Summer Deal
‘Het nieuwe verbintenissenrecht & koop/verkoop’

6 webinars on demand

Summer Deal
‘Financieel recht’

5 webinars on demand

Summer Deal
‘Vennootschappen & Verenigingen’

7 webinars on demand

Summer Deal
‘Handel & Consument’

6 webinars on demand

Summer Deal
‘ICT & Privacy’

5 webinars on demand

Summer Deal
‘Bouw – Actualia’

7 webinars on demand

Waarom voorziet u best een eigendomsvoorbehoud in uw algemene voorwaarden? (Seeds of Law)

Auteurs: Thibault Caeymaex en Ann Vranken (Seeds of Law)

Verkopers en leveranciers van roerende goederen kunnen problemen met slecht betalende klanten voorkomen via een beding van eigendomsvoorbehoud.

Met dit beding kan men namelijk contractueel bepalen dat het eigendomsrecht op een bepaald goed pas overgaat nadat de derde-verkrijger er de prijs volledig van heeft betaald.

De pandwet heeft het wettelijk kader voor het beding van eigendomsvoorbehoud aangepast, waardoor elke schuldeiser – die een eigendomsvoorbehoud bedongen heeft – zich in een steviger positie bevindt.

1. Wat is een beding van eigendomsvoorbehoud?

Het eigendomsvoorbehoud is een zekerheidsrecht die dient als bescherming tegen een schuldenaar die in gebreke blijft. Wanneer bij een verkoop een eigendomsvoorbehoud voorzien wordt, gaat het eigendomsrecht van het verkochte goed pas over op de verkrijger van zodra deze de prijs die de tegenprestatie vormt van de overdracht, volledig betaald heeft.

Het goed komt met andere woorden pas in het vermogen van de verkrijger terecht door de volledige betaling van de prijs.

Een beding van eigendomsvoorbehoud opnemen in een verkoopovereenkomst is een techniek. Eenmaal een verkoop voltrokken is en de koper de eigendom van rechtswege verkregen heeft nadat de partijen overeenstemming hebben bereikt over de zaak en de prijs, staat niets de partijen in de weg om alsnog overeen te komen dat de eigendomsoverdracht uitgesteld wordt tot de volledige betaling van de prijs. De bepalingen betreffende de voltrokken verkoop zijn in feite niet van openbare orde.

Deze clausule is van uitzonderlijk belang in geval de debiteur-koper failliet gaat. Een faillissement brengt immers de samenloop van schuldeisers mee. Zij komen daardoor op gelijke voet te staan bij de verdeling van het vermogen van hun gemeenschappelijke schuldenaar, tenzij zij over een voorrecht beschikken dat hen in staat stelt zich vóór de andere schuldeisers te bedienen (bijvoorbeeld een hypotheek). Een verkoper die een beding van eigendomsvoorbehoud heeft bedongen, kan in geval van faillissement van de koper-schuldenaar tegenover de andere schuldeisers aanvoeren dat het goed in kwestie eigenlijk aan hem toebehoort en zo aan de samenloop van schuldeisers ontsnappen.

Hoewel er geen wettelijke definitie bestaat van het begrip eigendomsvoorbehoud, is een beschrijving ervan te vinden in de “Pandwet”. Deze wet creëerde een wettelijke regeling voor eigendomsvoorbehoud ter vervanging van de voorheen geldende wettelijke regeling van de “Faillissementswet”.

2. Hoe is het eigendomsvoorbehoud geregeld?

De pandwet voorziet vanaf 2018 in een wettelijke verankering in het Burgerlijk Wetboek van dit beding van eigendomsvoorbehoud en schafte de regeling in de Faillissementswet af.

De pandwet bepaalt dat een verkoper die een eigendomsvoorbehoud heeft bedongen, zijn goederen kan terugvorderen wanneer de koper in gebreke blijft de prijs volledig te voldoen.

Daar wordt aan toegevoegd dat dit eigendomsvoorbehoud van toepassing is ongeacht de juridische aard van de overeenkomst waarin het is opgenomen. Met andere woorden geldt het eigendomsvoorbehoud dus niet langer alleen in het kader van een koop/verkoop-overeenkomst maar eveneens in andere overeenkomsten zoals ruil, schenking, aanvaarding, aanneming … enzovoort

Zo kan een eigendomsvoorbehoud perfect worden bedongen door een aannemer die naast diensten ook bouwmaterialen levert. Voorheen kon hierover discussie ontstaan.

