Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Buitencontractuele aansprakelijkheidsregelingen:
een kritische benadering na de
invoering van Boek 6 BW

Prof. dr. Britt Weyts (UAntwerpen)

Webinar op vrijdag 5 juni 2026


Verzekeringsrecht:
recente wetgeving en rechtspraak
anno 2026

Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)

Webinar op vrijdag 27 maart 2026

Het burgerrechtelijk en strafrechtelijk foutbegrip: hier scheiden onze wegen? (Blog Privaatrecht)

Auteur: Eline Henderickx (Blog Privaatrecht)

Jarenlang gold in het Belgische recht het principe van de eenheid van fout. Dit betekende dat bij onachtzaamheidsmisdrijven de strafrechtelijke fout op dezelfde wijze werd ingevuld als de buitencontractuele algemene zorgvuldigheidsnorm. Elke, zelfs lichte, onachtzaamheid volstond om strafrechtelijke aansprakelijkheid vast te stellen. Omdat de burgerlijke rechter gebonden is door het oordeel van de strafrechter (art. 4 V.T.Sv.), leidde dit ertoe dat wanneer de strafrechter geen strafrechtelijke fout vaststelde, het slachtoffer geen schadevergoeding meer kon bekomen.

Kritiek

Het leerstuk van de eenheid van fout kwam onder druk te staan door talrijke kritieken. De voornaamste bezorgdheid lag in het evenwicht tussen de dader en het slachtoffer. Strafrechters werden soms voor een lastige keuze gesteld: ofwel de schadeverwekker vrijspreken op basis van een mogelijk correcte beoordeling van de feiten, ofwel hem toch veroordelen zodat het slachtoffer eenvoudig aanspraak kon maken op een schadevergoeding. Vaak werd dan voor de tweede optie gekozen, wat aanleiding gaf tot controverse. Men meende ook dat daders te streng werden aangepakt, aangezien zelfs de lichtste fout kon worden bestraft. Deze problematiek vroeg om een hervorming, die er uiteindelijk kwam met boek 6 van het nieuw Burgerlijk Wetboek (inwerkingtreding op 1 januari 2025) en het nieuw Strafwetboek (inwerkingtreding op 8 april 2026).

Het nieuwe recht: een kort overzicht

Waar het oud Burgerlijk Wetboek in de definitie van een buitencontractuele fout twee elementen vereiste – een objectief en een subjectief element – maakt het nieuw Burgerlijk Wetboek een einde aan de expliciete vereiste van dat subjectief element. Daarnaast vereist het nieuw Strafwetboek voortaan een zware fout voor het bestaan van een onachtzaamheidsmisdrijf. Het gevolg: niet zomaar elke strafrechtelijke vrijspraak wegens het ontbreken van strafrechtelijke onachtzaamheid zal de burgerlijke rechter ervan weerhouden om toch nog een schadevergoeding uit te spreken. Daarmee komt er een einde aan de eenheid van fout.

Toch verdient deze afschaffing enige nuancering: het nieuw Burgerlijk Wetboek voorziet in gronden van uitsluiting van aansprakelijkheid, die nog steeds gebaseerd zijn op een element van schuld (zoals onder het subjectief element). Zo zullen minderjarigen onder de 12 jaar niet aansprakelijk kunnen worden gesteld en zal de schadeverwekker zich kunnen (blijven) beroepen op gronden als overmacht, wettige verdediging en noodtoestand. Dit toont aan dat het subjectief element in veel gevallen subtiel aanwezig blijft, waardoor in die gevallen ook na vrijspraak een schadevergoeding onmogelijk blijft. Toch zullen er nu voor het eerst situaties ontstaan waarin een schadevergoeding wel mogelijk wordt, ondanks een vrijspraak door de strafrechter. Dat zal zich voordoen wanneer de schadeverwekker een lichte fout beging, die onvoldoende ernstig is om te spreken van een onachtzaamheidsmisdrijf, maar wel volstaat om buitencontractueel aansprakelijk te worden gesteld.

Verantwoorde keuze van de wetgever?

De wetgever benadrukte bij deze wijzigingen het belang van rechtszekerheid (de mogelijkheid voor burgers om het recht te kennen en begrijpen), alsook proceseconomie (het belang van een efficiënte en betaalbare procedure). In het kader van mijn thesisonderzoek ging ik na in welke mate de nieuwe regeling beantwoordt aan deze twee pijlers.

Allereerst kan worden vastgesteld dat de wetgever met deze wijzingen inspeelt op de kritiek over het motief van strafrechters bij de veroordeling van schadeverwekkers. Wanneer er sprake is van een lichte fout, kan de strafrechter zijn oordeel niet langer laten afhangen van de overweging of hij het slachtoffer al dan niet een schadevergoeding “gunt”. In plaats daarvan zal de strafrechter hem moeten vrijspreken. Of het slachtoffer recht heeft op een schadevergoeding ligt dan in principe niet meer in zijn handen, maar in die van de burgerlijke rechter.

Bovendien heeft de wetgever de regels rond de leeftijdsgrens voor de aansprakelijkheid van minderjarigen, de gronden van uitsluiting van aansprakelijkheid en rechtvaardigingsgronden duidelijker en explicieter vastgelegd. Anderzijds laat de hervorming wel ruimte voor interpretatie wat betreft het begrip “zware fout”, aangezien de wetgever nagelaten heeft dit begrip concreet te definiëren. Algemeen lijkt de wetgever de belofte om de rechtszekerheid te versterken wel waar te maken.

Hoewel de wijziging gunstig is voor slachtoffers, aangezien ze nu sneller aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding, is het onvermijdelijk dat ze daarvoor een nieuwe burgerlijke procedure zullen moeten opstarten. Zo’n extra procedure zal uiteraard meer tijd en kosten met zich meebrengen dan wanneer er maar één procedure was geweest. Het zal voor het slachtoffer dus een moeilijke afweging worden. Op vlak van proceseconomie is er dus zeker nog ruimte voor verbetering en zou het wenselijk zijn om te zoeken naar manieren om die nieuwe dubbele procedure efficiënter en betaalbaarder te maken. Anderzijds krijgt het slachtoffer nu wel nog een kans op schadevergoeding, die hij onder het oude recht bij vrijspraak nooit had gehad.

Bron: Blog Privaatrecht

» Bekijk alle artikels: Verzekeringen & Aansprakelijkheid

Boeken in de kijker: