Schenkingen:
een analyse na 2022

Webinar op 7 maart 2023

Het verbintenissenrecht
anno 2023:
12 actuele kernvragen
(Incl. handboek)

Webinar op 7 februari 2023

Appartementsrecht :
een update in het licht van recente evoluties
(Incl. ‘Handboek Goederenrecht’)

Webinar op 10 februari 2023

Valse contracten? Kanttekeningen inzake contracten en simulatie in fiscalibus

Webinar op 25 mei 2023

Samenwerken met andere ontwerpers in de bouw:
contractuele en vennootschapsrechtelijke
tips en valkuilen

Webinar op 12 mei 2023

Beëindiging van contracten
en sancties wegens wanprestaties

Webinar on demand

Hoofdelijkheid en ondeelbaarheid tussen schuldeisers in Boek 5 ‘Verbintenissen’ van het Burgerlijk Wetboek (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Op dinsdagmiddag 7 februari 2023 geven prof. dr. Ignace Claeys (hoogleraar UGent Centrum voor Verbintenissen- en Goederenrecht / advocaat-vennoot Eubelius) en dr. Thijs Tanghe (postdoctoraal medewerker UGent Centrum voor Verbintenissen- en Goederenrecht / advocaat Eubelius) tijdens een webinar van anderhalf uur, opgenomen in een professionele studio, een antwoord op 12 vragen, die voor elke praktijkjurist van belang zijn in het licht van het nieuwe verbintenissenrecht.

Naar aanleiding van dat nieuw verbintenissenrecht hebben prof. dr. Ignace Claeys en dr. Thijs Tanghe trouwens hun handboek ‘Algemeen contractenrecht’ herschreven (Intersentia, februari 2023), dat elke deelnemer aan deze webinar ontvangt!

Klik hier voor meer info over deze opleiding.

In deze bijdrage staan we stil bij de artikelen over ‘Hoofdelijkheid en de ondeelbaarheid tussen schuldeisers’.

Artikel 5.160. Definitie en bronnen

§ 1. Er bestaat hoofdelijkheid tussen schuldenaars wanneer zij gehouden zijn tot dezelfde prestatie en de schuldeiser ieder van hen voor het geheel kan aanspreken.

§ 2. Passieve hoofdelijkheid ontstaat uit de wet of uit een contract. Zij wordt niet vermoed.

Zij bestaat van rechtswege tussen ondernemingen, in de zin van artikel I.1, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht, die tot een zelfde contractuele verbintenis gehouden zijn. Deze regel is evenwel niet van toepassing indien de onderneming een natuurlijke persoon is en haar contractuele verbintenis kennelijk vreemd is aan de onderneming.

(Toelichting in het wetsvoorstel)

Om reden dat de hoofdelijkheid en de ondeelbaarheid aan de actiefzijde veel gemeen hebben, worden ze in deze afdeling samen behandeld.

Paragraaf 1 betreft de kenmerken en de bronnen van actieve hoofdelijkheid. Deze komt in de praktijk minder vaak voor dan de passieve hoofdelijkheid. Toch hebben recente codificaties deze figuur, die de inning van een schuld wil vergemakkelijken, behouden (zo bv. artt. 1311-1312 C.civ.fr.; art. 11.2.1-4 PICC; art. 150 CO en art. III-4: 201 en 206-207 DCFR).

Bij pluraliteit aan schuldenaars én schuldeisers in overeenkomsten vormt zij trouwens vaak de tegenhanger, aan actiefzijde, van de hoofdelijkheid aan passiefzijde.

Voorbeelden van actieve hoofdelijkheid vindt men tussen de aannemers, deelgenoten van een tijdelijke vennootschap, die de actieve hoofdelijkheid bedingen in het contract met hun opdrachtgever; tussen de titularissen van een gemeenschappelijke bankrekening met volledige handtekeningsbevoegdheid voor elke titularis, zodat elk alleen, als hoofdelijke schuldeiser van de bank, de uitbetaling kan eisen door de bank van het creditsaldo van die rekening.

Ook een schuldenaar kan bij deze figuur belang hebben, bv. wanneer hij bij de aankoop van een onroerend goed in onverdeeldheid de gehele koopsom op geldige wijze aan een van de verkopers wil kunnen betalen.

