Schenkingen:
een analyse na 2022

Webinar op 7 maart 2023

Het verbintenissenrecht
anno 2023:
12 actuele kernvragen
(Incl. handboek)

Webinar op 7 februari 2023

Appartementsrecht :
een update in het licht van recente evoluties
(Incl. ‘Handboek Goederenrecht’)

Webinar op 10 februari 2023

Valse contracten? Kanttekeningen inzake contracten en simulatie in fiscalibus

Webinar op 25 mei 2023

Samenwerken met andere ontwerpers in de bouw:
contractuele en vennootschapsrechtelijke
tips en valkuilen

Webinar op 12 mei 2023

Beëindiging van contracten
en sancties wegens wanprestaties

Webinar on demand

De contractuele “remedies” in het nieuw verbintenissenrecht (Reyns Advocaten)

Auteur: Alexandre Bastenier (Reyns Advocaten)

Zoals in onze voorgaande nieuwsblog aangekondigd, zal vanaf 1 januari 2023 Boek 5 “Verbintenissen” van het Nieuw Burgerlijk Wetboek van kracht gaan.

Het belang van dit nieuwe verbintenissenrecht kan niet voldoende benadrukt worden. Het verbintenissenrecht is “de moeder” van het recht en vindt toepassing in nagenoeg alle geschillen en alle rechtstakken.

De wetgever heeft als opzet het verbintenissenrecht te moderniseren en toegankelijker te maken en wenst de evoluties die de maatschappij doorheen de jaren heeft gemaakt in dit nieuwe recht te laten weerspiegelen.

In deze nieuwsblog spitsen we ons toe op de contractuele “remedies” die vervat zitten in het nieuwe verbintenissenrecht. Verbintenissen strekken partijen tot wet. Leeft één van de partijen zijn contractuele verbintenissen niet (correct) na, nu of in de toekomst, dan begaat deze partij een contractuele wanprestatie. De actiemiddelen waarover de andere partij in dat geval in zijn “arsenaal” beschikt zijn legio.

Zonder exhaustief te willen zijn, lichten we hieronder enkele van deze “remedies” toe, in het licht van de nieuwigheden die in Boek 5 worden voorzien:

Uitvoering in natura door vervanging van de schuldenaar

In het Oud Burgerlijk Wetboek was al voorzien dat een schuldeiser, bij wanprestatie van zijn schuldenaar, de gedwongen uitvoering in natura kon vragen door vervanging van de schuldenaar. De schuldeiser wordt in dat geval gemachtigd om de verbintenissen door een derde naar keuze te laten uitvoeren, op kosten van de in gebreke blijvende schuldenaar uiteraard.

In de praktijk ontwikkelde zich eveneens een evolutie waarin – onder bepaalde omstandigheden – de schuldeiser beroep kon doen op de vervanging door een derde op buitengerechtelijke wijze, dit is zonder voorafgaandelijke machtiging van de rechtbank te vragen. In het nieuwe verbintenissenrecht wordt dit gebruik, dat in de rechtspraak doorheen de jaren werd ontwikkeld, nu wettelijk verankerd.

Deze buitengerechtelijke sanctie is mogelijk, ofwel indien partijen dit onderling in een overeenkomst hebben bedongen, ofwel indien uitzonderlijke omstandigheden dit verantwoorden. En dit voor zover de schuldeiser eerst nuttige maatregelen heeft genomen om de tekortkomingen vast te stellen en er schriftelijke kennisgeving aan de schuldenaar wordt gedaan.

Dergelijk sanctiemechanisme, zonder eerst langs een rechter te moeten passeren, biedt zowel tijds- als kostenefficiëntie. In het geval van hoogdringendheid komt een dergelijke sanctie dan ook goed van pas. Uiteraard is er steeds een controlerecht bij de rechter, indien de oorspronkelijke schuldenaar van mening is dat de schuldeiser deze remedie ten onrechte heeft ingeroepen.

Schadevergoeding – schadebedingen

 Art. 5.88. Schadebeding

§ 1. De partijen kunnen vooraf overeenkomen dat in geval van toerekenbare niet-nakoming, de schuldenaar als vergoeding gehouden is tot de betaling van een forfaitair bedrag of tot het leveren van een bepaalde prestatie. In dit geval kan aan de andere partij geen grotere, noch kleinere vergoeding worden toegekend.

