Welke impact heeft Brexit op de vennootschapsbelasting? (Van Havermaet)

Auteur: Glenda Boone (Van Havermaet)

Publicatiedatum: 03/03/2021

Sinds 1 januari 2021 is de overgangsregeling afgelopen en wordt het VK (in principe) niet langer gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie. Wat betekent dit nu eigenlijk in de praktijk vanuit Belgisch perspectief inzake vennootschapsbelasting?

ONMIDDELLIJKE GEVOLGEN

Fusies & splitsingen

Reorganisaties waarbij Belgische en Britse ondernemingen betrokken zijn, zullen over het algemeen beschouwd worden als een belastbare transactie. Denk hierbij aan fusies, (partiële) splitsingen of inbrengen door een Belgische vennootschap in het kapitaal van een VK-vennootschap.

Ook indien u aandeelhouder bent van een Britse vennootschap en u ontvangt nieuwe aandelen in een VK-vennootschap naar aanleiding van een reorganisatie, dan is het niet uitgesloten dat u daar een meerwaardebelasting moet op betalen.

Dividenden & interesten

De Europese ‘Moeder-Dochterrichtlijn’ en de ‘Interest-Royaltyrichtlijn’ komen te vervallen. Deze richtlijnen zorgden ervoor dat er geen bronheffing en/of vennootschapsbelasting verschuldigd was op dividenden, interesten of royalty’s.

Maar ook zonder die Richtlijnen kan er (in de meeste gevallen) een vrijstelling geclaimd worden. Voor dividenden uitgekeerd door een Belgische vennootschap had België eerder al de vrijstelling uit de Moeder-Dochterrichtlijn uitgebreid naar landen waarmee een dubbelbelastingverdrag werd gesloten dat voorziet in een uitwisseling van informatie (waaronder dus ook het verdrag tussen België en het VK).

Voor een vrijstelling van bronheffing op interesten en royalty’s van en naar het VK daarentegen, zal beroep moeten gedaan worden op het dubbelbelastingverdrag tussen België en het VK. De formaliteiten daartoe zijn zwaarder dan onder de richtlijn.

Fiscale consolidatie

Ook de toepassing van de Belgische fiscale consolidatie wordt in sommige gevallen bemoeilijkt…  Zo is fiscale consolidatie in principe niet meer mogelijk tussen twee Belgisch dochters van een VK moedervennootschap (of een Belgische dochter en Belgische vaste inrichting van een VK hoofdhuis), aangezien dit enkel kan indien de buitenlandse vennootschap gevestigd is in de Europese Economische Ruimte.  Echter, indien uw onderneming zich in deze situatie bevindt en toch toepassing wenst te maken van het consolidatieregime, kan een beroep op de non-discriminatieclausule uit het dubbelbelastingverdrag met het VK eventueel een oplossing bieden.

ONRECHTSTREEKSE GEVOLGEN

Daarnaast kunnen natuurlijk een heleboel onrechtstreekse gevolgen optreden wanneer groepsstructuren (c.q. supply chains) worden herschikt om het hoofd te bieden aan de operationele impact van de Brexit. Indien bijvoorbeeld bepaalde ondernemingsfuncties worden verplaatst van of naar het VK, moeten o.m. de consequenties inzake verrekenprijzen, beschikbare (O&O-)incentives en de belastbare vaste inrichtingen worden herbekeken.

HET VK IS NIET LANGER EEN EU-LIDSTAAT, MAAR NIET OP ALLE VLAKKEN…

Tot slot wensen we nog aan te stippen dat het principe dat het VK niet langer wordt gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie niet op alle vlakken geldt. De Belgische Brexit-wetgeving voorziet op een aantal punten immers in een uitwerking na 31 december 2020. Dit geldt o.m. voor de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing op de lonen van bepaalde onderzoekers in het kader van samenwerkingsovereenkomsten met universiteiten of hogescholen in het VK. Deze Belgische vrijstelling blijft beschikbaar voor lonen uitbetaald tot het einde van de looptijd van de betrokken overeenkomst, mits die overeenkomst afgesloten werd uiterlijk op 31 december 2020.

Lees hier het originele artikel