Verzekeringsrecht:
recente wetgeving en rechtspraak
anno 2026

Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)

Webinar op vrijdag 27 maart 2026


Buitencontractuele aansprakelijkheidsregelingen:
een kritische benadering na de
invoering van Boek 6 BW

Prof. dr. Britt Weyts (UAntwerpen)

Webinar op vrijdag 5 juni 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille

Exoneratiebedingen op borden of panelen in parken, speeltuinen of parkings (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

In buitencontractuele contexten komen exoneratiebedingen vaak voor via vermeldingen op borden of panelen in parken, maneges, speeltuinen, bedrijfsterreinen of parkings. Deze eenzijdige verklaringen beogen de beperking of uitsluiting van aansprakelijkheid voor ongevallen.

Louter de aanwezigheid van zo’n bord impliceert echter geen aanvaarding: de kennisname moet mogelijk én redelijk zijn. Zo zijn borden die klein, slecht geplaatst of moeilijk leesbaar zijn juridisch onvoldoende om een geldige kennisneming te veronderstellen.

Een geldig exoneratiebord moet dus duidelijk, groot en op een zichtbare plaats aangebracht zijn, bij voorkeur aan de ingang van het terrein. Wanneer aan deze zichtbaarheidseisen is voldaan, wordt doorgaans aangenomen dat wie het terrein toch betreedt, de exoneratie impliciet heeft aanvaard.
In tegenstelling tot de exoneraties op tickets bestaat hier een daadwerkelijke keuzevrijheid om wel of niet binnen te gaan, wat de geldigheid versterkt.

Zo kan bijvoorbeeld een eigenaar van een privaat bedrijfsterrein die duidelijke signalisatie aanbrengt over voorrang van bedrijfsvoertuigen en afstand van verhaal bij schade, zich geldig beroepen op een aquiliaans bevrijdingsbeding, aangezien artikel 6.5 BW (en het vroegere artikel 1382 BW) geen bepaling van openbare orde inhoudt.

Niettemin heerst in de rechtsleer verdeeldheid over de geldigheid van impliciete aanvaarding. Auteurs zoals Dirix en Verheyen wijzen op het artificiële karakter ervan en stellen het criterium van het legitieme verwachtingspatroon voor, waarmee rekening wordt gehouden met wat een bezoeker redelijkerwijze mag verwachten. Zo zou een algemeen exoneratiebord aan de ingang van een speeltuin de uitbater niet bevrijden van aansprakelijkheid voor gebrekkige speeltuigen, aangezien een bezoeker mag verwachten dat deze veilig zijn.

Toch biedt dit verwachtingscriterium onvoldoende rechtszekerheid en bescherming: de opsteller kan eenvoudig het verwachtingspatroon sturen door expliciet gebrekkige toestellen in de exoneratie te vermelden. Vanuit efficiëntieperspectief verdient daarom de regel steun die exoneraties voor lichamelijke schade of schending van de fysieke integriteit verbiedt. Deze benadering is inmiddels wettelijk verankerd in artikel 5.89, §1 BW: “§ 1. Tenzij de wet anders bepaalt, mogen de partijen een beding overeenkomen dat de schuldenaar volledig of gedeeltelijk bevrijdt van zijn contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid. Het beding kan de schuldenaar bevrijden van zijn zware fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan. Een dergelijke bevrijding wordt niet vermoed. Worden evenwel voor niet-geschreven gehouden de bedingen die de schuldenaar bevrijden:

1° van zijn opzettelijke fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan of

2° van zijn fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan, wanneer die fout het leven of de fysieke integriteit van een persoon aantast. Het beding dat het contract uitholt, wordt eveneens voor niet-geschreven gehouden.”

» Bekijk alle artikels: Verzekeringen & Aansprakelijkheid

Boeken in de kijker: