Het nieuwe Boek 6 en de impact inzake verzekeringen:
een analyse aan de hand van 10 knelpunten

Mr. Sandra Lodewijckx en mr. Pieter-Jan Van Mierlo (Lydian)

Webinar op vrijdag 26 april 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Dagelijks bestuur in de vennootschap:
een analyse aan de hand van 18 praktijkvragen

Mr. Vanessa Ramon en mr. Julie Hoflack (Crivits & Persyn)

Webinar op vrijdag 15 maart 2024


HR-aspecten bij M&A transacties

Mr. Nele Van Kerrebroeck (Linklaters)

Webinar op donderdag 16 mei 2024


Bouwteam(overeenkomsten):
een praktijkgerichte analyse

Mr. Michael Thielens (MT Law)

Webinar op vrijdag 15 maart 2024


Het nieuwe Boek 6 en de impact
voor de bouw- en vastgoedsector:
10 aandachtspunten

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 23 april 2024

Zal boek 6 BW (buitencontractuele aansprakelijkheid) de cap op bestuurders-aansprakelijkheid nieuw leven inblazen? (Schoups)

Auteurs: Gwen Bevers en Emilie Bogaerts (Schoups)

De numerieke beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid, de zgn. “cap”, was één van de meest spraakmakende en controversiële vernieuwingen in aanloop naar de invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Door een amendement werd het toepassingsgebied van dit plafond op de aansprakelijkheid aanzienlijk teruggeschroefd, met nagenoeg geen praktijkgevallen tot gevolg. Het Wetsvoorstel van 8 maart 2023 houdende boek 6 “Buitencontractuele aansprakelijkheid” van het Burgerlijk Wetboek werpt een nieuw licht op de cap. In onderstaande nieuwsbrief lichten we dit verder toe.

De aansprakelijkheid die een bestuurder in de uitoefening van zijn functie kan oplopen, wordt door art. 2:57 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna “WVV”) beperkt tot een bepaald maximumbedrag. Het plafond is afhankelijk van de omvang van de rechtspersoon, gebaseerd op omzet en balanstotaal, en varieert vandaag tussen 125.000 EUR en 12 miljoen EUR. Het deel van de schade dat boven dit maximumbedrag valt, moet de schadelijder zelf dragen. De cap op de bestuurdersaansprakelijkheid geldt voor zowel voor vorderingen ingesteld door de bestuurde vennootschap, als voor vorderingen van derden, en dit ongeacht de contractuele of buitencontractuele grondslag van de aansprakelijkheidsvordering. Verregaandere beperkingen dan de wettelijke cap zijn niet mogelijk: elke statutaire of contractuele bepaling die enige voorafgaande exoneratie of vrijwaring toekent, zal in principe voor niet-geschreven worden gehouden.

De voornaamste doelstelling van de cap op de bestuurdersaansprakelijkheid was om ervoor te zorgen dat bestuurders te goeder trouw zouden kunnen ondernemen met een duidelijker inzicht in hun mogelijke aansprakelijkheid. Daarnaast beoogde de cap meer buitenlandse bestuurders aan te trekken, de ongelijke behandeling van bestuurders tegenover managers weg te werken en bij te dragen aan betere verzekerbaarheid (wegens meer voorspelbaarheid).

In het oorspronkelijke Wetsontwerp tot invoering van het WVV was de cap onder meer uitgesloten (en was de bestuurdersaansprakelijkheid dus onbeperkt) bij twee soorten fouten: bedrieglijk opzet en oogmerk om te schaden. Het voorstel om de cap in te voeren stuitte echter op veel kritiek. Als gevolg werden in extremis, in één van de laatste amendementen, twee bijkomende uitsluitingsgronden geformuleerd, zodat de beperking is uitgesloten bij volgende fouten in hoofde van de bestuurder (waarbij inspiratie werd gezocht in het arbeidsrecht):

  • lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt;
  • zware fout;
  • bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden.

Resultaat: de cap geldt enkel nog voor toevallig voorkomende lichte fouten, en laat dat net het soort bestuursfouten zijn die in praktijk weinig voorkomen, of althans zeer zelden tot een aansprakelijkheidsvordering zullen leiden. En zo baarde de berg een muis: het WVV trad in werking met een uitgehold format (volgens sommigen een “ontzenuwing“) van de cap.

Recent (en eerder vanuit onverwachte hoek, m.n. bij de herziening van het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht in het kader van de globale hervorming van het Burgerlijk Wetboek) werd nagedacht over een aanpassing aan de cap op de bestuurdersaansprakelijkheid. In het Wetsvoorstel houdende boek 6 “Buitencontractuele aansprakelijkheid” van het Burgerlijk Wetboek (hierna “Wetsvoorstel“) dat op 8 maart 2023 werd ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers, wordt de uitzondering voor de gewoonlijk voorkomende lichte fout geschrapt uit art. 2:57, §3, 1° WVV.

De vraag is of voornoemde uitbreiding van het toepassingsgebied effectief praktijkvoorbeelden van de cap zal creëren. Volgens de Memorie van Toelichting bij het Wetsvoorstel zal er niet al te veel veranderen. Net zoals voor toevallig voorkomende lichte fouten, zijn er van gewoonlijk voorkomende lichte fouten weinig toepassingsgevallen. Een rechter kan bovendien besluiten om een geheel van handelingen samen alsnog te beschouwen als een zware fout.

Het Wetsvoorstel zal eerst nog in de Kamer moeten worden besproken en goedgekeurd, alvorens het wordt afgekondigd, gepubliceerd en in werking zal treden. Indien de voorgestelde wijziging aan het WVV het haalt, zal de cap op de bestuursaansprakelijkheid tevens kunnen worden ingeroepen bij gewoonlijke voorkomende lichte fouten, in plaats van enkel bij toevallig voorkomende lichte fouten. Dit dan uiteraard enkel voor feiten die zich voordoen ná datum van inwerkingtreding[1]. De praktijk zal de impact van de wijziging moeten uitklaren, maar een ingrijpende omwenteling verwachten we aldus niet.

[1] Art. 50 Wetsvoorstel Boek 6 BW.

Bron: Schoups