Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Webinar op donderdag 20 mei 2027
Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies
Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Verzekeringsrecht:
recente wetgeving en rechtspraak anno 2027
Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)
Webinar op vrijdag 19 maart 2027
Verzekering. Aansprakelijkheid buiten overeenkomst: blijvende arbeidsongeschiktheid. Cassatie 5 juni 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Samenvatting
De zaak betreft een verkeersongeval uit 2017 waarvoor een verzekerde van AXA aansprakelijk was. Het slachtoffer vorderde een vergoeding voor onder meer zijn blijvende persoonlijke, huishoudelijke en arbeidsongeschiktheid. De rechtbank van eerste aanleg van Eupen kende hem een schadevergoeding toe, maar berekende bepaalde schadeposten volgens het slachtoffer te beperkt. De zaak kwam vervolgens voor het Hof van Cassatie.
Eerste cassatiemiddel: inflatie
Het slachtoffer voerde aan dat de rechtbank ten onrechte wel rekening had gehouden met een inflatiecoëfficiënt van 2,21% bij de kapitalisatie van zijn toekomstige arbeidsschade, maar niet bij zijn blijvende persoonlijke en huishoudelijke schade.
Het Hof van Cassatie verklaart dit middel gegrond. Het herinnert eraan dat:
- de rechter de schade moet beoordelen op het ogenblik waarop hij uitspraak doet;
- kapitalisatie ertoe strekt toekomstige schade om te zetten in een kapitaalbedrag;
- dat kapitaal de contante waarde vertegenwoordigt van de bedragen die in de toekomst verschuldigd zullen zijn;
- de rechter daarom, wanneer het slachtoffer dit vraagt, rekening moet houden met toekomstige monetaire ontwikkelingen, zoals inflatie.
De redenering van de appelrechter dat persoonlijke en huishoudelijke schade niet stijgt wanneer de consumptieprijzen stijgen, volstaat dus niet. Wanneer dezelfde kapitalisatiemethode wordt gebruikt, moet worden onderzocht of ook voor deze schadeposten rekening moet worden gehouden met de toekomstige geldontwaarding, teneinde de schade integraal te vergoeden.
Tweede cassatiemiddel: verhoogde inspanningen
Het slachtoffer vroeg daarnaast een vergoeding voor de verhoogde inspanningen die hij moest leveren om zijn inkomsten te behouden. Hij stelde voor om die schade te berekenen op basis van zijn gemiddelde dagloon.
De rechtbank had dit voorstel verworpen en een forfaitair bedrag van 25 euro per dag toegepast bij een volledige arbeidsongeschiktheid, omdat de vergoeding voor verhoogde inspanningen volgens haar niet afhankelijk mocht zijn van het salaris. Volgens de rechtbank zou dit ertoe leiden dat twee personen die dezelfde inspanningen leveren, maar een verschillend loon verdienen, verschillend worden vergoed.
Ook dit middel wordt door het Hof van Cassatie gegrond verklaard.
Het Hof preciseert dat:
- het materiële nadeel van een blijvende arbeidsongeschiktheid bestaat in een vermindering van de economische waarde van het slachtoffer op de arbeidsmarkt;
- inkomensverlies en de noodzaak om verhoogde inspanningen te leveren slechts verschillende uitingsvormen van die economische schade zijn;
- de schade concreet moet worden beoordeeld, rekening houdend met de individuele situatie van het slachtoffer;
- een forfaitaire of billijkheidsbegroting slechts mogelijk is wanneer de rechter motiveert waarom de voorgestelde berekeningswijze niet kan worden aanvaard en waarom de schade niet anders kan worden bepaald.
Door zonder voldoende concrete motivering een forfaitair bedrag van 25 euro per dag te hanteren en het salaris als relevante factor uit te sluiten, heeft de rechtbank volgens het Hof het beginsel van de integrale schadevergoeding en de verplichting tot een concrete schadebegroting miskend.
Beslissing
Het Hof van Cassatie:
- vernietigt het vonnis van 30 april 2024 voor zover het betrekking heeft op de blijvende persoonlijke, huishoudelijke en arbeidsongeschiktheid;
- vernietigt het vonnis ook wat de kosten betreft;
- verwijst de zaak in die beperkte omvang naar de rechtbank van eerste aanleg van Eupen, anders samengesteld en zitting houdend in hoger beroep;
- houdt de beslissing over de kosten aan voor de feitenrechter.
De overige onderdelen van het vonnis blijven dus in beginsel behouden.
» Bekijk alle artikels: Verzekeringen & Aansprakelijkheid

















