Het nieuwe verbintenissenrecht

Webinar on demand

De koop anno 2021 and beyond – Inclusief publicatie

Webinar on demand

Cryptomunten: recente ontwikkelingen

Webinar op 20 mei 2022

Overheidsopdrachten: 10 knelpunten onder de loep – Een analyse aan de hand van recente rechtspraak

Webinar op 2 juni 2022

De nietigheid naar huidig en toekomstig verbintenissenrecht

Webinar op 16 juni 2022

Voordeelpakket
‘Buitencontractuele aansprakelijkheid’

7 Webinars on demand

Ga voor duurzaamheid: denk eens aan PaaS als aanbestedende overheid (Publius)

Auteurs: Sofie Logie en Thomas Fiers (Publius)

Een ontwikkeling die absoluut aandacht behoeft in het kader van de circulaire economie is de figuur van Product as a Service (PaaS). Deze contractvorm stapt af van het oude idee van eigendomsoverdracht en zet volop in op het als dienst aanbieden van goederen. Deze omwenteling kadert in het breder fenomeen van ‘servitisation’ of ‘verdienstelijking’.

Er is tot op heden geen specifiek juridisch kader voor de figuur van PaaS, maar het gemeen recht inzake huur of aanneming is van toepassing, afhankelijk van welke component in de overeenkomst het zwaarste doorweegt. Aangezien bij een PaaS-overeenkomst het aandeel ‘prestaties’ vaak de bovenhand haalt, zal in dit geval het gemene recht inzake aanneming van toepassing zijn.

PaaS-overeenkomsten kunnen uiteraard ook gesloten worden in het kader van een overheidsopdracht. De nadruk van de opdracht zal ook hier vooral op de dienstencomponent gericht zijn, zodat het voorwerp van de opdracht verschuift van een opdracht voor leveringen naar een opdracht voor diensten.

Het gebruik van PaaS is een handig instrument voor aanbestedende overheden die van duurzaam aankopen een speerpunt willen maken. Een vaak genoemd voordeel van PaaS is immers dat het de producent naar een duurzamer ontwerp van hun product stuwt. Die laatste blijft immers eigenaar van zijn product en heeft er dus belang bij dat de restwaarde na het gebruik door de gebruiker nog zo hoog mogelijk ligt. Heel vaak staat de producent ook in voor het onderhoud van zijn product en dan wil hij overmatig onderhoud natuurlijk vermijden. Voorzien in een duurzaam en hoogwaardig product is hiervoor noodzakelijk.

Voorbeelden van PaaS zijn legio. Zo zou een overheid als eigenaar van een kantoorgebouw voor de implementatie van een lift kunnen kiezen voor PaaS, in plaats van de lift in eigendom te verkrijgen. De lift blijft dan eigendom van de producent-dienstverlener, die voorziet in onderhoud en herstellingen en bij het einde van de overeenkomst de lift en zijn onderdelen opnieuw onder zich krijgt.

Een ander voorbeeld betreft een stadsbestuur dat zelf geen drinkwaterkoelers voor leidingwater aankocht, maar de koelers huurde en tevens het onderhoud daarvan aan de leverancier gunde. Ook (openbare) verlichting, liften, bureaumateriaal, zonnepanelen, warmtepompen, deelfietsen en -steps, etc. kunnen via een PaaS verlopen. Kortom, een aanbestedende overheid beschikt over een brede waaier aan mogelijkheden om PaaS in haar aankoopbeleid te implementeren.

De circulaire toepassing van PaaS, vaak gericht op demonteerbaarheid van materialen of onderdelen, heeft echter gevolgen op goederenrechtelijk vlak. Nemen we het voorbeeld van de lift, dan kunnen vragen rijzen omtrent risico’s als bestanddeelvorming (art. 3.8, § 2 Nieuw BW) en natrekking (art. 3.55 Nieuw BW) ten nadele van de producent-dienstverlener. Dergelijke goederenrechtelijke hindernissen nopen tot inventieve toepassingen van bv. het erfpacht- en opstalrecht.

Het gebruik van opstalrecht brengt op zijn beurt weer juridische uitdagingen en onzekerheid met zich mee, want het vestigen van een opstalrecht vereist een ‘bouwwerk’ en een ‘zekere mate van zelfstandigheid’.

De toekomst zal moeten uitwijzen of het (nieuwe) goederenrecht zich voldoende leent tot de ontwikkelingen van de circulaire economie. In elk geval kunnen aanbestedende overheden zich als ‘duurzame aankoper’ manifesteren door van PaaS gebruik te maken.

Bron: Publius