Bovendien kan het eigendomsvoorbehoud nu bij elke vorm van samenloop ingeroepen worden tegen zowel de koper als derde schuldeisers, en niet meer alleen in geval van faillissement. Het eigendomsvoorbehoud kan dus ook worden ingeroepen in geval van collectieve schuldenregeling, vereffening of inbeslagneming.

De voorwaarden zijn de volgende:

  • Het beding van eigendomsvoorbehoud moet schriftelijk worden vastgelegd.

    Het verdient aanbeveling deze clausule op te nemen in de algemene verkoopvoorwaarden, die gewoonlijk op de achterzijde van de offerte of prijsopgave staan, met een verwijzing naar de voorzijde van het document.
    Ingeval partijen gebonden zijn door een kaderovereenkomst, moet de schuldeiser ervoor zorgen dat hij bij elke opeenvolgende verkoop verwijst naar de kaderovereenkomst.

    Dat is belangrijk want de wet schrijft voor dat bij elke verkoop schriftelijk naar de clausule van eigendomsvoorbehoud moet worden verwezen.

  • De koper moet uiterlijk op het tijdstip van de levering van de betrokken goederen, bijvoorbeeld in een offerte, op een bestelbon of een leveringsbon, kennis hebben genomen van het beding van eigendomsvoorbehoud.

Let op! Indien de koper een consument is, zijn de regels strenger. In dat geval geldt het eigendomsvoorbehoud alleen als de consument uitdrukkelijk met het beding van eigendomsvoorbehoud heeft ingestemd. Het akkoord van de koper moet met andere woorden schriftelijk worden vastgelegd.

3. Een sterker eigendomsvoorbehoud dan voorheen

Het goed moet niet meer sowieso in natura aanwezig zijn, zoals dat eerder voorzien was in de Faillissementswet.

  • In de eerste plaats is er de mogelijkheid die de zakelijke subrogatie biedt. Hierdoor kan een schuldvordering tot de betaling van de prijs in de plaats komen van het bezwaarde goed, wanneer het goed door verkocht is of wanneer het tenietgegaan of beschadigd is of waardeverlies heeft geleden.
  • Het eigendomsvoorbehoud geldt ook op de vruchten die de bezwaarde goederen voortbrengen. Zo zal de verkoper van aandelen zijn eigendomsvoorbehoud ook kunnen uitoefenen op de dividenden.
  • Verder blijft het eigendomsvoorbehoud eveneens bestaan wanneer het goed werd vermengd of verwerkt tot een nieuw goed.

    Ontstaat er een nieuw goed door toegestane verwerking, dan geldt het eigendomsvoorbehoud op het goed dat nieuw tot stand is gekomen, behoudens anders overeengekomen is.

    Maar het gebeurt ook dat een verwerking niet is toegestaan.
    Indien het roerende voorwerp van een eigendomsvoorbehoud zodanig wordt bewerkt dat hierdoor een nieuw goed ontstaat, gaat het eigendomsvoorbehoud dat daarop rust teniet, behalve indien de waarde van het oorspronkelijke goed aanzienlijk de kost van de arbeid en materialen voor de bewerking overtreft. In dat laatste geval wordt de eigenaar van het oorspronkelijke goed eigenaar van het nieuwe goed.
    Maar indien de bewerker eigenaar wordt van het resultaat van de bewerking, is hij een vergoeding verschuldigd aan de eigenaar van het oorspronkelijke goed op grond van het contract dan wel op grond van de ongerechtvaardigde verrijking. Wanneer daarentegen de oorspronkelijke eigenaar eigenaar blijft, kan de bewerker van de zaak aanspraak maken op een vergoeding op grond van het contract, dan wel op grond van ongerechtvaardigde verrijking.

    Wanneer voor de verwerking goederen van derden werden aangewend en de afscheiding van deze goederen onmogelijk of economisch niet verantwoord is, dan bezwaart het eigendomsvoorbehoud het nieuw totstandgekomen goed indien dit goed het hoofdgoed is of de grootste waarde heeft. In dat geval heeft de derde een vordering wegens verrijking zonder oorzaak op de houder van het eigendomsvoorbehoud.

