Omgevingsprocedure:
de allerlaatste ontwikkelingen
Mr. Bart De Becker (De Becker Advocaten)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep
Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)
Webinar op donderdag 18 maart 2027
Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Webinar op donderdag 20 mei 2027
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk
Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen
(Scale / Schoups)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Het niet-concurrentiebeding in overeenkomsten tussen zelfstandigen (Van Steenbrugge Advocaten)
Betekenis en belang van een niet-concurrentiebeding
Een onderneming-opdrachtgever kan er belang bij hebben om een niet-concurrentiebeding op te nemen in de overeenkomsten die zij sluit met zelfstandige dienstverleners.
Indien contractueel niets wordt geregeld, geldt immers het principe van de vrijheid van ondernemen wat concreet inhoudt dat de zelfstandige dienstverlener concurrentiële activiteiten mag uitoefenen (voor eigen rekening of voor andermans rekening, bijvoorbeeld voor een rechtstreekse concurrent van de opdrachtgever). Dit weliswaar mits naleving van de eerlijke marktpraktijken (oneerlijke concurrentie is steeds verboden).
Om te vermijden dat de zelfstandige dienstverlener het cliënteel van de opdrachtgever rechtstreeks zou benaderen en afwerven, is het raadzaam voor de opdrachtgever om een niet-concurrentiebeding overeen te komen.
Geldigheidsvereisten
Tussen zelfstandigen is het niet-concurrentiebeding niet wettelijk geregeld (met uitzondering van de handelsagentuur). Volgens de rechtspraak gelden wel een aantal geldigheidsvereisten waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van een niet-concurrentiebeding.
Die geldigheidsvereisten hebben tot doel een evenwicht tot stand te brengen tussen de belangen van de opdrachtgever (bescherming van het cliënteel) en de belangen van de zelfstandige dienstverlener (de vrijheid van ondernemen).
Meer in het bijzonder gelden volgende beperkingen (geldigheidsvereisten):
Beperking in de tijd
De periode waarvoor het niet-concurrentiebeding na beëindiging van de samenwerking geldt, dient uitdrukkelijk bepaald te worden (bijvoorbeeld gedurende 1 jaar).
De maximale duur van het concurrentieverbod varieert naargelang de concrete omstandigheden (de betrokken sector, de duur van de samenwerking, …) en dient proportioneel te zijn. Indien de samenwerking bijvoorbeeld betrekking heeft op een opdracht van 3 maanden, zal een concurrentieverbod van 1 jaar mogelijk disproportioneel zijn (hoewel dit steeds afhangt van de overige concrete omstandigheden).
Territoriale beperking
Het niet-concurrentiebeding moet ook beperkt zijn tot een bepaald geografisch gebied, rekening houdend met het rechtmatig belang van de opdrachtgever.
Indien de opdrachtgever bijvoorbeeld geen activiteiten voert in Italië (en daar ook geen voorbereidingen toe heeft getroffen) zal een concurrentieverbod dat ook van toepassing is in Italië als ongeldig worden beschouwd (aangezien de opdrachtgever geen rechtmatig belang voor een dergelijk verbod kan aantonen).
Beperking wat betreft de activiteiten
De tijdelijk verboden activiteiten moeten betrekking hebben op de activiteiten die de zelfstandige dienstverlener uitvoerde voor de opdrachtgever.
Gevolgen ongeldig niet-concurrentiebeding
Indien het concurrentieverbod te verregaand is, kan de rechter het beding nietig verklaren en het dus buiten werking stellen.
Om het voordeel van een ongeldig concurrentieverbod niet geheel te verliezen (door nietigverklaring) is het raadzaam om er in op te nemen dat indien het beding de toepasselijke wettelijke beperkingen zou overschrijden, de partijen er zich van onthouden de nietigheid te vorderen en het beding zal worden gematigd tot hetgeen wettelijk maximaal toegelaten is.
Gevolgen schending niet-concurrentiebeding
In geval van de schending van een niet-concurrentiebeding is het vaak moeilijk om de daardoor geleden schade te bewijzen en te begroten.
Voor de opdrachtgever is het dan ook raadzaam om in het niet-concurrentiebeding een (niet buitensporige) forfaitaire (vaste) schadevergoeding op te nemen die zal verschuldigd zijn in geval van inbreuk. Dit onder het voorbehoud dat indien de werkelijk geleden schade hoger ligt dan de forfaitair bepaalde schadevergoeding, een hogere schadevergoeding kan gevorderd worden. Dit zal meteen ook een stimulans vormen voor de zelfstandige dienstverlener om het niet-concurrentiebeding na te leven.
» Bekijk alle artikels: Verbintenissen & Goederen


