Het eerste lid definieert de actieve hoofdelijkheid zich inspirerend aan artikel 1197 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 1311, eerste lid, C.civ.fr. (zie ook in die zin: art. 11.2.1 PICC en art. III-4: 201 DCFR). Men vindt bij actieve hoofdelijkheid dezelfde kenmerken (en dus ook erg vergelijkbare gevolgen) terug als bij de passieve: er is een eenheid van voorwerp en een pluraliteit van rechtsbanden. Elke schuldeiser is tot dezelfde prestatie gerechtigd en elkeen mag de gehele prestatie vorderen van de schuldenaar.

Het tweede lid bepaalt dat actieve hoofdelijkheid uit een contract zal voortvloeien (en, bij uitbreiding, uit een eenzijdige rechtshandeling, zoals een testament). Zij zal niet uit de aard van de prestatie voortvloeien, maar uit de wil van de partijen. De wet is ook opgenomen als bron, alhoewel er geen bekende gevallen zijn in onze wetgeving. De wetgever is terecht terughoudend om actieve hoofdelijkheid bij wet op te leggen omdat zij een zeer groot vertrouwen tussen schuldeisers veronderstelt en men ze moeilijk algemeen kan invoeren. Het oude artikel 1197 van het Burgerlijk Wetboek vereist dat het contract “uitdrukkelijk” de actieve hoofdelijkheid zou bedingen. Zoals voor de passieve hoofdelijkheid (zie hoger art. 5 160, § 2), bepaalt het voorstel dat zij niet wordt vermoed. Een impliciete wilsuiting van de schuldeisers kan dus volstaan op voorwaarde dat die wil vaststaat en zeker is (P. VAN OMMESLAGHE, III, 2013, p. 1829, nrs. 1237 en 1238; M. VAN QUICKENBORNE en J. DEL CORRAL, “Pluraliteit van schuldeisers en schuldenaren”, in Bijz.Over. Commentaar, Kluwer, 2013, losbl., p. 101-102, nrs. 3-4).

De tweede paragraaf betreft de actieve ondeelbaarheid en herformuleert de regels van de artikelen 1217-1219 en artikel 1224 van het Burgerlijk Wetboek en vult ze aan. Er werd ook deels inspiratie geput uit artikel 1320, eerste lid, C.civ.fr. Het eerste lid definieert de actieve ondeelbaarheid en vult zo een lacune op. Deze omschrijving verwijst naar de invulling van de ondeelbare prestatie uit artikel 5 166, § 2. Het tweede lid herneemt het artikel 1219 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 5.161. Hoofdgevolgen tussen schuldeiser en schuldenaar

§ 1. De schuldeiser kan, naar eigen keuze, iedere hoofdelijke schuldenaar aanspreken tot betaling van het geheel, totdat hij volledige nakoming heeft verkregen. Deze regel strekt zich uit tot het herstel van de schade waartoe de schuldenaars of een van hen zouden gehouden zijn bij toerekenbare niet-nakoming. Vervolgingen tegen een van de schuldenaars beletten de schuldeiser niet ook tegen de anderen vervolgingen in te stellen.

§ 2. De betaling door een van de schuldenaars gedaan, bevrijdt alle anderen van de schuld jegens de schuldeiser, in de mate van de betaling.

(Toelichting in het wetsvoorstel)

Het eerste lid van paragraaf 1 formuleert de kenmerkende hoofdgevolgen van de actieve hoofdelijkheid en ondeelbaarheid: elke schuldeiser mag de betaling van de gehele schuld vorderen en de betaling hiervan door de schuldenaar aan die ene schuldeiser bevrijdt hem jegens de anderen. Men vindt deze gevolgen niet alleen terug in het oude artikel 1197 van het Burgerlijk Wetboek (voor de hoofdelijkheid) en in het oude artikel 1224 van het Burgerlijk Wetboek (voor de ondeelbaarheid), maar ook in artikel 1311, eerste lid en artikel 1320 van het Frans Burgerlijk Wetboek (zie ook voor de actieve hoofdelijkheid: art. 11.2.2. PICC en art. 150, lid 2 CO).