  • De vermenging van vervangbare goederen die volledig of gedeeltelijk met een eigendomsvoorbehoud zijn bezwaard door een of meer personen, laat het eigendomsvoorbehoud onverlet. Zijn er meerdere personen met een eigendomsvoorbehoud, dan kunnen zij hun recht op de vermengde goederen doen gelden in verhouding tot hun rechten.
  • Het eigendomsvoorbehoud blijft ook bestaan indien de bezwaarde goederen onroerend zijn geworden door incorporatie. Hiertoe wordt evenwel vereist dat het eigendomsvoorbehoud wordt geregistreerd in het pandregister. Roerende goederen worden onroerend door incorporatie doordat ze worden vastgemaakt aan een onroerend goed, zoals verwarmingstoestellen, keukenkasten en keukentoestellen, sanitairmateriaal zoals een bad of een spoeltafel, enz …
4. Handel snel in geval uw debiteur-koper failliet gaat

Indien de koper failliet gaat, heeft de schuldeiser met een eigendomsvoorbehoud er alle belang bij snel te handelen om zijn goed terug te krijgen.

Inderdaad, hoewel het faillissement geen afbreuk doet aan het recht van de eigenaar om de goederen van de schuldenaar op te eisen, moet de schuldeiser niettemin, op straffe van verval, zijn revindicatie (terugvordering) uitoefenen vóór dat het eerste verslag van verificatie van de aangiftes van schuldvordering door de curator is ingediend.

Om zijn vordering “uit te oefenen”, moet de schuldeiser de schuldenaar niet noodzakelijk voor de rechter dagen. Het volstaat dat hij zijn voornemen kenbaar maakt om van het beding gebruik te maken.

Met andere woorden, wanneer de rechtbank een vennootschap failliet verklaart en de procedure inleidt, beveelt zij in haar vonnis – dat in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt – dat de schuldeisers verplicht zijn hun aangifte van schuldvordering bij de griffie van de rechtbank in te dienen binnen een termijn die zij bepaalt. Deze termijn bedraagt over het algemeen 30 dagen. Op het einde van deze periode wordt door de curator een eerste verslag over de verificatie van de vorderingen opgesteld. Zodra dit verslag is ingediend, kan de clausule van eigendomsvoorbehoud niet meer worden uitgeoefend.

5. Het eigendomsvoorbehoud registreren in het pandregister

De registratie in het pandregister van een eigendomsvoorbehoud is een facultatief recht.

Op deze regel bestaat er echter één uitzondering, namelijk, ingeval de bezwaarde goederen riskeren onroerend te worden door incorporatie. Dan moet het eigendomsvoorbehoud wel geregistreerd worden in het pandregister.

Nadat een eigendomsvoorbehoud op een goed geregistreerd is in het pandregister, ontstaat er zelfs voorrang ten opzichte van een hypothecaire schuldeiser. Uit de parlementaire stukken blijkt dat deze voorrang zelfs geldt indien de registratie in het pandregister gebeurde na de hypothecaire inschrijving, met dien verstande weliswaar dat de registratie gebeurt voor het moment van de incorporatie van het goed zelf.

Onnodig te verduidelijken dat de registratie van een beding van eigendomsvoorbehoud in het pandregister in alle geval een extra bescherming biedt.

Registratie is voor 10 jaar geldig, maar kan hernieuwd worden.

Voor de registratie moet een retributie betaald worden, die al naargelang de waarde van het goed waarop het eigendomsvoorbehoud geldt, € 20 (goed van < € 10.000) tot € 500 (goed van > 500.000) bedraagt.

6. Besluit

Het eigendomsvoorbehoud heeft sinds de invoering van de pandwet een verbeterd wettelijk kader gekregen waardoor men er vaker en efficiënter van gebruik kan maken.

Het is in alle geval interessant om een beding van eigendomsvoorbehoud te voorzien in de algemene verkoopsvoorwaarden in al de verkoopsdocumenten, zoals offertes, bestelbons, aannemingsovereenkomsten, enz. … en deze extra te laten ondertekenen door de verkrijger, vooral ingeval deze laatste een consument is.

Het eigendomsvoorbehoud betekent een extra bescherming wanneer deze geregistreerd is in het pandregister. Maar deze registratie is niet verplicht en blijft een facultatief recht behalve wanneer een bezwaard goed onroerend kan worden door incorporatie. In dat geval is men verplicht het eigendomsvoorbehoud te registreren in het pandregister. Het zou niet de eerste keer zijn dat een leverancier van bouwmaterialen met een niet te innen schuldvordering blijft zitten nadat een aannemer of een bouwheer failliet is gegaan.

Niet te vergeten dat de registratie van een eigendomsvoorbehoud geheel of gedeeltelijk verwijderd moet worden wanneer de prijs van het goed gedeeltelijk of volledig werd voldaan.

Bron: Seeds of Law