Contracten anno 2023:
een praktijkgerichte blik
(Incl. handboek)

Webinar op 7 februari 2023

Appartementsrecht :
een update in het licht van recente evoluties
(Incl. ‘Handboek Goederenrecht’)

Webinar op 10 februari 2023

Valse contracten? Kanttekeningen inzake contracten en simulatie in fiscalibus

Webinar op 8 december 2022

Samenwerken met andere ontwerpers in de bouw:
contractuele en vennootschapsrechtelijke
tips en valkuilen

Webinar op 3 maart 2023

Beëindiging van contracten
en sancties wegens wanprestaties

Webinar on demand

Het nieuwe verbintenissenrecht

Webinar on demand

Nieuw Boek 5 – Verbintenissen – Belangrijke nieuwigheden (Lydian)

Auteurs: Jo Willems en Pieter-Jan Van Mierlo (Lydian)

Op 21 april 2022 heeft de Kamer van Volksvertegenwoordigers het nieuwe verbintenissenrecht, vervat in Boek 5 (“Verbintenissen”) van het nieuw Burgerlijk Wetboek, goedgekeurd. Met Boek 5 worden er enkele nieuwigheden in het Belgisch verbintenissenrecht ingevoerd en worden bepaalde bestaande principes uit de huidige rechtspraak gecodificeerd. Volgens de wetgever is de bedoeling van Boek 5 om een nieuw evenwicht te vinden tussen de wilsautonomie van de partijen en de rol van de rechter als behoeder van de belangen van de zwakkere partijen en het algemeen belang.

Het nieuwe verbintenissenrecht treedt op 1 januari 2023 in werking. De bepalingen van Boek 5 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek zijn in principe van toepassing  op alle rechtshandelingen (zoals het sluiten / opzeggen van overeenkomsten) en rechtsfeiten die plaatsvinden na 1 januari 2023. Het oude verbintenissenrecht blijft van toepassing op overeenkomsten die vóór 1 januari 2023 zijn gesloten, alsook op rechtshandelingen (zoals een ingebrekestelling of wijziging aan een overeenkomst) gesteld na 1 januari 2023 indien zij betrekking hebben op een overeenkomst die vóór 1 januari 2023 gesloten is (eerbiedigende werking). Partijen kunnen hier wel contractueel van afwijken. In de praktijk, zullen de rechtbanken in elk geval nog enige tijd zowel het oude als het nieuwe verbintenissenrecht blijven toepassen.

Hieronder worden alvast enkele belangrijke vernieuwingen en codificaties in het nieuwe verbintenissenrecht besproken waarmee rekening moet worden gehouden o.a. bij het onderhandelen en sluiten van overeenkomsten.

Formulierenstrijd (“Battle of forms”) (art 5.23, lid 2): Indien meerdere sets van tegenstrijdige algemene voorwaarden gelijktijdig van toepassing zijn op de contractuele relatie, stelt zich de vraag welke algemene voorwaarden prevaleren. De meerderheid van de rechtspraak hanteerde hierbij reeds de zogenaamde “knock-out-rule”. Dit principe wordt nu vastgelegd in Boek 5 en houdt in dat beide sets van algemene voorwaarden gelijktijdig van toepassing zijn, met uitzondering van de onverenigbare clausules (i.e. clausules in beide algemene voorwaarden die elkaar tegenspreken). De onverenigbare clausules schakelen elkaar uit, waarbij het Belgisch gemeenrecht op de daarin vervatte onderwerpen van toepassing zal zijn.

Misbruik van omstandigheden als wilsgebrek (art. 5.33 en 5.37): Er wordt een nieuw wilsgebrek ingevoerd in het Belgisch verbintenissenrecht, meer bepaald het “misbruik van omstandigheden”. Voorheen werd dit door de rechtsleer en rechtspraak ook wel de gekwalificeerde benadeling genoemd. Op basis van dit wilsgebrek zal een overeenkomst nietig verklaard kunnen worden of kunnen bepaalde verbintenissen daarin aangepast worden, wanneer bij de contractsluiting een kennelijk onevenwicht bestaat tussen de prestaties van de contractspartijen als gevolg van het misbruik door de ene partij van omstandigheden die verbonden zijn aan de zwakke positie van de andere partij. Een voorbeeld hiervan uit de voorbereidende werken betreft een overeenkomst gesloten tussen een schatter van een verzekeraar en een vrouw die enkele uren voordien met haar 2 kinderen was ontsnapt aan een woningbrand. De schatter maakte misbruik van de zwakheid van de geschokte vrouw om onevenwichtige prestaties overeen te komen, waarop de verbintenissen werden aangepast om het evenwicht tussen de partijen te herstellen. Dit wilsgebrek is dus gebaseerd op een feitelijke beoordeling door de rechtbanken en hoven.

Onrechtmatige clausules (art. 5.52): Indien een clausule, rekening houdend met de omstan-digheden rond contractsluiting, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de contractspartijen, wordt deze als onrechtmatig beschouwd in het nieuwe verbintenissen-recht. Dergelijke clausule wordt dan voor niet-geschreven gehouden. Dit principe is wel enkel van toepassing op clausules waarover niet onderhandeld kon/kan worden en waarop de B2B-wet van 4 april 2019 en het Wetboek Economisch Recht inzake onrechtmatige clausules in een B2C con-text niet van toepassing zijn. Voorbeelden hiervan zijn B2B overeenkomsten inzake financiële diensten of overeenkomsten tussen particulieren. Om discussies te vermijden inzake wat al dan niet onderhandelbaar was, kunnen  partijen best de evolutie van de contractonderhandelingen bijhouden.

Buitengerechtelijke nietigverklaring door kennisgeving (art. 5.59, lid 3): De mogelijkheid om, op eigen risico, een contract nietig te verklaren middels een gemotiveerde schriftelijke kennisgeving aan de andere contractspartij wordt geïntroduceerd in het nieuwe verbintenissenrecht. Dit om te vermijden dat een partij de uitkomst van een gerechtelijke procedure moet afwachten om zich van een contract te bevrijden. De gevolgen van de nietigverklaring zijn evenwel beperkt tot de verbintenissen of bedingen die deelbaar zijn van de rest van het contract. Zo impliceert het feit dat de kennisgeving aan alle andere partijen bij het contract wordt gedaan, niet noodzakelijk dat het contract ten aanzien van al die partijen nietig zal worden verklaard. Bij een betwisting in rechte van de kennisgeving zal de rechter de gegrondheid en werkzaamheid van de nietigverklaring toetsen. Indien de rechter vaststelt dat het contract op ongegronde wijze nietig is verklaard of de kennisgeving onwerkzaam is, heeft het contract nooit een einde gekend. Het contract kan dan wel ontbonden worden ten nadele van de kennisgevende partij die intussen heeft opgehouden haar verbintenissen na te komen. De nietigverklaring bij kennisgeving is uitgesloten voor contracten die bij authentieke akte zijn vastgesteld, zoals een notariële akte of een homologatievonnis.

Imprevisie en verandering van omstandigheden (art. 5.74): In navolging van het merendeel van de moderne wetgeving, introduceert Boek 5 de zogenaamde imprevisieleer of “hardship” in het Belgisch verbintenissenrecht. Op basis daarvan kan een contractspartij/schuldenaar voortaan onder bepaalde voorwaarden een heronderhandelingen vragen met oog op aanpassing of beëindiging van de overeenkomst wanneer een verandering van omstandigheden de nakoming van de overeenkomstbuitensporig verzwaart. Indien de heronderhandelingen binnen een redelijke termijn mislukken of de andere contractspartij/schuldeiser weigert hierop in te gaan, kan de rechter de overeenkomst aanpassen of desgevallend zelfs (geheel of gedeeltelijk) beëindigen. De contractspartijen kunnen deze innovatieve regeling wel contractueel aanpassen of uitsluiten en dus onderling bepalen of zij makkelijker of juist geengebruik willen/kunnen maken hiervan.

Het boetebeding wordt een schadebeding (art. 5.88): Niet enkel de naam wordt gewijzigd, een aantal andere nieuwigheden doen zich hier voor. Zo kan het schadebeding ook betrekking hebben op de uitvoering van diensten en wordt het beoordelingscriterium het ‘kennelijk onredelijke karakter’ van het beding in plaats van de ‘voorzienbare potentiële schade’. De rechter zal, rekening houdend met alle omstandigheden, het kennelijk onredelijk schadebeding verminderen tot een redelijk bedrag of prestatie.

Bevrijdingsbeding (art. 5.89): Voor het eerst wordt de heersende rechtspraak inzake bevrijdingsbedingen in het Belgisch verbintenissenrecht verankerd (in de ruime zin aangezien Boek 5 verder gaat dan de rechtspraak). Bevrijdingsbedingen, waarmee een schuldenaar zijn/haar eigen aansprakelijkheid en/of aansprakelijkheid van diens aangestelden geheel of gedeeltelijk uitsluit, zijn principieel geldig. In tegenstelling tot de B2B-wet van 4 april 2019, is het bevrijdingsbeding ook geldig in geval van zware fout. De gehele of gedeeltelijke uitsluiting van de aansprakelijkheid voor zichzelf of aangestelden ten gevolge van opzet, een fout die het leven of de fysieke integriteit aantast of die de overeenkomst uitholt, is evenwel ongeldig.

