Summer Deal
‘Het nieuwe verbintenissenrecht & koop/verkoop’

6 webinars on demand

Summer Deal
‘Handel & Consument’

6 webinars on demand

Summer Deal
‘Bouw – Actualia’

7 webinars on demand

Summer Deal
‘Het nieuwe goederenrecht’

6 webinars on demand

Het nieuwe verbintenissenrecht

Webinar on demand

De koop anno 2021 and beyond – Inclusief publicatie

Webinar on demand

Het nieuwe verbintenissenrecht: wat u moet weten (KPMG Law)

Auteurs: Wouter Lauwers en Jolien Dewitte (KPMG Law)

Op 21 april 2022 werden de Boeken 1 (‘Algemene Bepalingen’) en 5 (‘Verbintenissen’) van het nieuwe burgerlijk wetboek goedgekeurd. De wetgever wil daarmee onder meer een nieuw evenwicht scheppen tussen de wilsautonomie van de partijen, de taak van de rechter als hoeder van de belangen van de zwakkere partij in de rechtsverhouding, en het algemene belang.

Graag zetten wij enkele belangrijke aandachtspunten voor u op een rijtje:

  • Als een partij onderhandelingen foutief afbreekt, is zij ten aanzien van de wederpartij buitencontractueel aansprakelijk. Indien zij in hoofde van de wederpartij bovendien het rechtmatig vertrouwen heeft gewekt dat het contract zonder twijfel zou worden gesloten, kan zij worden veroordeeld tot herstel van het negatieve (de gemaakte kosten), maar ook positieve contractbelang (de verwachte netto-voordelen uit het niet-gesloten contract).
  • De zogenaamde ‘knock-out rule’. Indien aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden verwijzen, komt een contract tot stand. Beide algemene voorwaarden maken deel uit van het contract, met uitzondering van de onverenigbare bedingen.Dit is echter niet het geval indien een partij vooraf of zonder onnodige vertraging na ontvangst van de aanvaarding uitdrukkelijk aangeeft dat zij daardoor niet gebonden wil zijn.
  • Elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen is onrechtmatig en wordt voor niet geschreven gehouden. Dit geldt in het bijzonder tussen consumenten onderling (‘C2C’), waarvoor er op heden geen bijzondere regels voorhanden waren. De bepaling zou in beginsel eveneens van toepassing zijn op contracten gesloten met overheden.
  • Een schadebeding kan naast betaling van een forfaitair bedrag ook strekken tot levering van een bepaalde prestatie. De rechter matigt het beding bij kennelijke onredelijkheid. De rechter houdt daarbij rekening met de schade en alle andere omstandigheden. De rechter kan de schuldenaar bij matiging evenwel nooit veroordelen tot een vergoeding die lager is dan een redelijk bedrag of een redelijke prestatie.
  • Het zogenaamde ‘misbruik van omstandigheden’ als extra wilsgebrek. Hiervan is sprake als de ene partij misbruik maakt van omstandigheden verbonden aan de zwakke positie van de andere partij, en dit resulteert in een kennelijk onevenwicht tussen de prestaties. De zwakkere partij kan desgevallend aanspraak maken op een aanpassing van haar verbintenissen en, voor zover het misbruik doorslaggevend is, de relatieve nietigheid van het contract.Voornoemde omstandigheden kunnen (volgens de memorie van toelichting) ook voortvloeien uit economische of functionele superioriteit, bijvoorbeeld door een partij die zich in een monopolie- of machtspositie bevindt.
  • Hulppersonen waarop de (hoofd)schuldenaar een beroep doet, kunnen zich ten aanzien van de (hoofd)schuldeiser onder het (hoofd)contract op de daarin vermelde bevrijdingsbedingen beroepen.
  • Een bevrijdingsbeding kan de schuldenaar of een persoon voor wie hij moet instaan bevrijden van zware fout, doch niet van opzettelijke fout. Het bevrijdingsbeding mag het contract evenwel niet uithollen.
  • In geval van wanprestatie, kan de getroffen partij voor zover de voorwaarden daartoe zijn voldaan mits schriftelijke kennisgeving op eigen risico sancties opleggen, waaronder de ontbinding van het contract alsook de vervanging van de schuldenaar door een derde.De contractpartij kan desgevallend tevens een prijsvermindering doorvoeren, evenredig met het verschil in waarde tussen de ontvangen en overeengekomen prestatie.
  • De zogenaamde ‘anticipatory breach’. De schuldeiser kan mits schriftelijke kennisgeving de uitvoering van zijn eigen verbintenis opschorten als duidelijk is dat de schuldenaar zijn verbintenis niet tijdig zal nakomen en de gevolgen daarvan voldoende ernstig zijn voor de schuldeiser. Dit duurt voort tot de schuldenaar voldoende waarborgen voor de goede uitvoering van zijn verbintenis biedt. Dit betekent bijgevolg dat de schuldeiser zijn eigen verbintenis kan opschorten hoewel de prestatie van de schuldenaar nog niet opeisbaar is. De schuldeiser kan mits schriftelijke kennisgeving het contract in uitzonderlijke omstandigheden bovendien ontbinden als duidelijk is dat de schuldenaar niettegenstaande een aanmaning om binnen een redelijke termijn voldoende waarborgen voor de goede uitvoering van zijn verbintenis te bieden, zijn verbintenis niet tijdig zal nakomen en de gevolgen daarvan voldoende ernstig zijn voor de schuldeiser.
  • De zogenaamde ‘imprevisieleer’. Behoudens andersluidend akkoord tussen partijen, kan een contractpartij in geval van een onvoorzienbare haar niet toerekenbare omstandigheid die de uitvoering van het contract buitensporig bezwaart zodat de uitvoering daarvan niet langer redelijkerwijze van haar kan worden verwacht, aan de wederpartij vragen om het contract te heronderhandelen met het oog op een aanpassing of beëindiging daarvan. Bij gebreke aan akkoord tussen partijen binnen een redelijke termijn, kan de rechter, op verzoek van de meest gerede partij, het contract aanpassen of geheel of gedeeltelijk beëindigen.

Het nieuwe verbintenissenrecht treedt in werking de eerste dag van de zesde maand na de maand van publicatie in het Belgisch Staatsblad (vermoedelijk 1 december 2022 of 1 januari 2023). Het is evenwel slechts van toepassing op contracten gesloten na inwerkingtreding daarvan. Contracten gesloten daarvoor, alsmede de toekomstige gevolgen die daaruit voortvloeien, blijven in principe onderworpen aan het oude verbintenissenrecht. Het staat de rechtspraak (volgens de memorie van toelichting) evenwel vrij om in bepaalde gevallen reeds met het nieuwe verbintenissenrecht rekening te houden.

Het nieuwe verbintenissenrecht verdient uw bijzondere aandacht. Zij kent immers een bijzonder brede toepassing, en is van toepassing op alle soorten contracten (C2C, B2C én B2B, maar ook contracten met overheden, edm.).

Heel wat bepalingen kunnen bovendien uitdrukkelijk worden uitgesloten of in functie van uw specifieke noden worden gemoduleerd. Het is daarom zeker geen overbodige luxe om de precieze impact daarvan op uw (standaard)contracten en/of algemene voorwaarden na te gaan, zeker ook niet gelet op andere recente wetgevende initiatieven die het contractsveld grondig beïnvloeden (zie ons vorige nieuwsbericht over de zogeheten B2B-wet  en de aanpassing van de wet betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties). Aarzel alvast niet om ons te contacteren voor een “check-up”.

Bron: KPMG Law