Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten

Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)

Webinar op vrijdag 29 januari 2027


Verzekeringsrecht:
recente wetgeving en rechtspraak anno 2027

Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)

Webinar op vrijdag 19 maart 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Aansprakelijkheid van medische beroepsbeoefenaars en zorginstellingen anno 2027

Prof. dr. Christophe Lemmens (Dewallens & partners)

Webinar op vrijdag 15 oktober 2027

Het vergoeden van ecologische schade: minder vanzelfsprekend dan men denkt… (Blog Privaatrecht)

Auteur: Yoran Gysemans (Blog Privaatrecht)

De aftakeling van de natuur en de biodiversiteit wordt de laatste decennia meer en meer onder de aandacht gebracht in de Belgische maatschappij en de rest van de wereld. Hoewel natuurbescherming in België vooral preventief wordt vormgegeven, via het administratieve milieurecht, gaan er steeds meer stemmen op om in te zetten op herstel van beschadigde natuur. De ratio hierachter is dat het volledig voorkomen van natuuraantasting onmogelijk is, waardoor de aangetaste natuur hersteld dient te worden.

Volledig herstel van beschadigde natuur is echter niet altijd mogelijk binnen het klassieke aansprakelijkheidsrecht, zodat een bijzondere regeling wenselijk is. De wetgever heeft zich voorgenomen zo’n regeling uit te werken, wat enkele cruciale vraagstukken met zich meebrengt. Zo moet onder meer het toepassingsgebied van ecologische schade worden afgebakend, dient een adequate vertegenwoordigingsstructuur te worden gezocht, en moet bij het herstel rekening worden gehouden met de bijzondere kenmerken van de natuur. Die bijzondere kenmerken zijn onder meer haar regeneratieve kracht, de niet representatieve marktwaarde van de natuur, de langdurige herstelduur en de complexe verwevenheid tussen natuurbestanddelen. In het kader van mijn masterscriptie heb ik een wetsvoorstel uitgewerkt waarin ik antwoorden probeer te vinden op een aantal vragen die gepaard gaan met een dergelijk initiatief, waarvan ik er enkele bespreek in deze blogpost.

Het begrip ecologische schade

Belangrijk is de vraag welke natuurbestanddelen juist vatbaar zijn voor ecologische schade. Wat als een bloemenperkje in een voortuin vernield wordt? Is dit ecologische schade of is louter herstel van de persoonlijke schade voldoende? Verandert dit als het gaat over een ecologisch waardevolle, eeuwenoude eik?

Een dominante benadering in België stelt dat de erkenning van ecologische schade enkel nuttig is bij natuurbestanddelen die niet toegeëigend zijn. Toegeëigende natuurbestanddelen raken de belangen van de eigenaar en kunnen dus onder persoonlijke schade hersteld worden.

Het uitgewerkte voorstel houdt geen rekening met deze opsplitsing, maar aanvaardt dat alle natuurbestanddelen vatbaar zijn voor ecologische schade, ongeacht hun eigendomsstatuut. Het herstel van ecologische schade verschilt immers aanzienlijk van het herstel van persoonlijke schade, waardoor toegeëigende natuurbestanddelen niet altijd adequaat hersteld kunnen worden onder persoonlijke schade. Bijvoorbeeld: het verlies van een stuk bos met ecologisch waardevolle eiken kan voor de eigenaar slechts een kleine economische schade inhouden, waardoor een dure restauratie onredelijk is. Ecologisch gezien kan het verlies echter flagrant zijn door het verlies aan habitat of biodiversiteit, waardoor restauratie vanuit ecologisch standpunt wel redelijk is.

Ecologische waarde wordt dus gekozen als sleutelbegrip, verwijzend naar de voordelen die het natuurbestanddeel biedt voor het ecosysteem. Om vatbaar te zijn voor ecologische schade dient het natuurbestanddeel een positieve ecologische waarde te hebben (natuurbestanddelen kunnen immers ook negatieve ecologische waarde hebben, bv. invasieve uitheemse soorten). Op deze manier wordt binnen het voorstel rekening gehouden met de complexe verwevenheid van de natuur en wordt gekeken naar de feitelijke ecologische werkelijkheid, ongeacht de juridische realiteit.

Bij ecologische schade bij toegeëigende natuurbestanddelen dient er verder nog rekening gehouden te worden met de belangen van de eigenaar. Herstel van ecologische schade gebeurt immers op een andere, en voor de eigenaar meer beperkte, manier dan herstel van persoonlijke schade. Zo is het bijvoorbeeld niet ecologisch verantwoord dat de eigenaar van een vernield stuk bos kan kiezen voor schadevergoeding boven herstel in natura, wat hij wel kan bij het herstel van persoonlijke schade.

Om hiermee rekening te houden, vallen toegeëigende natuurbestanddelen slechts binnen het toepassingsgebied van ecologische schade indien hun ecologische waarde het persoonlijke belang van de eigenaar overstijgt. De afweging tussen ecologische waarde en het persoonlijke belang kan op verschillende manieren gebeuren. De afweging kan gemaakt worden door de rechter. De ecologisch waardevolle natuurbestanddelen kunnen ook expliciet opgelijst worden in wetgeving (deze laatste oplossing werd gekozen in de EU-milieuaansprakelijkheidsrichtlijn). De rechter is echter geen ecoloog en een lijst is heel statisch waardoor de ecologische complexiteit miskend kan worden.