Ook de doctrine beaamt dit hoofdgevolg, zowel bij actieve hoofdelijkheid als bij actieve ondeelbaarheid (H. DE PAGE, Traité, III, 1967, p. 329, nr. 337bis en p. 306, nr. 307; S. STIJNS, 2, 2009, p. 35, nrs. 48-49; P. VAN OMMESLAGHE, III, 2013, p. 1835, nr. 1244; M. VAN QUICKENBORNE en J. DEL CORRAL, o.c., in Bijz.Over. Commentaar, 2013, p. 104, nrs. 7 en 10 en p. 87, nr. 17; P. WÉRY, II, 2016, p. 462, nr. 490 en p. 467, nr. 495).

Het tweede lid herneemt, met lichte aanpassing, het oude artikel 1198, eerste 1id, van het Burgerlijk Wetboek en maakt het voortaan van toepassing op zowel actieve hoofdelijkheid als actieve ondeelbaarheid. Zolang hij niet door een van de medeschuldeisers is vervolgd in betaling, mag de schuldenaar kiezen aan welke schuldeiser hij de gehele schuld vrijwillig wil voldoen.
Men vindt dezelfde regel in artikel 1311, tweede lid, C.civ.fr. (zie ook: artikel 11.2.2. PICC en artikel 150, derde lid, CO). Het begrip “vervolging” mag niet al te letterlijk worden opgevat (in de zin van een dagvaarding in rechte), maar het wijst op elke handeling waardoor een schuldeiser jegens de schuldenaar aanspraak maakt op integrale betaling (M. VAN QUICKENBORNE en J. DEL CORRAL, gecit, in Bijz.Over.Commentaar, 2013, p. 105, nr. 11).

Van zodra een van de schuldeisers vervolgingen instelt, mogen de andere schuldeisers niet meer de gehele betaling vorderen. De schuldenaar kan enkel betalen aan de schuldeiser die hem vervolgt (W. VAN GERVEN en A. VAN OEVELEN, 2015, 554; P. WÉRY, II, 2016, p. 462, nr. 490). Paragraaf 2, verwoordt, aan actiefzijde, de regels van tegenwerpelijkheid door de schuldenaar aan de schuldeisers van de gemeenschappelijke excepties en de excepties die aanwezig zijn in de rechtsband die de schuldenaar heeft met de schuldeiser die hem aanspreekt in betaling; de (hierover: P. WÉRY, II, 2016, p. 463, nr. 491. Zie ook: art. 11.2.3. PICC).

De bevrijdende verjaring, de betaling, de schuldvergelijking of een wilsgebrek veroorzaakt in hoofde van de schuldenaar door alle schuldeisers (bv. bedrog of misbruik van omstandigheden) zijn voorbeelden van gemeenschappelijke excepties. Een voorbeeld van een exceptie persoonlijk aan de rechtsband die de schuldenaar heeft met de initiatiefnemende schuldeiser kan de toekenning zijn door deze laatste van een opschortende termijn. Men viseert hier evenwel niet situaties, zoals bv. de handelingsonbekwaamheid van de initiatiefnemende schuldeiser, aangezien niet de schuldenaar de beschermde partij is die deze mogelijke nietigheidsgrond mag inroepen. De bepaling verwoordt eveneens de regel dat de schuldvergelijking een gemeenschappelijke exceptie is, zoals voor de actieve hoofdelijkheid gesteld in de rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass. 13 juni 1872, Pas., 1872, I, 300, met concl. Adv.-gen. Mesdach de ter Kiele).

Ook de doctrine is hierover eensgezind bij actieve hoofdelijkheid: de schuldvergelijking dooft de schuld uit en kan dus worden gelijkgesteld aan een betaling van de schuld (H. DE PAGE, Traité, III, 1967, p. 329-330, nr. 337bis; P. VAN OMMESLAGHE, III, 2013, p. 1836, nr. 1244; M. VAN QUICKENBORNE en J. DEL CORRAL, gecit, in Bijz.Over. Commentaar, 2013, p. 106, nr. 13; P. WÉRY, II, 2016, p. 464, nr. 491).

