Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Buitencontractuele aansprakelijkheidsregelingen:
een kritische benadering na de
invoering van Boek 6 BW

Prof. dr. Britt Weyts (UAntwerpen)

Webinar op vrijdag 5 juni 2026


Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies

Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)

Webinar op vrijdag 25 september 2026

Economische schade na auto-ongeval. Vergoeding vanaf ongeval in 2015 (illegaal in België) of vanaf de geldige verblijfsvergunning in 2022? Cass. 6 februari 2026 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

De schade veroorzaakt door een onrechtmatige daad moet worden beoordeeld met verwijzing naar het tijdstip dat zo dicht mogelijk ligt bij het daadwerkelijke herstel, met andere woorden: in de praktijk, met verwijzing naar het tijdstip van de beslissing.

Om te beslissen dat X “voldoende aantoont over een economisch potentieel te beschikken […] op de algemene arbeidsmarkt, gelet met name op zijn leeftijd en zijn kwalificaties”, stelt het bestreden vonnis vast dat hij “op de datum van de consolidatie van de letsels 34 jaar oud was, verklaart in Pakistan lager en middelbaar onderwijs te hebben gevolgd, op 8 juli 2008 een verblijfsvergunning in België had verkregen in het kader van gezinshereniging, op 8 januari 2010 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur had gesloten als verkoper, dat zijn verblijfsvergunning op 8 juni 2011 was ingetrokken en dat het ongeval plaatsvond op 3 januari 2015.”

Zonder dat dit wordt betwist, overweegt het vonnis

  • dat “het concurrentievermogen op de algemene arbeidsmarkt wordt bepaald door de mogelijkheden die het slachtoffer nog heeft, in vergelijking met andere werknemers, om een loonvormende activiteit uit te oefenen”;
  • dat “de leeftijd en kwalificaties [van X] hem een concurrentievermogen op de algemene arbeidsmarkt verleenden”;
  • dat “het feit dat hij niet beschikte over een verblijfsvergunning in België niet doorslaggevend is voor de erkenning van een aantasting van zijn economisch potentieel”;
  • dat “een onderscheid moet worden gemaakt tussen de beroepsactiviteit die het slachtoffer uitoefent of zou kunnen uitoefenen — die op zichzelf een economisch potentieel vertegenwoordigt — en het al dan niet wettige karakter van die activiteit”;
  • dat, “zelfs indien hij op de dag van het ongeval feitelijk onwettig op Belgisch grondgebied verbleef, hij in de eerste plaats slachtoffer was van een verkeersongeval”;
  • dat “de schade waarvoor hij vergoeding vraagt geen voordeel betreft dat hij zou willen verkrijgen wegens een onwettige activiteit, maar schade die is veroorzaakt door een feit dat vreemd is aan die activiteit”;
  • dat “het hier niet gaat om de vergoeding van een inkomensverlies, maar om een aantasting van het economisch potentieel van X, die reëel is en onafhankelijk van zijn recht om al dan niet een beroepsactiviteit uit te oefenen”;
  • dat “de verblijfsvergunning wel het effectief uitoefenen van een beroep beïnvloedt, maar niet de economische capaciteit van het slachtoffer”;
  • dat “het bij de beoordeling van de economische schade van X niet enkel gaat om de feitelijke uitoefening van een baan, maar ook om de mogelijkheden die het slachtoffer heeft om stappen te ondernemen om zijn situatie te regulariseren, werk te vinden of een opleiding te volgen met dat doel”;
  • dat “een irregulier verblijf niet noodzakelijk een definitieve toestand is en dat X op termijn geregulariseerd had kunnen worden en aan het werk had kunnen gaan”;
  • dat “er geen reden bestaat om de beoordeling van de economische schade van X te beperken tot de Belgische arbeidsmarkt”
  • dat “indien hij het grondgebied zou moeten verlaten en naar zijn land van herkomst terugkeren, hij daar legaal zou kunnen werken”;
  • dat “die situatie evenzeer denkbaar is indien hij zou werken in andere landen met minder strikte verblijfsregels of op afstand”;
  • en dat “de door de deskundigen erkende blijvende ongeschiktheid onmiskenbaar de economische waarde van X op de arbeidsmarkt heeft aangetast.”

Wat de waardering van die schade betreft, overweegt het bestreden vonnis dat “de economische schade van een slachtoffer moet worden beoordeeld, niet op basis van het inkomensverlies of eventueel de extra inspanningen die het slachtoffer heeft geleverd om dat inkomen te behouden, maar op basis van de waarde van zijn arbeidscapaciteit”;

  • dat “de verwijzing van X naar het gemiddelde gewaarborgde bruto maandminimumloon dat geldt in het paritair comité waaronder hij ressorteerde toen hij als verkoper werkte in het kader van zijn arbeidsovereenkomst, relevant is”;
  • dat “er geen ernstige reden is om rekening te houden met het gemiddelde maandinkomen in Pakistan, aangezien X in België is gevestigd en op het moment waarop de rechtbank uitspraak doet, over een geldige verblijfsvergunning beschikt”;
  • dat “die verblijfsvergunning hem op 6 december 2022 werd toegekend”;
  • dat “het feit dat X legaal in België mag verblijven, een wijziging van de omstandigheden vormt die na het schadeverwekkende feit maar vóór het vonnis is ingetreden, en waarmee de rechtbank rekening moet houden aangezien die regularisatie plaatsvond op de datum van de uitspraak”;
  • en dat, “nu X inmiddels een geregulariseerde verblijfssituatie in België heeft verworven, de aantasting van zijn economisch potentieel kan worden beoordeeld op basis van het Belgisch recht.”

Daarmee verantwoordt het vonnis wettig zijn beslissing om het bedrag dat strekt tot vergoeding van de schade voortvloeiend uit de blijvende economische ongeschiktheid van X vast te stellen op basis van het gemiddelde gewaarborgde bruto maandminimumloon vermeld in het paritair comité waaronder hij ressorteerde toen hij als verkoper werkte.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Verzekeringen & Aansprakelijkheid

Boeken in de kijker: