Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Webinar op donderdag 20 mei 2027
Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies
Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Verzekeringsrecht:
recente wetgeving en rechtspraak anno 2027
Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)
Webinar op vrijdag 19 maart 2027
Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Aansprakelijkheid en schadevergoeding voor vellen van bomen. Cass. 23 juni 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Samenvatting
In zijn arrest van 23 juni 2026 verwerpt het Hof van Cassatie het cassatieberoep van een beklaagde die opdracht had gegeven om twee grote berkenbomen op het aangrenzende perceel te vellen.
Het Hof bevestigt daarmee het arrest van het hof van beroep Antwerpen van 11 februari 2026.
Kwaadwillig opzet
De beklaagde stelde dat hij enkel had gevraagd om enkele takken te snoeien en dat de bomen per ongeluk waren omgevallen. Hij betwistte ook dat hij aan de grondwerker opdracht had gegeven de bomen om te duwen.
Het Hof oordeelt dat het hof van beroep dit verweer voldoende had beantwoord. Het mocht, op basis van de verklaringen van de grondwerker, de chronologie, de vaststellingen ter plaatse en de foto’s, besluiten dat:
- de beklaagde opdracht had gegeven de bomen met een graafmachine om te duwen;
- de bomen opzettelijk waren geveld;
- de beklaagde daarbij kwaadwillig had gehandeld in de zin van artikel 537 Strafwetboek;
- het feit dat de grondwerker zelf niet werd vervolgd, de betrokkenheid van de beklaagde niet wegneemt.
De beoordeling van deze feitelijke elementen behoort bovendien tot de onaantastbare bevoegdheid van de feitenrechter.
Schadebegroting
De schade werd begroot op 12.289,78 euro, samengesteld uit:
- 669,78 euro voor de waarde van de twee bomen;
- 200 euro voor de opruimingskosten;
- 420 euro voor plantgoed en heraanplanting.
Het hof van beroep gebruikte daarvoor de zogenaamde “Uniforme Methode”. Volgens het Hof van Cassatie mocht deze methode worden toegepast, aangezien de feitenrechter haar beschouwde als een transparante en verifieerbare berekeningswijze die door rechtbanken en verzekeringsmaatschappijen algemeen als objectief wordt aanvaard.
Het Hof preciseert dat een rechter door naar een algemeen aanvaarde berekeningsmethode te verwijzen, geen bindende precedentwerking aan eerdere rechtspraak toekent. Hij motiveert enkel waarom hij die methode in het concrete geval geschikt acht.
Daarnaast is het volgens het Hof een algemeen bekend gegeven dat bomen met een stamomtrek van 130 en 135 cm niet zomaar in de handel verkrijgbaar zijn. De rechter hoefde daarover dus geen voorafgaand debat te organiseren.
Kosten van de technische raadsman
De beklaagde voerde aan dat de kosten van de technische raadsman niet door de benadeelden zelf waren gedragen, maar door hun rechtsbijstandsverzekeraar.
Het Hof oordeelt dat deze kosten toch ten laste van de aansprakelijke partij kunnen worden gelegd wanneer zij noodzakelijk waren om de benadeelden in staat te stellen hun schade te laten begroten en hun rechten te doen gelden. Het feit dat de verzekering de kosten heeft voorgeschoten of gedragen, doet daaraan geen afbreuk.
De motivering van het hof van beroep was volgens het Hof evenmin tegenstrijdig: het kon tegelijk oordelen dat de schadeberekening objectief was én dat de bijstand van een technische raadsman noodzakelijk was.
Geen beoordeling van dubbele vergoeding
De beklaagde stelde ten slotte dat de vergoeding voor de waarde van de bomen dubbel werd toegekend, omdat die waarde ook in de kosten van vervanging en heraanplanting zou zijn begrepen.
Het Hof van Cassatie verklaart dit onderdeel grotendeels niet ontvankelijk. De kritiek betreft volgens het Hof in wezen de beoordeling van de feiten en vereist een nieuw onderzoek van de schade, waarvoor het Hof van Cassatie niet bevoegd is. Bovendien waren de nieuwe bepalingen van Boek 6 BW niet toepasselijk, omdat de feiten vóór de inwerkingtreding ervan hadden plaatsgevonden.
Rechtsregel
Het arrest bevestigt in essentie dat:
- kwaadwillig opzet kan worden afgeleid uit een geheel van feitelijke omstandigheden, waaronder de opdracht aan een uitvoerder en de concrete wijze waarop bomen zijn geveld;
- de rechter een algemeen aanvaarde, transparante en verifieerbare methode mag gebruiken om schade aan bomen te begroten;
- noodzakelijke kosten van een technische raadsman vergoedbare schade kunnen vormen, ook wanneer die kosten door een rechtsbijstandsverzekeraar zijn gedragen;
- het Hof van Cassatie niet opnieuw de feitelijke schadebegroting onderzoekt.
Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld tot de kosten, vastgesteld op 107,31 euro.
» Bekijk alle artikels: Verzekeringen & Aansprakelijkheid

















