Verzekeringsrecht:
recente wetgeving en rechtspraak anno 2027

Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)

Webinar op vrijdag 19 maart 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Omgevingsprocedure:
de allerlaatste ontwikkelingen

Mr. Bart De Becker (De Becker Advocaten)

Webinar op donderdag 26 november 2026


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep

Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)

Webinar op donderdag 18 maart 2027


Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk

Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen

(Scale / Schoups)

Webinar op donderdag 19 november 2026

Burenhinder: binnenkort één bevoegde basisrechter (Publius)

Auteur: Isabelle Verhelle (Publius)

Publicatiedatum: 28/05/2020

De materiële bevoegdheid van de rechtbank voor vorderingen van hinder uit nabuurschap is reeds lang een punt van discussie.

Artikel 591, 3° Ger.W. maakt de Vrederechter bevoegd voor geschillen inzake de verplichtingen die de wet aan de eigenaars van aan elkaar grenzende erven oplegt. Evenwel wordt burenhinder niet automatisch hiertoe gerekend. De Vrederechter is ook bevoegd voor vorderingen tot € 5000.

Rechtspraak stelde reeds (S. RUTTEN en F. DUPON, Materiële bevoegdheid – hoofdvordering. De vrederechter, TPR 2014, afl. 4, 1917):

‘Een vordering op grond van de wetgeving inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening, is geen vordering in de zin van art. 591, 3° Ger. W. 

Evenmin is de Vrederechter op grond van art. 591, 3° Ger. W. bevoegd om kennis te nemen van vorderingen inzake burenhinder aangezien dergelijke vorderingen hun oorsprong vinden in de algemene verplichtingen die eigenaars tegenover mekaar hebben en zij aldus geen betrekking hebben verplichtingen die de wet aan elkaar grenzende erven oplegt zoals vereist is door artikel 591, 3° Ger. W. om de bevoegdheid van de Vrederechter te aanvaarden.’

Een vordering gegrond op burenhinder (art. 544 BW) en enkel er op gericht de oorzaak van deze voorgehouden hinder te verwijderen, of desbetreffend maatregelen te horen nemen, behoort tot de algemene bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg (art. 568 Ger.W.) (Vred. Zomergem 29 juni 2012, TGR-TWVR 2012, afl. 5, 322).

Wanneer evenwel een vordering tot vergoeding van minder dan € 5000 wordt ingesteld, zou de Vrederechter wel bevoegd kunnen zijn.

Afpaling en erfdienstbaarheden behoren evenzeer tot de bevoegdheid van de Vrederechter.

Teneinde komaf te maken met de wisselwerking tussen het Vredegerecht en de Rechtbank van eerste aanleg, werd een nieuw wetsvoorstel goedgekeurd.

Vanaf 1 september 2021 zal burenhinder sowieso tot de bevoegdheid van de Vrederechter behoren. Hiertoe wordt onder artikel 591 Ger.W. een nieuwe paragraaf 2ter ingevoegd: ‘Ongeacht het bedrag van de vordering neemt de vrederechter kennis van geschillen inzake bovenmatige burenhinder, zoals bedoeld in de artikelen 3.101 en 3.102 van het Burgerlijk Wetboek’.

Op vandaag is de oude regeling zoals bovenstaand geschetst nog steeds van toepassing.

Lees hier het originele artikel

Juriste (FR)

Directeur Legal

Junior Legal Counsel

scale

Associate Real Estate Law

Boeken in de kijker: