Contracten anno 2023:
een praktijkgerichte blik
(Incl. handboek)

Webinar op 7 februari 2023

Appartementsrecht :
een update in het licht van recente evoluties
(Incl. ‘Handboek Goederenrecht’)

Webinar op 10 februari 2023

Valse contracten? Kanttekeningen inzake contracten en simulatie in fiscalibus

Webinar op 8 december 2022

De bedrijfsleider en strafrechtelijk risicobeheer

Webinar op 10 februari 2023

De uitbreiding van de fiscale
aanslag- en onderzoekstermijnen

Webinar op 26 januari 2023

Samenwerken met andere ontwerpers in de bouw:
contractuele en vennootschapsrechtelijke
tips en valkuilen

Webinar op 3 maart 2023

Uw contracten na Brexit – Over de geldigheid van forum- en rechtskeuzebedingen (Schoups)

Auteurs: Geert De Buyzer en Eline Vorlat (Schoups)

De Brexit heeft een grote impact op de relatie met ondernemingen uit het Verenigd Koninkrijk. In dit nieuwsbericht focussen we op één bepaald aspect daarvan, met name het toepasselijke recht en het toepasselijke forum in geval van betwistingen. Voorheen werd dit op Europees niveau geregeld, op vandaag bestaat er heel wat onduidelijkheid op dit vlak.

Naast heel wat meer “zichtbare” gevolgen, heeft de Brexit ook een invloed op de afspraken over het toepasselijke recht en de bevoegde nationale rechtbank in internationale contracten met ondernemingen uit het Verenigd Koninkrijk. Die afspraken, die ook wel rechtskeuze- en forumbedingen worden genoemd, zijn van groot belang en kunnen het verschil maken tussen gelijk krijgen of niet. Hieronder zetten we voor u uiteen of uw rechtskeuze- en forumbedingen nog geldig zijn na de Brexit, en wat er geldt wanneer u hier niets over hebt afgesproken.

We bespreken in dit nieuwsbericht uitsluitend internationale contracten tussen ondernemingen in burgerlijke en handelszaken en de geschillen die daarop betrekking kunnen hebben.

Overgangsregeling

Het Verenigd Koninkrijk heeft de EU officieel verlaten op 31 januari 2020, maar tussen 1 februari 2020 en 31 december 2020 golden er nog de overgangsregels uit het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2019/C 384 I/01), kortweg het Terugtrekkingsakkoord of ‘Withdrawal Agreement’.

Dit Akkoord bepaalt onder meer dat de Europese verordeningen over toepasselijk recht (Rome I) en bevoegde rechtbank (Brussel Ibis) van toepassing blijven op respectievelijk alle contracten gesloten vóór het einde van de overgangsperiode op 31 december 2020 en op alle rechtszaken ingeleid voor die datum.

Voor contracten gesloten vóór 31 december 2020 verandert er dus niets op het vlak van de rechtskeuze. Als u bijvoorbeeld op rechtsgeldige wijze het Belgisch recht van toepassing hebt verklaard, dan geldt het Belgisch recht nu nog steeds voor dat contract.

Voor de keuze van de bevoegde rechter ligt het net iets anders. Het Terugtrekkingsakkoord bepaalt dat Brussel Ibis geldt voor alle rechtszaken ingeleid tijdens de overgangsperiode. De geldigheid van een forumbeding kan daardoor enkel nog beoordeeld worden o.b.v. Brussel Ibis wanneer het geschil over de betrokken overeenkomst vóór 31 december 2020 voor de rechter werd gebracht. Voor alle rechtszaken die daarna worden opgestart, moet het forumbeding anders worden beoordeeld, ongeacht of het betwiste contract voor of na 31 december 2020 werd gesloten. Hoe dat dan juist zit, wordt hieronder verduidelijkt.

Na de overgangsperiode

Ook voor contracten gesloten na de overgangsperiode verandert er voor rechtskeuzebedingen voorlopig eigenlijk weinig. Rechters in Europese lidstaten kunnen nog steeds de Europese Rome I-verordening toepassen om de geldigheid van de rechtskeuze te beoordelen en het toepasselijk recht te bepalen. In het Verenigd Koninkrijk zal dit op basis van dezelfde regels worden beoordeeld. De Rome I-verordening werd daar namelijk omgezet in het nationaal recht. Op termijn zal de interpretatie van die regels mogelijk wel uiteen lopen, maar hoeveel impact dat zal hebben op rechtskeuzebedingen is af te wachten.

