Wet tot hervorming van het ondernemingsrecht ook relevant voor de (burgerlijke) maatschap (Deknudt Nelis Advocaten)

Auteur: Deknudt Nelis Advocaten

Publicatiedatum: 15/05/2018

Met de Wet houdende de hervorming van het ondernemingsrecht, die op 27 april 2018 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, wordt de basiswetgeving voor ondernemingen hernieuwd.

De maatschap ontsnapt niet aan deze hervorming. Ingevolge voormelde wet wordt de maatschap een “onderneming”. Dit heeft een aantal belangrijke gevolgen.

Inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen

Elke maatschap moet voortaan worden ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

De wetgever acht het verantwoord om deze plicht ook op te leggen aan de maatschap, als deelnemer van het rechtsverkeer.

De inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen gebeurt via een ondernemingsloket naar keuze en is een relatief eenvoudig administratief proces waarvan de kost in principe zeer beperkt is.

Voor maatschappen die hun activiteiten aanvangen vanaf 1 november 2018, datum waarop de hervormde wet in werking treedt, geldt de inschrijvingsplicht meteen. Maatschappen die hun activiteiten voor die datum hebben aangevangen, hebben tijd tot 1 mei 2019 om zich in te schrijven.

Boekhoudplicht

De wetgever heeft ervoor geopteerd om de algemene wettelijke boekhoudverplichtingen op te leggen aan alle organisaties zonder rechtspersoonlijkheid.

De maatschap is dus voortaan een “boekhoudplichtige onderneming”. Voor de maatschappen met een jaaromzet van maximaal 500.000 EUR bestaat wel de mogelijkheid om een vereenvoudigde boekhouding te voeren.

De boekhoudkundige verplichtingen gelden meteen voor maatschappen die hun activiteiten aanvangen vanaf 1 november 2018. Voor maatschappen die hun activiteiten reeds voor die datum hebben aangevangen geldt wederom een overgangsperiode. Deze laatsten zijn pas boekhoudplichtig vanaf het eerste volledige boekjaar dat een aanvang neemt na 1 mei 2019. Maatschappen actief voor 1 november 2018 met bv. een boekjaar dat aanvangt op 1 januari, moeten dus een boekhouding opstellen vanaf het boekjaar dat start op 1 januari 2020.

Wat met de controle/bekendmaking van de jaarrekening?

De maatschap wordt aldus boekhoudplichtig. Houdt dit meteen ook in dat die boekhouding gecontroleerd dient te worden en moet worden bekendgemaakt?

De controle en de bekendmaking van de jaarrekening wordt geregeld in het Wetboek van Vennootschappen. Het Wetboek van Vennootschappen legt deze verplichting enkel op aan vennootschappen met rechtspersoonlijkheid.

Het Wetboek van Economisch recht bepaalt dat de boekhoudplichtige ondernemingen die geen vennootschap zijn, ter zake toch de regels van het vennootschapsrecht dienen na te leven en verwijst hen aldus naar het Wetboek van Vennootschappen.

Hoe deze verwijzingsregel voor de maatschap dient te worden geïnterpreteerd, is niet volkomen zeker.

Onzes inziens is de maatschap evenwel nog steeds vrijgesteld van onder meer de publicatieplicht, aangezien zij een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid is, waarvoor volgens het Wetboek van Vennootschappen deze verplichting niet geldt.

Andere wijzigingen

Aansprakelijkheid in de maatschap: hoofdelijkheid als principe. Het verschil tussen een commerciële maatschap en een burgerlijke maatschap is opgeheven. Dit impliceert dat hoofdelijkheid de regel wordt. Hoofdelijkheid betekent dat elk van de vennoten van een maatschap door derden kan worden aangesproken voor de gehele schuld van de maatschap. Voordien gold, althans in het geval van een burgerlijke maatschap, dat vennoten in principe slechts voor hun deel konden worden aangesproken. Van deze wettelijke regel kan worden afgeweken in een overeenkomst met de betrokken schuldeiser.

Maatschap kan een algemeen lasthebber voor proceshandelingen aanstellen. De maatschap die in de Kruispuntbank van Ondernemingen de identificatiegegevens van een algemeen lasthebber laat opnemen, kan principieel door middel van deze algemeen lasthebber optreden in rechte en dit zonder dat alle individuele deelgenoten van de maatschap met naam en toenaam moeten worden vermeld in de akte. Dat laatste was voorheen, in principe, wel het geval.

Vrij bewijs en insolventierecht van toepassing op de maatschap. Vermits de maatschap een onderneming wordt, zal tegen de maatschap het vrij bewijsrecht gelden en wordt de maatschap onderworpen aan het insolventierecht.

Lees hier het originele artikel