Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies

Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)

Webinar op vrijdag 25 september 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027

Enkele vragen bij de matigingsbevoegdheid van artikel 6.10 BW (Blog Privaatrecht)

Auteur: Drs. Lukas Van Roy (Blog Privaatrecht)

In een eerdere bijdrage op deze blog kon u kennis nemen van enkele nieuwigheden die boek 6 BW met zich meebracht. Eén ervan was de mogelijkheid voor de rechter om het bedrag van de schadevergoeding te matigen bij aansprakelijkheid van minderjarigen (artikel 6.10, tweede lid BW). Nu boek 6 al enige tijd in werking is en we meer en meer vertrouwd raken met de bepalingen ervan, is het tijd om dieper in die bepalingen te duiken. In deze bijdrage sta ik stil bij de vermelde matigingsbevoegdheid.

Situering matigingsbevoegdheid

Met artikel 6.10 BW introduceerde de Belgische wetgever een rechterlijke matigingsbevoegdheid in het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht. Minderjarigen van twaalf jaar of ouder (artikel 6.10, eerste lid BW) en personen met een geestesstoornis (artikel 6.11, tweede lid BW) kunnen er een beroep op doen om het bedrag van de schadeloosstelling die ze verschuldigd zijn te doen verminderen (tot nul).

De ratio legis van artikel 6.10 BW is het beschermen van aansprakelijke minderjarigen tegen de zware financiële last die hun plicht tot schadeloosstelling teweeg kan brengen (Toelichting boek 6 BW, 58-59). De wetgever gaat er namelijk van uit dat minderjarigen ouder dan twaalf wel degelijk aansprakelijk zijn, maar wil deze categorie van schadeverwekkers niet ongeremd aansprakelijk stellen. De financiële draagkracht van de minderjarige is dus van essentieel belang bij de toepassing van de matigingsbevoegdheid. Dat blijkt ook letterlijk uit artikel 6.10, tweede lid BW: “[de rechter] doet uitspraak naar billijkheid, rekening houdend met de omstandigheden en met de economische en financiële toestand van de partijen” (eigen benadrukking).

Toepassingsgebied matigingsbevoegdheid

De rechter kan dus gebruik maken van zijn matigingsbevoegdheid wanneer de aansprakelijke persoon minderjarig is of lijdt aan een geestesstoornis (artikel 6.10, tweede lid en 6.11 BW). Het is echter onduidelijk op welk moment de aansprakelijke minderjarig moet zijn om zich erop te kunnen beroepen. Is dat op het moment van de feiten of op het moment van de uitspraak?

De geest van deze bepaling wijst naar een toepassing waarbij de meerderjarige schadeverwekker die minderjarig was op het moment van de feiten ook gebruik kan maken van de mogelijkheid tot matiging. Het zou toelaten om de (zware) financiële gevolgen van een jeugdzonde te verzachten. Het is trouwens zo dat de inmiddels meerderjarige in veel gevallen niet over meer middelen zal beschikken dan die waarover hij beschikte toen hij minderjarig was. Denk aan de zeventienjarige die schade aanricht en pas op zijn negentien berecht wordt. Die negentienjarige is, net zoals een aanzienlijk aandeel van zijn leeftijdsgenoten, gaan studeren en is dus nog niet actief op de arbeidsmarkt. Zijn financiële situatie zal niet aanzienlijk verbeterd zijn sinds hij zeventien was.

De Toelichting wijst ook in de richting van een ruime interpretatie: “Wanneer een minderjarige van twaalf jaar of meer schade veroorzaakt door de schending van een specifieke wettelijke gedragsregel of van de algemene zorgvuldigheidsnorm, kan de rechter hem of haar vrijstellen van aansprakelijkheid of veroordelen tot gedeeltelijke schadeloosstelling” (Toelichting boek 6 BW, 58 (eigen benadrukking)). Net zoals dat het geval is voor de uitsluiting van aansprakelijkheid van minderjarigen jonger dan twaalf, ligt het zwaartepunt op de leeftijd die de schadeverwekker had op het moment van het veroorzaken van de schade.

Verdere knelpunten

De vraag naar het toepassingsgebied is niet het enige knelpunt dat opduikt bij een grondige blik op artikel 6.10 BW. Verschillende andere vragen duiken op. Zo is het ten eerste niet meteen duidelijk hoe de matigingsbevoegdheid wordt toegepast bij pluraliteit van aansprakelijken. In die situaties speelt artikel 6.19 BW en geldt er een in solidum-gehoudenheid tussen de minderjarige en de mede-aansprakelijke(n). Kunnen de medeschuldenaren zich ook beroepen op de matiging die de minderjarige geniet? Werkt de matiging van schadevergoeding door in de verhouding tussen de medeschuldenaren onderling? En kan de rechter ook gebruik maken van zijn matigingsbevoegdheid als de minderjarige benadeelde ook een aandeel heeft in het ontstaan van zijn schade (artikel 6.20, §1 BW)?

Ten slotte zijn er nog vragen die verband houden met de tussenkomst van een verzekeraar bij het schadegeval. Matiging is uitgesloten voor zover er een effectieve dekking is door de verzekeraar. De eerste vraag is dan: wanneer is er sprake van een effectieve dekking? En kan de rechter ook gebruik maken van zijn matigingsbevoegdheid wanneer een verzekering een subrogatoire vordering of verhaal instelt tegen de minderjarige aansprakelijke?

Een eerste aanzet tot antwoord op de bovenstaande vragen formuleerde ik in een recente bijdrage in het Rechtskundig Weekblad (VAN ROY L., ‘Het nieuwe boek 6 BW: enkele knelpunten bij de matigingsbevoegdheid ten aanzien van minderjarigen’, RW 2025-26, 1435). Die inzichten zijn zeker geen eindpunt voor wat de randaspecten van de nieuwe matigingsbevoegdheid betreft. Ze zijn eerder een eerste stap richting de verfijning ervan.

Bron: Blog Privaatrecht

» Bekijk alle artikels: Verzekeringen & Aansprakelijkheid

Boeken in de kijker: