Ondernemingsstrafrecht:
wat wijzigt er door boek I en boek II van het Strafwetboek?

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op dinsdag 11 juni 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024


HR-aspecten bij M&A transacties

Mr. Nele Van Kerrebroeck (Linklaters)

Webinar op donderdag 16 mei 2024


Recente wetgevende ontwikkelingen
met impact op de bouwsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Vereffening-verdeling van nalatenschappen:
16 probleemstellingen

Mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)

Webinar op vrijdag 26 april 2024

De gevolgen van Boek 5 op de vennootschap (DLPA Advocaten)

Auteurs: Maude Mertens en Carlo De Groote (DLPA Advocaten)

Op 1 januari 2023 trad Boek 5 “Verbintenissen” van het Burgerlijk Wetboek in werking. Deze modernisering van het verbintenissenrecht heeft een onmiskenbare impact op het vennootschapsrecht, nu het verbintenissenrecht een belangrijke bron is van het vennootschapsrecht.

In het algemeen voert het boek heel wat vernieuwingen in die van aanvullend recht zijn en bijgevolg aanzetten tot een mindshift bij de redactie van contracten: sedert 1 januari 2023 moet men – veel meer dan voorheen – de vraag stellen of bepaalde wettelijke bepalingen, die van aanvullend recht zijn, al dan niet uitdrukkelijk moeten uitgesloten worden.

In deze bijdrage vestigen we graag uw aandacht op een aantal vernieuwingen van het verbintenissenrecht die van bijzonder belang zijn voor de vennootschapspraktijk.

Imprevisieleer

Het nieuw verbintenissenrecht erkent voortaan de mogelijkheid om, onder bepaalde voorwaarden, een gesloten contract hetzij aan te passen aan intussen veranderde omstandigheden, hetzij te beëindigen.

Het gevolg hiervan is dat, indien de toepassing van deze mogelijkheid niet wordt uitgesloten, elke partij, onder bepaalde voorwaarden, de heronderhandeling van het contract kan vragen. Bij afwijzing of mislukking van de heronderhandelingen binnen een redelijke termijn, kan de rechter, op verzoek van één van de partijen, ofwel het contract aanpassen om het in overeenstemming te brengen met wat de partijen redelijkerwijze zouden zijn overeengekomen indien zij rekening hadden gehouden met de verandering van omstandigheden, ofwel het contract geheel of gedeeltelijk beëindigen. Het zal er dus op aankomen om zich bij de redactie van bijv. een overnamecontract de vraag te stellen of men deze wettelijke mogelijkheid al dan niet uitdrukkelijk wenst uit te sluiten.

Sancties wegens niet-nakoming

Een andere opmerkelijke vernieuwing is de wettelijke verankering van de mogelijkheden tot eigenrichting. Zo wordt de mogelijkheid tot eenzijdige ontbinding wettelijk vastgelegd evenals de mogelijkheid tot anticipatieve ontbinding. Dit laatste houdt de mogelijkheid in voor een contractspartij om de overeenkomst te ontbinden wanneer het duidelijk is dat de andere partij haar verbintenis(sen) niet zal komen, m.a.w. nog voordat effectief een contractuele wanprestatie heeft plaatsgevonden. Een typisch voorbeeld in de vennootschapspraktijk is het geval van een verkoper van aandelen die een overnamecontract ontbindt omdat de koper de prijs op de uitvoeringsdatum niet zal kunnen betalen.

Verder kan een schuldeiser bij voldoende ernstige wanprestatie eenzijdig de prijsvermindering eisen via een gemotiveerde, schriftelijke kennisgeving aan de schuldenaar. Ook dit verdient bijzondere aandacht bij de redactie van overnamecontracten, zeker in gevallen waar de ondertekening (signing) en uitvoering (closing) van het overnamecontract niet tegelijk plaatsvinden of waarin een deel van de prijs pas op termijn wordt betaald.

Onrechtmatige bedingen

Het nieuw verbintenissenrecht bepaalt dat elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen onrechtmatig is en voor niet geschreven wordt gehouden. Om discussies hierover te vermijden kan het in bepaalde gevallen belangrijk zijn in de preambule van een overeenkomst te voorzien dat de toepassingsvoorwaarden van deze bepalingen niet zijn vervuld.

Schadevergoeding en precontractuele aansprakelijkheid

Het verbintenissenrecht innoveert met de toevoeging van een uitzonderlijke vergoedingsplicht bij het afbreken van onderhandelingen. Onder de oude wetgeving was de vergoedbare schade bij het afbreken van onderhandelingen het negatief contractbelang. Dit betekent dat partijen teruggeplaatst worden in de situatie alsof er niet zou zijn onderhandeld, wat concreet impliceert dat de benadeelde vergoeding kan vragen voor de kosten die nutteloos zijn geworden (zoals de kosten van adviseurs) en het verlies van een kans om met een derde te contracteren.

Volgens de nieuwe wet zal het ongemotiveerd afbreken van onderhandelingen in de regel leiden tot de vergoedingsplicht van het negatief contractbelang. Wanneer het rechtmatig vertrouwen is gewekt dat het contract zonder enige twijfel gesloten zal worden, kan echter het positief contractbelang in aanmerking komen voor vergoeding. Dit betekent dat men in dat geval vergoeding zal kunnen eisen van het verlies van de verwachte netto-voordelen uit het niet gesloten contract.

Vertegenwoordiging

Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bevat ook een nieuwe bepaling inzake vertegenwoordiging, met name dat het niet mogelijk is om als vertegenwoordiger op te treden als tegenpartij van de vertegenwoordigde, noch in het geval dat er sprake is van een belangenconflict.

Deze nieuwe wettelijke bepaling kent een ruimer toepassingsgebied dan de specifieke belangenconflictenregeling in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) en heeft als gevolg dat er ook heel wat situaties worden geviseerd die niet vallen onder de specifieke regeling van het WVV. Zo bijv. is de belangenconflictregeling in het WVV enkel van toepassing op een vermogensrechtelijk belang terwijl voor de toepassing van de algemene regeling in het Burgerlijk Wetboek deze beperking niet geldt. Dit leidt dan ook tot heel wat vragen in de vennootschapspraktijk. Sedert 1 januari 2023 zal er daarom extra aandacht moeten besteed worden aan de vertegenwoordiging in een vennootschapsrechtelijke context.

Bron: DLPA Advocaten