Anticipatieve ontbinding of “Anticipatory breach” (art. 5.90, lid 2): De zogenaamde anticipatieve ontbinding betreft de situatie waarbij een schuldeiser voorziet, of met goede redenen vreest, dat een contractuele verbintenis niet kan of zal worden nagekomen, nog vóór het moment waarop de verbintenis zou moeten zijn uitgevoerd. Indien de gevolgen van niet-nakoming van de verbintenis door de schuldenaar voldoende ernstig zijn, kan de schuldeiser op eigen risico, en nadat de schuldenaar ertoe is aangemaand om de verbintenis binnen een redelijke termijn uit te voeren, de overeenkomst vroegtijdig ontbinden. Een voorbeeld hiervan betreft de aankoop van een tweedehandsauto met levering op latere datum, maar in de tussentijd wordt de auto nog steeds online aangeboden door de oorspronkelijke verkoper en biedt iemand een hogere aankoopprijs. De initiële koper vraagt om het zoekertje offline te halen en te bewijzen dat de auto nog steeds in bezit is van de oorspronkelijke verkoper, maar deze weigert dit. Op dat moment kan de initiële koper in principe op eigen risico de koopovereenkomst ontbinden voorafgaand aan de afgesproken leveringsdatum. De rechter kan achteraf de rechtmatigheid en gegrondheid van deze vroegtijdige ontbinding toetsen. De partijen zijn vrij deze mogelijkheid contractueel uit te sluiten.

Buitengerechtelijke ontbinding door kennisgeving (art. 5.93): Het nieuwe Belgische verbintenissenrecht voorziet (in de wettelijke verankering van) de mogelijkheid om een wederkerige overeenkomst te ontbinden wegens wanprestatie zonder rechterlijke tussenkomst. Dit betekent dat een contractspartij, op eigen risico, de overeenkomst kan ontbinden middels een gemotiveerde schriftelijke kennisgeving, indien de niet-nakoming van één of meerdere verbintenissen door de medecontractant voldoende ernstig is. De rechter zal in geval van betwisting de rechtmatigheid en gegrondheid van eenzijdige buitengerechtelijke ontbinding kunnen toetsen.

Prijsvermindering (art. 5.97): De prijsvermindering is een nieuwe sanctie in het nieuwe Belgische verbintenissenrecht. De schuldeiser kan om een evenredige prijsvermindering vragen om zo de wederzijdse verbintenissen weer in evenwicht te brengen. De vermindering kan eenzijdig toegepast worden, gebruikmakend van een gemotiveerde schriftelijke kennisgeving, of kan worden gevorderd voor de rechter.

Postcontractuele verbintenissen en bedingen (art. 5.114): De erkenning van postcontractuele verbintenissen en bedingen m.b.t. de ontbinding van de overeenkomst wordt verankerd in artikel 5.114. In principe heeft de ontbinding van een overeenkomst retroactieve werking, maar rekening houdend met de wil van de partijen kunnen bedingen bestemd zijn om de ontbinding te overleven. Te denken valt hierbij aan niet-concurrentiebedingen, forum-en rechtskeuzebedingen, arbitragebedingen of andere post-contractuele verbintenissen. De wet, de goede trouw of het gebruik maken van het contract na beëindiging kunnen nieuwe verbintenissen creëren.

De exceptie van niet-uitvoering (art. 5.239 §1) en anticipatieve exceptie van niet-uitvoering (art. 5.239 §2): Het algemeen rechtsbeginsel van de exceptie van niet-uitvoering – beter gekend als de ‘ENAC’ –  wordt in het nieuwe Belgische verbintenissenrecht gecodificeerd. Op grond van deze exceptie kan een benadeelde contractspartij in een wederkerige rechtsverhouding de nakoming van haar eigen verbintenissen opschorten met de bedoeling de wederpartij aan te zetten de verbintenissen onder de overeenkomst uit te voeren. Naast deze codificatie wordt ook een nieuwigheid ingevoerd, met name de anticipatieve ENAC. Het verschil met de reguliere ENAC is dat de verbintenis onder strikte voorwaarden kan worden opgeschort zonder dat de schuldeiser reeds beschikt over een opeisbare schuldvordering. Indien het voor de schuldeiser duidelijk is dat de schuldenaar zijn verbintenis niet zal hebben uitgevoerd op het einde van de uitvoeringstermijn, en de gevolgen van de niet nakoming voldoende ernstig zijn, kan de schuldeiser de nakoming van zijn verbintenis opschorten middels een gemotiveerde kennisgeving. De opschorting moet stoppen indien de schuldenaar voldoende waarborgen biedt voor de goede uitvoering van zijn verbintenissen.

Bron: Lydian