Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies
Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Uw schadeclaim veiligstellen? Tijdig melden is cruciaal (DLPA Advocaten)
Auteur: DLPA Advocaten
Rechtstreekse vordering tegen de verzekeraar
In een recent arrest van 23 april 2026 verduidelijkt het Hof van Cassatie dat de verjaring van de verzekerde tegen de eigen verzekeraar een verjaringstermijn is die vatbaar is voor schorsing en stuiting. Dit arrest kan ook van belang zijn voor de rechtstreekse vordering van de benadeelde tegen de verzekeraar van de schadeveroorzaker.
Een rechtstreekse vordering houdt in dat een benadeelde zich rechtstreeks kan richten tot de verzekeraar van de schadeveroorzaker, zonder eerst de schadeveroorzaker zelf te moeten aanspreken. Dit is in de praktijk van belang wanneer de schadeveroorzaker zelf onvoldoende solvabel zou blijken. Denk o.a. aan een bouwheer die schade lijdt door fouten van een architect, of aan een aannemer die schade lijdt door fouten van de onderaannemer en zich rechtstreeks wenst te richten tot de BA-verzekeraar om effectieve vergoeding van de schade te bekomen.
In het arrest van het Hof van Cassatie van 23 april 2026 stond de vraag centraal of de absolute termijn van vijf jaar uit artikel 88, §1 Verzekeringswet een verjaringstermijn dan wel een vervaltermijn uitmaakt. Dat onderscheid is cruciaal: een verjaringstermijn kan worden gestuit of geschorst, terwijl een vervaltermijn definitief afloopt.
Artikel 88, § 1 Verzekeringswet bepaalt immers dat een vordering op basis van een verzekeringsovereenkomst verjaart drie jaar na het schadeverwekkend feit. Wanneer de verzekerde pas later kennis krijgt van dat feit, begint de termijn pas vanaf die kennisname te lopen, maar verstrijkt zij in ieder geval vijf jaar na het schadeverwekkend feit, behoudens bedrog.
Stuiting en schorsing cruciaal
Verjaring houdt in dat een recht verloren kan gaan wanneer het niet binnen de wettelijk bepaalde termijn wordt uitgeoefend. Wordt het recht wel tijdig uitgeoefend of erkent de schuldenaar het recht, dan wordt de verjaring gestuit en begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen die even lang is als de oorspronkelijke termijn.
Concreet voor verzekeringszaken wordt, indien het schadegeval tijdig is aangemeld (zowel door een verzekerde als door een derde schadelijder), de verjaring gestuit tot op het ogenblik dat de verzekeraar aan de wederpartij schriftelijk kennis heeft gegeven van zijn beslissing.
De stuiting van de verjaring heeft tot gevolg dat de reeds verlopen verjaringstermijn wordt uitgewist en dat vanaf de dag volgend op de stuitingsdaad een nieuwe verjaringstermijn van dezelfde duur en aard aanvangt.

Dit mechanisme is in de praktijk van groot belang, zeker in complexe ondernemings- en bouwdossiers waar expertises, onderhandelingen en discussies over aansprakelijkheid vaak meerdere jaren aanslepen.
Het arrest van 23 april 2026
De zaak betrof een vordering ingesteld door een museum en de eigenaars van een kunstwerk ten aanzien van hun verzekeraar om dekking te bekomen voor hun geleden schade. Het Hof van Beroep Antwerpen had in een arrest van 29 oktober 2024 geoordeeld dat de vordering tegen de verzekeraar niet verjaard was.
De verzekeraar voerde in cassatie aan dat de absolute termijn van vijf jaar een vervaltermijn uitmaakt en dus niet vatbaar is voor stuiting of schorsing.
Het Hof van Cassatie volgde die redenering niet en oordeelde dat uit de samenlezing van artikelen 88 en 89 van de Verzekeringswet blijkt dat (naast de driejarige termijn ook) de vijfjarige termijn een verjaringstermijn blijft. Bijgevolg is deze termijn vatbaar voor stuiting en schorsing.
Belangrijkste lessen voor de praktijk
Dit arrest bevestigt dat de absolute termijn van vijf jaar geen onverbiddelijke vervaltermijn is, maar een verjaringstermijn die onder bepaalde voorwaarden kan worden gestuit of geschorst. De redenering uit dit arrest kan ons inziens ook worden doorgetrokken naar de rechtstreekse vordering van een benadeelde tegen de verzekeraar waardoor ook deze termijn voor stuiting en schorsing vatbaar zou zijn.
Voor ondernemingen is de praktische boodschap in ieder geval duidelijk: wacht niet af wanneer je schade lijdt. Maak tijdig, schriftelijk en uitdrukkelijk kenbaar dat je vergoeding wenst voor je eigen geleden schade aan de BA-verzekeraar van de schadeveroorzaker of dat er schade op u verhaald wordt door een derde.
Een correcte en tijdige melding aan de verzekeraar kan immers de verjaring stuiten tot op het ogenblik waarop de verzekeraar schriftelijk en persoonlijk een gemotiveerde bevestiging of weigering van dekking meedeelt.
Binnen de uiterlijke termijn van vijf jaar dient een rechtsvordering ingesteld te zijn via de rechtbank. Een loutere ingebrekestelling binnen deze termijn is onvoldoende.
Bron: DLPA
» Bekijk alle artikels: Verzekeringen & Aansprakelijkheid













