Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Faillissementsrecht:
recente wetgeving én rechtspraak anno 2024

Mr. Ilse van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 6 december 2024


Het nieuwe Boek 6 en de impact
voor de bouw- en vastgoedsector:
10 aandachtspunten

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 23 april 2024


Buitencontractuele aansprakelijkheid:
het nieuwe boek 6 is een feit

Prof. dr. Ignace Claeys en prof. dr. Thijs Tanghe (Eubelius)

Webinar op dinsdag 5 maart 2024


Vereffening-verdeling van nalatenschappen:
16 probleemstellingen

Mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)

Webinar op vrijdag 26 april 2024


Bouwteam(overeenkomsten):
een praktijkgerichte analyse

Mr. Michael Thielens (MT Law)

Webinar op vrijdag 15 maart 2024

Wetsvoorstel tot invoeging van titel 1 ‘Persoonlijke zekerheden’ in Boek 9 ‘Zekerheden’. De wetgever zit niet stil: er zijn nog zekerheden… (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Op 7 februari 2024 werd een wetsvoorstel ingediend door de heer Koen Geens en mevrouw Katja Gabriëls met als titel ’Wetsvoorstel houdende titel 1 “Persoonlijke zekerheden” van boek 9 “Zekerheden” van het Burgerlijk Wetboek.’

Het voorliggende wetsvoorstel beoogt de invoeging van titel 1 “Persoonlijke zekerheden” in boek 9 “Zekerheden” van het Burgerlijk Wetboek.

De voorgenomen structuur van boek 9 ziet eruit als  volgt:

  • Titel 1 – Persoonlijke zekerheden
  • Titel 2 – Pandrecht
  • Titel 3 – Hypotheek
  • Titel 4 – Eigendomsvoorbehoud
  • Titel 5 – Retentierecht
  • Titel 6 – Voorrechten

Het wetsvoorstel beoogt de vervanging van de huidige Titel XIV “Borgtocht” Oud BW door een nieuw boek 9, titel 1, “Persoonlijke zekerheden” in het (nieuw) Burgerlijk Wetboek.

Deze nieuwe titel omvat vijf hoofdstukken:

1. Een eerste hoofdstuk over de algemene bepalingen, die gemeenschappelijk zijn aan alle persoonlijke zekerheden.

Hier worden enkele algemene regels geformuleerd die gemeenschappelijk zijn aan alle persoonlijke zekerheden. Deze betreffen o.m. het ontstaan en de interpretatie. De bepalingen stemmen in grote mate overeen met het geldende recht (o.m. art. 2015 Oud BW dat bepaalt dat een borgtocht niet wordt vermoed), maar worden nu geformuleerd voor alle persoonlijke zekerheden.

2. Een tweede hoofdstuk over de klassieke borgtocht (afhankelijke of accessoire persoonlijke zekerheid).

Dit hoofdstuk, dat de accessoire of afhankelijke persoonlijke zekerheden behandelt, komt in grote lijnen overeen met het geldende recht betreffende borgtocht.

3. Een derde hoofdstuk over de garantie (autonome of onafhankelijke persoonlijke zekerheid).

De opgenomen regels zijn overwegend van aanvullend recht. Anders dan veelal wordt aangenomen, verleent het wetsvoorstel aan de garant na zijn betaling een subrogatoir verhaalsrecht op de opdrachtgever. Een ander omstreden punt is de overdracht van de garantie. In aansluiting met de meerderheidsopvatting wordt aangenomen dat een garantie op eerste verzoek een persoonlijk recht is dat in beginsel niet vatbaar is voor overdracht zonder akkoord van de garant. Deze beperking geldt niet voor de schuldvordering tot betaling van de gelden na de afroep van de garantie (de zogenaamde “proceeds”). Het wetsvoorstel bevestigt deze oplossing.

4. Een vierde hoofdstuk betreft de persoonlijke zekerheden aangegaan door consumenten en vervangt de door de wet van 3 juni 2007 ingevoerde bepalingen betreffende de kosteloze borg (hoofdstuk V, artikelen 2043bis tot en met 2043octies Oud BW).

Dit hoofdstuk vervangt de huidige regeling over de “kosteloze borg”. Deze werd ingevoerd door de wet van 3 juni 2007 met betrekking tot de kosteloze borg. Deze regeling blijft behouden, met dien verstande dat de bescherming van de borg nog wordt versterkt. In plaats van het weinig bruikbaar begrip “kosteloze” borg wordt uitgegaan van het begrip “consument”. De mogelijkheid voor een consument om een autonome garantie te stellen, wordt uitgesloten.

5. Eet vijfde en laatste hoofdstuk herneemt de huidige bepalingen betreffende de wettelijke en gerechtelijke borgtocht (art. 2040 tot en met 2043 Oud BW). Deze bepalingen blijven onveranderd.

De meeste bepalingen zijn van aanvullend recht, behalve voor consumenten. Het beginsel van de wilsautonomie blijft dus behouden.

Lees hier de volledige fiche van het Wetsvoorstel