In het voorstel wordt daarom gekozen om, net zoals in het voorontwerp van het decreet milieubeleid uitgewerkt door de commissie Bocken, te verwijzen naar milieuwetgeving. Als bepaalde toegeëigende natuurbestanddelen door het milieurecht beschermd worden, zijn ze bijgevolg vatbaar voor ecologische schade. Op die manier is de afweging tussen het individueel belang en de ecologische waarde (mogelijks tegenstrijdige belangen) gemaakt door een democratisch gelegitimeerd orgaan, dat als enige het algemeen belang kan vaststellen. Bovendien kan ervan uitgegaan worden dat het milieurecht op een natuurlijke wijze meegroeit met nieuwe wetenschappelijke inzichten over de natuur.

Vertegenwoordiging van de natuur

Ecologische schade dient via vertegenwoordiging in de rechtbank te komen aangezien de natuur niet zelf naar de rechter kan stappen. De ideale vertegenwoordiger heeft zowel de bereidheid als de capaciteit om op te komen voor ecologische schade. Er zijn veel verschillende vertegenwoordigingsmogelijkheden. De natuur kan vertegenwoordigd worden door: de overheid (zoals in de VS), milieuverenigingen (zoals in België binnen het gemeen aansprakelijkheidsrecht), voogden van de natuur (zoals in Colombia, Nieuw-Zeeland en Spanje) of een brede locus standi (zoals in de Ecuadoriaanse grondwet).

In het voorstel wordt gebruikgemaakt van een tandem tussen milieuverenigingen en de overheid, zoals ook het geval is in de EU-milieuaansprakelijkheidsrichtlijn en bij préjudice ecologique in Frankrijk. Deze tandem laat toe om de sterke capaciteit van de overheid (die instaat voor de dagelijkse milieumonitoring en daardoor veel expertise en middelen heeft) te combineren met de sterke bereidheid van milieuverenigingen (die verplicht opkomen voor hun belangeloos doel, namelijk milieubescherming). Het lijkt mij verder noodzakelijk om de verhouding tussen deze twee vertegenwoordigers vast te leggen. Naar inspiratie van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn kan best gewerkt worden met een getrapt systeem waarbij de milieuvereniging de overheid kan betrekken en gebruik kan maken van haar capaciteiten.

Keuze tussen restauratie en herstel bij equivalent

De literatuur stelt nagenoeg unaniem dat restauratie (of herstel in natura) de absolute voorkeur moet krijgen bij ecologische schade. Restauratie bestaat erin de aangetaste natuur naar een bepaalde gezondere referentietoestand terug te brengen, bij voorkeur een toestand met dezelfde ecologische waarde als voor het schadegeval. Toch zal volledige restauratie niet altijd wenselijk (de restauratie is disproportioneel duur) of mogelijk (de natuur is onherstelbaar beschadigd) zijn. Een interessante vraag is wanneer de rechter dan kan kiezen voor herstel bij equivalent, zoals ecologische compensatie of een schadevergoeding, in plaats van restauratie van de natuur.

Men kan hiervoor kijken naar de economische waarde van de aangetaste natuurbestanddelen, waarbij de natuurvermindering dan monetair begroot en afgewogen wordt tegen de kosten van restauratie. Indien restauratie dan duurder is dan de waarde van de natuurvermindering, is restauratie onredelijk. Dit criterium, de lesser-of-rule, werd vroeger standaard toegepast in de VS. Het uitgangspunt is dat het economisch inefficiënt is om meer te betalen voor herstel dan de oorspronkelijke waarde van de natuur. Hierdoor wordt restauratie echter minder snel als redelijk beschouwd en moet de natuur economisch worden gewaardeerd, wat bijzonder moeilijk is.

Een ander criterium kijkt naar de voordelen van de restauratiemaatregelen voor de natuur. Dit criterium wordt gebruikt in het Duitse Umwelthaftungsgesetz en in het Vlaams voorontwerp van het Decreet Milieubeleid.

Het uitgewerkte voorstel slaat deze vraag eigenlijk over en stelt dat er altijd volop ingezet moet worden op restauratie. De rechter kiest voor elk schadegeval de meest geschikte manier van restauratie (er zijn altijd verschillende restauratiemogelijkheden die verschillen in kosten, effecten of duurtijd). Daarbij houdt hij rekening met de kenmerken van het ecosysteem, zoals de weerbaarheid en het vermogen om zich te herstellen. Daarnaast kijkt hij ook naar de aard van de schade en de technische mogelijkheden, zoals de haalbaarheid en de kosten. Wat na de restauratie niet hersteld is, dient aanvullend hersteld te worden via ecologische compensatie of een schadevergoeding. Op die manier wordt volop ingezet op restauratie op de plaats van aantasting, wat nodig is in een land als België waar natuurgebieden niet in overvloed aanwezig zijn.

Meer weten? Zie GYSEMANS Y., Buitencontractuele aansprakelijkheid doorgetrokken voor de natuur: voorstel tot wet over de vergoedbaarheid van ecologische schade, masterproef KU Leuven, 2026, https://repository.teneo.libis.be/delivery/DeliveryManagerServlet?dps_pid=IE85682806

Bron: Blog Privaatrecht

» Bekijk alle artikels: Verzekeringen & Aansprakelijkheid

Boeken in de kijker: