Schenkingen:
een analyse na 2022

Webinar op 7 maart 2023

Het verbintenissenrecht
anno 2023:
12 actuele kernvragen
(Incl. handboek)

Webinar op 7 februari 2023

Appartementsrecht :
een update in het licht van recente evoluties
(Incl. ‘Handboek Goederenrecht’)

Webinar op 10 februari 2023

Valse contracten? Kanttekeningen inzake contracten en simulatie in fiscalibus

Webinar op 25 mei 2023

Samenwerken met andere ontwerpers in de bouw:
contractuele en vennootschapsrechtelijke
tips en valkuilen

Webinar op 12 mei 2023

Beëindiging van contracten
en sancties wegens wanprestaties

Webinar on demand

Anticiperen op een toekomstige wanprestatie van uw schuldenaar? (KPMG Law)

Auteurs: Wouter Lauwers, Arthur Lahousse en David Van Iseghem (KPMG Law)

Betere bescherming voor de schuldeiser dankzij het aankomend verbintenissenrecht.

Stel dat u gisteren als verkoper een goed heeft verkocht aan een koper, waarvan de levering over 30 dagen en de betaling over 60 dagen zal plaatsvinden. Vandaag (een dag later) krijgt u evenwel informatie waaruit blijkt dat de koper de prijs niet kan/zal betalen of zelfs failliet zal gaan.

Onder het huidige recht zou u als verkoper (over 30 dagen) vooralsnog het goed moeten leveren. Immers: zolang de koper contractueel (nog) niet is tekortgekomen (betalingstermijn van 60 dagen …), kan u als verkoper de overeenkomst niet (laten) ontbinden noch de levering opschorten.

Het aankomend verbintenissenrecht voorziet in twee oplossingen voor deze problematiek.

In uitzonderlijke omstandigheden kan het contract ontbonden worden (zgn. ‘anticipatory breach’) wanneer het duidelijk is dat de schuldenaar (‘de koper’), na te zijn aangemaand om binnen een redelijke termijn voldoende waarborgen te bieden voor de goede uitvoering van zijn verbintenissen, zijn verbintenissen niet tijdig zal nakomen en dat de gevolgen van die niet-nakoming voldoende ernstig zijn voor de schuldeiser (zie artikel 5.90, tweede lid nieuw Burgerlijk Wetboek).

Daarnaast voorziet de wetgever ook in een minder vergaande maatregel, met name de mogelijkheid om de eigen prestaties (die men eerst dient te leveren) op te schorten (zgn. ‘exceptie van de vrees’) (zie artikel 5.239 §2 nieuw Burgerlijk Wetboek). Hiervoor is het niet vereist dat er sprake zou zijn van “uitzonderlijke omstandigheden”. Wel moet de schuldeiser zijn opschorting beëindigen indien de schuldenaar voldoende waarborgen biedt ter nakoming van zijn verbintenissen.

Het aankomend verbintenissenrecht zorgt er dus voor dat schuldeisers bijkomend beschermd worden als het duidelijk is dat de schuldenaar een contractuele wanprestatie zal begaan. Uiteraard dient men steeds grondig na te gaan of de toepassingsvoorwaarden hiervoor vervuld zijn, aangezien men anders riskeert zelf contractueel te kort te komen of rechtsmisbruik te plegen.

Bron: KPMG Law