Het voorstel maakt beide bepalingen ook van toepassing op de actieve ondeelbaarheid. De regel dat de schuldvergelijking geldt als een betaling zodat zij de gemeenschappelijke schuldvordering van alle schuldeisers uitdooft ten belope van de verrekening, kan in beginsel overeenkomstige toepassing vinden bij actieve ondeelbaarheid (aanvaarden dit voor de wettelijke schuldvergelijking: H. DE PAGE, Traité, III, 1967, p. 306, nr. 307; M. VAN QUICKENBORNE en J. DEL CORRAL, o.c., in Bijz.Over. Commentaar, 2013, p. 88, nr. 17; P. WÉRY, II, 2016, p. 467, nr. 495)

Art. 5.162. Excepties van de medeschuldenaars

§ 1. Een hoofdelijke schuldenaar die door de schuldeiser tot betaling wordt aangesproken, kan een beroep doen op zijn persoonlijke excepties.

Hij kan ook een beroep doen op alle excepties die aan alle medeschuldenaars gemeen zijn, zoals de betaling en de schuldvergelijking.

§ 2. Wanneer een schuldenaar beschikt over een persoonlijke exceptie die zijn aandeel in de schuld uitdooft, het hoofdelijk karakter ervan ontneemt of de opeisbaarheid ervan schorst, kunnen de overige schuldenaars zich erop beroepen teneinde dit aandeel in mindering te brengen van de gehele schuld.

Dit is onder meer het geval bij:

  1. een persoonlijke kwijtschelding van schuld ten voordele van een van de schuldenaars, waarbij de schuldeiser uitdrukkelijk zijn rechten tegenover de anderen heeft voorbehouden; is dit niet het geval of verleent de schuldeiser een algemene kwijtschelding, dan bevrijdt hij alle medeschuldenaars;
  2. afstand van hoofdelijkheid, indien de schuldeiser toestemt in de verdeling van de schuld ten aanzien van een van de medeschuldenaars; doet hij afstand van hoofdelijkheid tegenover alle schuldenaars, dan wordt de schuld voor allen deelbaar;
  3. schuldvermenging.
Art. 5.163. Bijkomende gevolgen tussen schuldeiser en schuldenaars

De ingebrekestelling of vervolging van een van de hoofdelijke schuldenaars heeft gevolgen jegens allen; aldus doen zij moratoire interest lopen tegenover allen; het risico van verlies van het voorwerp gaat eveneens over op allen. De stuiting van de verjaring tegenover een van de hoofdelijke schuldenaars, stuit de verjaring ten aanzien van allen.

Artikel 5.164. Gevolgen voor de schuldeisers onderling

§ 1. Tussen de schuldenaars onderling wordt de schuld van rechtswege verdeeld en ieder van hen is tot bijdrage gehouden voor zijn aandeel in de schuld. De verdeling geschiedt in gelijke delen, tenzij een wettelijke of contractuele bepaling of, bij gebrek daaraan, de concrete omstandigheden een andere verdeling rechtvaardigen. lndien de hoofdelijke schuld een zaak betreft die slechts een van de medeschuldenaars aangaat, is deze tot voldoening van de gehele schuld gehouden ten aanzien van de overige schuldenaars, die tegenover hem slechts als zijn borgen worden beschouwd.

§ 2. De hoofdelijke schuldenaar die meer dan zijn aandeel betaalde aan de schuldeiser, heeft een verhaalsrecht tegen de medeschuldenaars naar evenredigheid tot ieders aandeel. Hij zal evenwel geen verhaal hebben tegen de schuldenaar die tegenover de schuldeiser beschikt over een persoonlijke exceptie.

§ 3. lndien een van de medeschuldenaars insolvabel is, wordt het door zijn insolvabiliteit veroorzaakte verlies naar evenredigheid omgeslagen over alle andere medeschuldenaars die in staat zijn om te betalen, met inbegrip van degene die de schuld voldaan heeft en van de medeschuldenaar die al van een individuele afstand van hoofdelijkheid genoot.

§ 4. In de verhouding tussen medeschuldenaars rust de plicht tot het herstel van de schade, geleden door de schuldeiser als gevolg van een toerekenbare niet-nakoming enkel op hen aan wie zij toerekenbaar is.

(Toelichting in het wetsvoorstel)

Deze bepaling is nieuw en regelt op eenvormige wijze de gevolgen, op het vlak van de contributio, van de actieve hoofdelijkheid en ondeelbaarheid.

Het eerste lid houdt in dat de schuldeiser, die de gehele betaling (of meer dan zijn deel) van de schuld ontving, rekenschap moet afleggen aan de medeschuldeisers. Hij is gehouden tot verdeling van wat hij heeft ontvangen. Dit geldt zowel bij actieve hoofdelijkheid als bij actieve ondeelbaarheid (S. STIJNS, 2, 2009, p. 35, nr. 50 en p. 34, nr. 47; W. VAN GERVEN en A. VAN OEVELEN, 2015, 554 en 553; VAN QUICKENBORNE en J. DEL CORRAL, o.c., in Bijz.Over. Commentaar, 2013, p. 107, nr. 16 en p. 87-88, nrs. 16-17; P. WÉRY, II, 2016, p. 466, nr. 493 en p. 468, nr. 496).
Het tweede lid reikt de mogelijke verdeelsleutel aan, zoals dit reeds bij passieve hoofdelijkheid en ondeelbaarheid is verwoord. Bij actieve hoofdelijkheid en ondeelbaarheid bepalen de partijen vaak de verdeelsleutel in hun contract. Is dit niet gebeurd, kan men de verdeling van de aandelen soms afleiden uit de concrete omstandigheden, zoals uit de respectieve belangen van de schuldeiser in de zaak. Suppletief geldt de regel van de verdeling in gelijke delen.

Het derde lid betreft de situatie van actieve ondeelbaarheid waar de prestatie materieel ondeelbaar is: dan moeten de medeschuldeisers voor hun deel vergoed worden door de schuldeiser accipiens, die hen de waarde van hun aandeel in de schuldvordering zal uitkeren (S. STIJNS, 2, 2009, p. 34, nr. 47; W. VAN GERVEN en A. VAN OEVELEN, 2015, 553; M. VAN QUICKENBORNE en J. DEL CORRAL, gecit, in Bijz.Over. Commentaar, 2013, p. 88, nr. 17).

Artikel 5.165. Overlijden van een schuldeiser

Onder de erfgenamen van een hoofdelijk gehouden schuldenaar wordt de schuld van hun rechtsvoorganger van rechtswege verdeeld. Niettemin blijven de bijkomende gevolgen van de passieve hoofdelijkheid, bedoeld in artikel 5.163, van toepassing.

(Toelichting in het wetsvoorstel)

Op het punt van de vererving verschillen de actieve hoofdelijkheid en ondeelbaarheid. Het eerste lid verankert de geldende regel dat de actieve hoofdelijkheid, net als de passieve, niet overerft.
De erfgenamen van de overleden hoofdelijke schuldeiser zullen de schuldvordering moeten verdelen en kunnen slechts een deel van de schuldvordering opeisen (M. VAN QUICKENBORNE en J. DEL CORRAL, gecit, in Bijz.Over. Commentaar, 2013, p. 105, nr. 12; P. WÉRY, II, 2016, p. 463, nr. 490).

De overlevende schuldeisers blijven daarentegen genieten van de hoofdelijkheid tegenover de schuldenaar en kunnen nog integrale betaling eisen. De bijkomende gevolgen van de actieve hoofdelijkheid, zoals omschreven in artikel 5 171, § 4, blijven evenwel van toepassing, zoals dit ook aan passiefzijde is bepaald (art. 5 165, lid 2).

Het tweede lid verankert de regel dat de actieve (net als de passieve) ondeelbaarheid vererft, zoals dit in het huidige recht geldt: elke erfgenaam van een overleden schuldeiser kan de gehele schuldvordering innen (art. 1224 BW. Zie: H. DE PAGE, Traité, III, 1967, p. 299, nr. 295/B; S. STIJNS, 2, 2009, p. 33, nr. 45; M. VAN QUICKENBORNE en J. DEL CORRAL, o.c., in Bijz.Over. Commentaar, 2013, p. 88, nr. 19; P. VAN OMMESLAGHE, III, 2013, p. 1851, nr. 1263; P. WÉRY, II, 2016, p. 468, nr. 495). Het is bv. ook als kenmerk van ondeelbaarheid behouden in artikel 1320, derde lid, C.civ.fr.