het niet kunnen claimen tegen de hulppersonen van uw contractspartij, zij zijn “quasi-immuun” (bijv. een onderaannemer of de bestuurder van een onderneming).

Het voorbeeld van een bouwheer die beroep doet op een (hoofd)aannemer, die voor een deel van de werken zelf beroep doet op een onderaannemer (bijv. voor het plaatsen van ramen) is typisch. Indien de onderaannemer schade veroorzaakt (bijv. door de vloer te beschadigen uit onvoorzichtigheid), kan de bouwheer hem niet rechtstreeks contractueel aanspreken, aangezien zij onderling geen contract hebben. Anderzijds kan hij dit ook niet buitencontractueel, aangezien de onderaannemer wel werken uitvoert uit het hoofdcontract tussen de bouwheer en de hoofdaannemer en er het verbod geldt van samenloop tussen contractuele en buitencontractuele claims over dezelfde feiten. De bouwheer kan zich dus enkel tot de hoofdaannemer richten, en enkel contractueel. De onderaannemer is wel slechts “quasi” immuun: hij kan nog steeds contractueel worden aangesproken door de hoofdaannemer en buitencontractueel door loutere derden (bijv. indien de ramen op een voorbijganger vallen).

… verdwijnen uit ons aansprakelijkheidsrecht

Voortaan wordt samenloop wel toegelaten: bij een contractuele tekortkoming die tegelijk een buitencontractuele fout is, heeft de benadeelde de keuze tussen een contractuele en een buitencontractuele vordering. Anderzijds zal de aansprakelijke nu wel zijn verweermiddelen uit de contractuele relatie (bijv. aansprakelijkheidsbeperking, specifieke wettelijke verjaring of contractuele uitsluiting van samenloop) ook kunnen inroepen tegen de buitencontractuele claim, tenzij hij de fysieke of psychische integriteit van de benadeelde heeft aangetast (bijv. onopzettelijke slagen en verwondingen) of de schade met opzet veroorzaakte.

Wat dan met de positie van de hulppersoon? Een contractuele vordering van de hoofdschuldeiser tegen de hulppersoon blijft onmogelijk, er is immers geen contract tussen hen. Een buitencontractuele vordering zal nu wel kunnen, tenzij het contract of bijzondere wetgeving dit uitsluiten of beperken. De hulppersoon geniet daarbij wel een dubbele bescherming: hij kan tegen de hoofdschuldeiser zowel de verweermiddelen uit de contractuele relatie tussen de hoofdschuldenaar en de hoofdschuldeiser inroepen, als deze uit zijn eigen contractuele relatie met de hoofdschuldenaar (tenzij dus i.g.v. opzet of aantasting van de persoonlijke integriteit). Hulppersonen zullen zo meer risico lopen op aansprakelijkheid en het insolventierisico van de hoofdschuldenaar wordt ook deels verplaatst van de hoofdschuldeiser naar de hulppersoon. Anderzijds zal het belang van bijzondere wetgeving die hulppersonen beschermt (bijv. werknemers voor eenmalige lichte fout) uiteraard toenemen.

Inwerkingtreding

Boek 6 BW zal vermoedelijk in werking treden op 1 januari 2025 en van toepassing zijn op schadeverwekkende feiten van na de inwerkingtreding, maar niet op toekomstige gevolgen van feiten van daarvoor. Het is (voorlopig) onduidelijk of de wet ook van toepassing zal zijn op tekortkomingen na de inwerkingtreding m.b.t. contracten die dateren van voordien. Het zal in elk geval van belang zijn om in contracten en verzekeringen rekening te houden met dit nieuwe speelveld.

Bron: De Langhe Advocaten