Het is nu zeer gangbaar dat partijen – wanneer zij een overeenkomst afsluiten – in een forfaitaire schadevergoeding voorzien in het geval één van de partijen in de toekomst een contractuele fout zou plegen. Door de schadevergoeding voorafgaandelijk op forfaitaire wijze te bepalen moeten partijen later – in het geval een fout zich voordoet – geen concreet bewijs aanbrengen van de hoegrootheid van de in werkelijkheid geleden schade. Financiële schade aantonen, bv. winstderving of imagoverlies, is in de praktijk niet altijd eenvoudig.

In de huidige praktijk wordt in dergelijke clausule vaak voorzien dat partijen, niettemin de schade forfaitair begroot wordt, toch het recht hebben om een hogere schadevergoeding te vorderen, voor zover zij kunnen aantonen dat de werkelijke schade hoger ligt dan de forfaitair bepaalde schade. Op die manier leggen de partijen in het forfaitair schadebeding in werkelijkheid de minimum schade al vast.

Het nieuwe artikel 5.88 BW is van dwingend recht en bepaalt nu dat indien partijen een forfaitair schadebeding in hun overeenkomst inlassen, het bedrag vast bepaald moet zijn. Er kan in dat geval aan de andere partij geen grotere, noch kleinere vergoeding worden toegekend.

De rechter heeft evenwel steeds de mogelijkheid om kennelijk onredelijke schadebedingen te matigen.

Ontbinding – buitengerechtelijk en wegens anticipatory breach

Buitengerechtelijke ontbinding op kennisgeving

In het Oud Burgerlijk Wetboek was voorzien dat een overeenkomst, in geval van wanprestatie, door een rechter ontbonden kon worden. De schuldeiser diende derhalve een vordering in rechte te stellen. De laatste jaren werd de buitengerechtelijke ontbinding op schriftelijke kennisgeving in de rechtspraak en rechtsleer aanvaard, voor zover de wanprestatie ernstig was en er uitzonderlijke omstandigheden waren, waardoor het niet opportuun was om de ontbinding eerst aan een rechtbank te vragen.

In de praktijk werd steeds soepeler omgegaan met deze voorwaarden. De wetgever opteerde er daarom voor om in het nieuwe verbintenissenrecht deze remedie expliciet te voorzien. Er zijn geen uitzonderlijke omstandigheden meer nodig, een voldoende ernstige wanprestatie en een duidelijke kennisgeving, waarbij er maatregelen zijn genomen om de wanprestatie vast te stellen, volstaan.

Het opzet van de wetgever is duidelijk. Streven naar efficiëntie en het niet nodeloos belasten van de rechtbanken die al voldoende werklast hebben. Een controle achteraf door de rechtbank is nog steeds mogelijk.

Ontbinding wegens anticipatory breach

In wederkerige overeenkomsten kan het voorkomen dat een schuldeiser – die zelf ten opzichte van diens schuldenaar verbintenissen heeft (bv. een betalingsverbintenis) – in uitzonderlijke omstandigheden en tijdens de uitvoering van de overeenkomst te weten komt dat diens schuldenaar zijn verbintenissen nooit zal kunnen uitvoeren. Het is voor de schuldeiser dan ook zinloos om ofwel  zijn eigen verbintenissen al uit te voeren, ofwel nodeloos en ellenlang te wachten tot de schuldenaar zijn verbintenissen uitvoert.

De wetgever voorziet nu in een remedie om aan deze problematiek tegemoet te komen, met name de ontbinding wegens anticipatory breach. De schuldeiser krijgt de mogelijkheid om in uitzonderlijke omstandigheden, nadat aan de schuldenaar een termijn is gegeven om voldoende waarborgen te bieden dat zijn verbintenissen uitgevoerd kunnen worden, de overeenkomst al te laten ontbinden, nog voor de verbintenissen van de schuldenaar opeisbaar waren. Deze remedie is enkel mogelijk indien de gevolgen van de niet-nakoming van de toekomstige verbintenissen door de schuldenaar voor de schuldeiser voldoende ernstig zijn.

Deze remedie is van aanvullend recht. Partijen kunnen dus contractueel de voorwaarden voor de ontbinding wegens anticipatory breach moduleren en/of schrappen. Partijen kunnen zelfs bepalen dat deze remedie niet van toepassing is op hun contractuele relatie.

Bron: Reyns Advocaten