Aansprakelijkheid van hulppersonen
in en buiten de contractketting.
Een analyse in het licht van Boek 6

Prof. dr. Ignace Claeys en mr. Camille Desmet (Eubelius)

Webinar op vrijdag 30 augustus 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Consumentenbescherming bij de verwerving
van financiële diensten: de laatste ontwikkelingen (optioneel met handboek)

Prof. dr. Reinhard Steennot (UGent)

Webinar op donderdag 30 mei 2024


Recente wetgevende ontwikkelingen
met impact op de bouwsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024

Kanscontract met onroerende goederen en pensioenplannen: Vlabel spreekt zich uit (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Op 13 november 2023 heeft Vlabel de Voorgaande Beslissing VB 23045 van 25 september 2023 gepubliceerd,

Twee wettelijke samenwoners willen een notarieel kanscontract afsluiten: mevrouw is de volle eigenares van onroerende goederen, meneer is de begunstigde bij leven van een aantal verzekeringscontracten.

De aanvragers wensen over te gaan tot het onderling afsluiten van een (notarieel) kanscontract. Mevrouw wenst de onroerende goederen in dit kanscontract te betrekken, maar wat meneer betreft, lijkt het hem niet evident om de pensioenplannen zelf, geheel of gedeeltelijk, in het af te sluiten kanscontract te betrekken. Meneer wenst pensioenplannen zelf in het af te sluiten kanscontract betrekken, doch wel het recht op de vermogenswaarde ervan.

Het beoogde kanscontract zou geen beding van aanwas zijn in de – overigens algemeen aanvaarde – betekenis die ook de Vlaamse Belastingdienst eraan geeft, waarbij het bestaan van een onverdeeldheid verondersteld wordt. Tussen de aanvragers bestaat inderdaad geen onverdeeldheid met betrekking tot de vermogensbestanddelen die zij in het kanscontract wensen te betrekken: het recht op de vermogenswaarde respectievelijk de onroerende goederen.

Het besluitvormingsorgaan oordeelt dat de inleg van de aanvragers niet gelijkwaardig is. Op basis van de elementen en feiten vermeld in de aanvraag tot voorafgaande beslissing, kan worden besloten dat bij gebrek aan gelijkwaardige inleg het in casu niet om een kanscontract ten bezwarende titel gaat. Er kan bijgevolg niet worden geoordeeld of er erfbelasting of schenkbelasting geheven zal worden in toepassing van de artikelen 2.7.1.0.1 VCF, 2.7.1.0.3, 3° VCF, 2.7.1.0.5 VCF, 2.7.1.0.6 VCF, 2.8.1.0.1 VCF, 2.8.4.1.1, §1 en §2, VCF, 2.9.1.0.1 VCF en 2.9.4.1.1 VCF.

Aangezien het in casu niet om een kanscontract ten bezwarende titel gaat is de vraag naar de toepassing van artikel 3.17.0.0.2 VCF zonder voorwerp geworden.

Lees verder

Webinar

Op vrijdag 26 januari 2024 (12u30 – 14u30) geeft Prof. Jos Ruysseveldt de live-webinar ‘Het aanwascontract doorgelicht aan de hand van 10 praktijkgerichte vragen.

Nadien wordt deze webinar ‘on demand’ aangeboden.