Bij geschillen over internationale contracten ingeleid na 31 december 2020 kan het forumbeding in dat contract niet meer worden beoordeeld op basis van de Europese Brussel Ibis-verordening. Om dat probleem op te vangen, is het VK opnieuw lid geworden bij het Haags Forumkeuzeverdrag van 2005. Dit verdrag bepaalt dat de geldigheid van een exclusief forumbeding moet worden beoordeeld a.d.h.v. het recht van het land van de aangewezen rechter. Als u in uw contract dus voor de Belgische of Engelse rechter hebt gekozen als exclusief bevoegde rechter, moet die eerst de geldigheid van die keuze beoordelen o.b.v. het Belgische respectievelijk het Engelse recht. Er is nog wel discussie over de toepassing in de tijd van  het Forumkeuzeverdrag. Bovendien geldt het niet voor niet-exclusieve forumbedingen (die al naargelang de situatie het ene dan wel het andere mogelijke forum aanduiden). Wanneer het verdrag niet geldt, zijn wellicht (ook daarover bestaat nog discussie) de regels van internationaal privaatrecht van de betrokken landen toe te passen om de rechtskeuze te beoordelen.

En wat als er geen (geldig) rechtskeuze- en/of forumbeding is?

Als u geen rechtskeuze- en forumbeding hebt opgenomen in uw VK-gerelateerde overeenkomsten, zijn er nog default-regels om op terug te vallen.

Voor het toepasselijk recht geldt opnieuw dat er, op korte termijn alleszins, geen groot verschil is met de situatie voor de Brexit. In het algemeen geldt dat het recht van de gewone verblijfplaats van de persoon die de kenmerkende prestatie levert van toepassing is. Dit is bijvoorbeeld het recht van het land van de verkoper, dienstverlener, franchisenemer, distributeur, enz.

Minder duidelijk is hoe de bevoegde rechter moet worden bepaald. Wellicht is er voorlopig vanuit te gaan dat het nationaal recht van elk land bepaalt welke rechter bevoegd is. In het Belgisch recht geldt Brussel Ibis en is de algemene regel in een handelscontract dat de eiser kan kiezen tussen de rechter van de woonplaats van de verweerder of de rechter van de plaats waar het contract werd uitgevoerd. Op die regels bestaan verschillende uitzonderingen en er zijn ook meer specifieke regels.

Omdat de nationale principes over de bevoegde rechter kunnen variëren, kan dit tot onduidelijke situaties leiden. Het is dan niet duidelijk welk nationaal recht primeert. Daarom is het belangrijk dat hierover internationale afspraken worden gemaakt. Het Verenigd Koninkrijk ziet dat ook in en heeft daarom een verzoek ingediend om toe te treden tot het verdrag van Lugano, dat de aanduiding van de bevoegde rechtbank regelt tussen EU-lidstaten, Zwitserland, Noorwegen en Ijsland. Dit verdrag is grotendeels gelijk aan de Brussel Ibis-verordening en zou dus meer houvast kunnen bieden bij de aanduiding van de bevoegde rechter. Om tot dit verdrag toe te treden, is echter het akkoord van alle verdragspartijen nodig, wat niet evident is. De Europese Commissie heeft op 4 mei 2021 het verzoek al negatief beoordeeld in haar mededeling aan het Europees Parlement en de Raad. Eind juni liet de Commissie, in naam van de EU, ook formeel weten aan de bewaarder van het Verdrag dat de EU geen toestemming geeft tot de toetreding van het VK.

Besluit

De Brexit heeft het toch al complexe vraagstuk van toepasselijk recht en bevoegde rechter nog complexer gemaakt. Vooral wanneer partijen zelf niets overeenkomen, moeten ze op zoek binnen een kluwen van bronnen naar de juiste antwoorden. Rechtskeuze- en forumbedingen bieden meer zekerheid en houvast, maar sluiten zeker niet alle discussies uit.

Een belangrijk tip hierbij is om niet te wachten tot een probleem zich voordoet. Een pro-actief nazicht van uw contractuele voorwaarden in internationale contracten en het nemen van de juiste daarop geënte acties kan heel wat onaangename verrassingen vermijden.

Bron: Schoups