Appartementsrecht:
een overzicht van recente ontwikkelingen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Andersen in Belgium)

Webinar op donderdag 5 december 2024


Aansprakelijkheid van hulppersonen
in en buiten de contractketting.
Een analyse in het licht van Boek 6

Prof. dr. Ignace Claeys en mr. Camille Desmet (Eubelius)

Webinar op vrijdag 30 augustus 2024


Recente wetgevende ontwikkelingen
met impact op de bouwsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Boek 7 ‘Bijzondere contracten’
en de impact voor de bouw- en vastgoedsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op donderdag 7 november 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024

Erfdienstbaarheid eerbiedigen. Verwijderen belemmering of betalen dagelijkse dwangsom (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Waarover gaat het?

Tussen partijen bestond een geschil over het al dan niet voorhanden zijn van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang op een stuk grond te Gent. Het stuk grond was aangekocht door een aannemer met het oog op de constructie van een studentenresidentie, en was afgesloten met werfhekkens.

Bij vonnis van 5 januari 2018 oordeelde de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent dat het perceel (…), eigendom van de aannemer, over een breedte van 2,30 meter bezwaard is met een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang. Aan de aannemer en de Stad Gent werd het bevel gegeven om elke belemmering die het gebruik van de publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van overgang zou verhinderen of beperken, te verwijderen, en dat iedere belemmering verwijderd moet blijven, onder verbeurte van een dwangsom van 100 euro per dag met een maximum van 200.000 euro. Op 5 en 19 januari 2019 liet eiser het vonnis betekenen aan de aannemer en de Stad Gent. Vervolgens paste de aannemer haar bouwplannen aan en verkreeg zij een omgevingsvergunning van de Stad Gent. Voorts verkreeg de Stad Gent van de aannemer een tijdelijk recht tot inname van, enerzijds, het voetpad langsheen het perceel, en anderzijds, de publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang.

Eiser heeft op verschillende momenten tijdens de werken vaststellingen laten doen door een gerechtsdeurwaarder.

Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 5 januari 2018 werd een dwangsomveroordeling tot eerbiediging door de aannemer en de Stad Gent van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang met een bevel om elke belemmering van het gebruik van de doorgang over een breedte van 2,30 meter te verwijderen en verwijderd te houden.

De dwangsomrechters veroordeelden de aannemer en de Stad Gent meer precies om elke belemmering te verwijderen of verwijderd te houden binnen de daartoe gestelde termijn onder verbeurte van een dwangsom van 100 euro per dag dat de belemmering niet is verwijderd of verwijderd gehouden, met een maximum van 200.000 euro.

Op 12 juni 2019, 18 september 2019, en 25 maart 2020, heeft eiser betalingsbevelen laten betekenen ten bedrage van respectievelijk 3.500 euro, 2.900 euro en 17.400 euro, waartegen telkenmale verzet werd aangetekend door de aannemer en de Stad Gent.

Het hof van beroep te Gent oordeelde op 14 december 2021 als beslagrechters dat voormelde niet-hoofdelijke dwangsomveroordeling neerkomt op een dwangsom van 50 euro per dag per persoon dat de belemmering niet is verwijderd of verwijderd gehouden.

De visie van Cassatie

1. Krachtens artikel 793, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek kan de beslagrechter een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen.

2. Krachtens artikel 1385, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter op vordering van een partij een wederpartij veroordelen tot betaling van een dwangsom voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan.

Deze bepaling onderstelt dat de rechter die ten laste van verschillende personen een niet-hoofdelijke veroordeling uitspreekt, ieder van hen veroordeelt tot betaling van een afzonderlijke dwangsom voor het geval dat niet aan de hoofdveroordeling wordt voldaan.

3. Krachtens artikel 1385ter Gerechtelijk Wetboek kan de rechter de dwangsom vaststellen hetzij op een bedrag ineens hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding. In die laatste twee gevallen kan de rechter eveneens een bedrag bepalen waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd.

De appelrechters die zodoende de dubbelzinnige dwangsomveroordeling hebben uitgelegd, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Lees hier het Cassatie-arrest van 17 juni 2024

» Bekijk alle artikels: Verbintenissen & Goederen