Let’s get personal: de schade van de koper na aandelenoverdracht (Schoups)

Auteurs: Geert De Buyzer, Gwen Bevers en Emilie Bogaerts (Schoups)

In principe kan enkel de eigen, persoonlijke schade voor vergoeding in aanmerking komen. Een recente uitspraak van het Hof van Cassatie herinnert eraan dat die regel een koper van aandelen in de problemen kan brengen, wanneer inbreuken op de overnameovereenkomst schade aan de vennootschap berokkenen en de overeenkomst hieromtrent geen specifieke bepalingen bevat.

Wanneer na een aandelenoverdracht niet alles in de vennootschap blijkt te zijn zoals de verkoper het had voorgesteld (en zoals hij had gewaarborgd in de overnameovereenkomst), kan de koper in principe een vordering tot schadevergoeding instellen.

Maar wat is dan de verhaalbare schade van de koper van de aandelen? Een contractuele schuldeiser kan in principe enkel opkomen ter vergoeding van zijn eigen, persoonlijke schade. Dit geldt ook bij inbreuken op een overeenkomst tot overdracht van aandelen. Een koper kan in beginsel dus enkel zijn persoonlijke schade claimen, en niet de schade van de vennootschap waarvan hij de aandelen heeft verworven.

Het Hof van Cassatie bevestigde deze regel in een arrest van 4 december 2020. Na overname bleek dat bepaalde facturen en een waarborgsom die waren opgenomen in de referentiebalans van de overgenomen vennootschap oninbaar waren. De verkoper schond hiermee de contractuele verklaringen en garanties, die onder meer bepaalden dat de boekhouding en jaarrekening overeenkwamen met de werkelijke financiële situatie van de vennootschap. De appelrechter oordeelde dat de koper recht had op een schadevergoeding, gelijk aan het bedrag van de onbetaalde facturen en de oninbare waarborgsom.

Het Hof van Cassatie verbrak het arrest van het hof van beroep, omdat de appelrechter niet had nagegaan of de onjuiste voorstelling van zaken had geleid tot een overeenkomstig waardeverlies van de aandelen van de koper. Het hof van beroep had aldus moeten nagaan welke weerslag de contractuele inbreuk had op de waarde van de aandelen en dus op de koopprijs die ervoor werd betaald. Dit staat los van de schade geleden door de vennootschap.

Het zijn inderdaad harde juridische regels die tot heel wat problemen aanleiding kunnen geven:

  • kopers kunnen enkel een vordering instellen voor hun eigen persoonlijke schade, die niet gelijk is aan deze van de vennootschap. Het is evenwel een allesbehalve evidente oefening om de invloed te bepalen van een daling van het vennootschapsvermogen op de waarde van aandelen.
  • de vennootschap kan dan weer geen vordering instellen voor de door haar geleden schade op grond van inbreuken van de overnameovereenkomst, omdat zij er in principe geen partij bij is.

Voormelde regels zijn evenwel niet van dwingend recht, zodat er contractueel van kan worden afgeweken. De overnamepraktijk reikt aldus oplossingen aan, met contractuele clausules die de brug slaan tussen de vennootschapsschade en de vergoeding waarop een koper aanspraak kan maken. Deze kunnen erin voorzien dat schade aan de vennootschap wordt verondersteld in dezelfde mate geleden te zijn door de koper. Daaruit kan een koper dan een eigen vordering putten voor schade aan de vennootschap, naast zijn vordering voor zijn persoonlijke schade. Bijkomend kan de vennootschap worden opgenomen als derde-begunstigde. Indien de koper dan besluit niets te vorderen voor vennootschapsschade, kan de vennootschap dit wel.

Het Hof van Cassatie herinnert terecht aan het belang van dergelijke clausules, die noodzakelijk zijn om een koper afdoende te beschermen bij post-overname geschillen.

Bron: Schoups