Buitencontractuele aansprakelijkheidsregelingen:
een kritische benadering na de
invoering van Boek 6 BW
Prof. dr. Britt Weyts (UAntwerpen)
Webinar op vrijdag 5 juni 2026
Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies
Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Verzekering. Schadeaangifte en stuitende verjaring. Cass. 13 maart 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
In een geschil tussen diverse verzekeraars (waaronder Allianz en Tokio Marine) en verzekerden, oordeelde het hof van beroep te Brussel in eerste instantie dat een vordering tegen de verzekeraars niet was verjaard. Het hof stelde in zijn arrest dat élke schadeaangifte die binnen de termijn van drie jaar gebeurde, de verjaring stuit. Dit zou volgens het hof zelfs gelden ongeacht of deze aangifte strikt voldeed aan de wettelijke voorwaarden voor een zogenaamde “tijdige” aangifte.
Verweermiddelen
De verzekeraars lieten het hier niet bij en stelden een voorziening in cassatie in. Zij voerden aan dat het hof van beroep de Belgische Verzekeringswet (meer specifiek de artikelen 74 en 89) verkeerd interpreteerde. Volgens hun verweer kan een schadeaangifte de verjaringstermijn uitsluitend stuiten wanneer deze daadwerkelijk “tijdig” is gedaan, wat betekent dat deze zo snel als redelijkerwijs mogelijk is ingediend, zoals het contract vereist.
Principes
Het Hof van Cassatie schept nu juridische duidelijkheid over de toepassing van de Verzekeringswet van 4 april 2014. Artikel 89, § 3 bepaalt dat de verjaring wordt gestuit totdat de verzekeraar schriftelijk zijn beslissing meedeelt, maar wel op voorwaarde dat de aangifte in de eerste plaats “tijdig” is gebeurd. Artikel 74, § 1 specificeert verder dat een aangifte zo snel mogelijk moet plaatsvinden.
Het Hof oordeelt hier zeer scherp en principieel: de stuitende werking van een aangifte is uitsluitend voorbehouden voor een schadeaangifte die aan de strikte voorwaarden van artikel 74, § 1 voldoet.
Besluit
Het Hof van Cassatie vernietigt het arrest van het Brusselse hof van beroep. Het was een fout van de rechters om te oordelen dat het stuitende effect van de verjaring ook van toepassing is op schadeaangiftes die niet conform de wettelijke en contractuele tijdigheidsvereisten werden gedaan.
De zaak wordt nu voor een definitieve en nieuwe beoordeling doorverwezen naar het hof van beroep te Luik.
» Bekijk alle artikels: Verzekeringen & Aansprakelijkheid












