Wat na de afschaffing van het directiecomité? (aternio)

Auteur: Julie Lenaerts (aternio)

Publicatiedatum: 31/05/2021

De statuten van naamloze vennootschappen verwijzen vaak nog steeds naar de inrichting van een directiecomité. Een directiecomité laat de raad van bestuur van een NV toe om een aantal van haar bevoegdheden te delegeren aan een selecter groepje van al dan niet bestuurders. Dit petit comité stond tot voor kort doorgaans in voor alles wat het dagelijks bestuur van de vennootschap aangaat. De wetgever heeft dit vehikel met de invoering van het WVV afschaft. Heeft de wetgever echter ook in voldoende werkbare alternatieven voorzien?

Duaal bestuursmodel

Naast de klassieke raad van bestuur (monistisch model) en het bestuur door een enige bestuurder, voorziet het WVV ook in een nieuw bestuursmodel: het duaal bestuur.

Dit model bestaat uit enerzijds een raad van toezicht en anderzijds uit een directieraad. We horen u al denken: “directiecomité, directieraad, what’s in a name?” Enkele belangrijke kanttekeningen zijn aan de orde:

Bevoegdheden

De eerste situeert zich op het vlak van bevoegdheden: daar waar aan het directiecomité in principe allerlei bestuursbevoegdheden konden worden gedelegeerd, voorziet het wetboek nu in een strikte bevoegdheidsverdeling. De raad van toezicht staat in voor het algemeen beleid en de strategie van de vennootschap en voor de zaken die het wetboek exclusief aan een klassieke raad van bestuur voorbehoudt. De directieraad is bevoegd voor wat daarnaast overblijft. Niet onbelangrijk detail: de raad van toezicht dient ook effectief toezicht te houden op de directieraad. Hiermee wordt meteen ook een soort ondergeschiktheid geïnstalleerd.

Cumulverbod

Daarbovenop komt dat leden van de raad van toezicht niet tegelijk ook lid mogen zijn van de directieraad. Binnen het vroegere directiecomité was dit wel het geval. Wil men dus een vroeger directiecomité verderzetten, zullen de leden niet alleen een zekere ondergeschiktheid moeten aanvaarden. Zij zullen ook moeten aanvaarden dat zij niet langer aan het stuur zitten voor het uitstippelen van het beleid. Gemakkelijker gezegd dan gedaan nietwaar?

Samenstelling

Verder vereist het WVV dat in elk orgaan minstens drie leden zetelen. Ook al kunnen we misschien aannemen dat een directiecomité vroeger ook eerder was voorbehouden aan eerder grote vennootschappen, toch blijkt ook deze vereiste niet altijd een evidentie.

Sociaalrechtelijk

Tenslotte dient opgemerkt dat de leden van de directieraad in die hoedanigheid niet door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap verbonden mogen zijn. Lees: zij minstens als zelfstandige in bijberoep deze functie zullen moeten uitoefenen. Ook dit afspect en de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheden kan de pret al snel bederven.

Adviserende comités

Daarnaast voorziet het WVV dat de raad van bestuur in zijn midden en onder zijn verantwoordelijkheid adviserende comités kan oprichten. De samenstelling en hun opdracht wordt aan diezelfde raad van bestuur overgelaten.

In theorie zou dergelijk comité dus gebruikt kunnen worden om het wegvallen van de (soms oneigenlijke) directiecomités op te vangen. De invulling ervan is toch vrij.

Dergelijke comités zijn klassiek echter voorbehouden aan niet-bestuurders die omwille van een bijzondere expertise op regelmatige basis advies aan de raad van bestuur verstrekken. Of hiermee een volwaardig alternatief voor het directiecomité kan worden ingericht is dan ook maar de vraag. Temeer nu het niet de bedoeling van de wetgever zal zijn geweest om hiermee een soort ‘adviescomité op het vlak van dagelijks bestuur’ mogelijk te maken.

(College van) dagelijks bestuur

Voorgaand aanvoelen wordt overigens ondersteund door de invoering van een definitie voor ‘dagelijks bestuur’. Het dagelijks bestuur omvat zaken die:

  • niet verder reiken dat de behoeften van het dagdagelijks leven van de vennootschap;
  • minder belangrijk zijn of;
  • spoedeisend zijn en om die reden geen tussenkomst van de raad van bestuur verlangen.

Deze definitie is voor de vervanging van het directiecomité zowel een vloek als een zegen. Indien het directiecomité voordien uit enkel bestuurders was samengesteld en deze daadwerkelijk het dagelijks bestuur opnamen, stelt zich geen probleem. In dat geval kan men perfect in een college van gedelegeerd bestuurders voorzien. De combinatie van een college dat bestaat uit enerzijds gedelegeerd bestuurders en anderzijds niet-bestuurders gelast met het dagelijks bestuur is mogelijk. Indien het directiecomité voordien echter ook verantwoordelijk was voor andere zaken, werkt de definitie enkel beperkend. In dat geval dringt een herevaluatie van de taakverdeling zich op.

Bijzondere volmachten

Tenslotte kan de raad van bestuur ook nog steeds bijzondere volmachten toekennen. Deze volmachten zijn geschikt net voor de gevallen waarin het vroegere lid van het directiecomité in se niet bevoegd was voor het dagelijks bestuur maar slechts voor een bepaald aspect. Denk hierbij aan aan een HR-directeur die weliswaar binnen het domein van het personeelsbeleid bevoegdheden heeft die ruimer zijn dan de definitie van dagelijks bestuur.

Het is mogelijk om dergelijke bijzondere volmachten te koppelen aan een bepaalde functie en kunnen te allen tijde worden ingetrokken. Kanttekening hierbij: dergelijke volmachten dienen gepubliceerd te worden en ook de expliciete beslissing tot intrekking ervan mag niet over het hoofd worden gezien.

Conclusie

Het vroegere directiecomité zomaar vervangen door de directieraad uit het duaal bestuursmodel is niet aangewezen. Het verdient dus aanbeveling om hier reeds bij stil te staan ruim voor de deadline voor de aanpassing van de statuten zich opdringt. Het hoeft geen betoog dat deze beslissing een belangrijke impact heeft op de betrokkenen en dus niet meer kan worden genomen eens men voor de notaris zit. Het wetboek laat ruimte voor een aantal gelijkaardige alternatieven mits men de verschillen niet uit het oog verliest.

Lees hier het originele artikel