HR-aspecten bij M&A transacties

Mr. Nele Van Kerrebroeck (Linklaters)

Webinar op donderdag 16 mei 2024


Dagelijks bestuur in de vennootschap:
een analyse aan de hand van 18 praktijkvragen

Mr. Vanessa Ramon en mr. Julie Hoflack (Crivits & Persyn)

Webinar op vrijdag 15 maart 2024


Buitencontractuele aansprakelijkheid:
het nieuwe boek 6 is een feit

Prof. dr. Ignace Claeys en prof. dr. Thijs Tanghe (Eubelius)

Webinar op dinsdag 5 maart 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024

Vrijwillige vs onvrijwillige schuldeisers bij externe bestuursaansprakelijkheid (Corporate Finance Lab)

Auteur: Joeri Vananroye (Corporate Finance Lab)

Publicatiedatum: 16/08/2017

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Een vorige post stelde in het licht dat  bestuursaansprakelijkheid ook, en wellicht vooral, de belangen van derden dient.

Dat bestuursaansprakelijkheid derden beschermt is evident bij de externebestuursaansprakelijkheid. Dat is de aansprakelijkheid die de bestuurder oploopt ten aanzien van derden bij onrechtmatige daden die hij begaat in hoedanigheid. Het mooie aan de Belgische regels inzake externe bestuursaansprakelijkheid is dat ze differentiëren tussen vrijwillige schuldeisers (bv. op grond van een overeenkomst) en onvrijwillige schuldeisers (bv. slachtoffer van een onrechtmatige daad).

Beperkte aansprakelijkheid is immers veel minder evident bij onvrijwillige schuldeisers: die schuldeisers hebben niet vrijwillig een band met een entiteit met beperkte aansprakelijkheid. De regels inzake externe bestuursaansprakelijkheid reflecteren dat verschil:

Contractuele aansprakelijkheid geldt enkel voor de partijen bij het contract (met uitsluiting van anderen). Als de bestuurder in eigen naam handelt, heeft de tegenpartij enkel een vordering tegen die bestuurder zelf. Als de bestuurder in hoedanigheid handelt, heeft de tegenpartij enkel een vordering tegen de vennootschap. Indien de schuldeiser daar niet tevreden mee is, dan moet hij maar onderhandelen dat anderen zich ook als partij verbinden of moet hij geen contract sluiten.

De agent die een contract uitvoert van een organisatie wordt bovendien beschermd door de verregaande “immuniteit van de uitvoeringsagent”tegen buitencontractuele aansprakelijkheid voor fouten die hij begaat bij de uitvoering van het contract van de organisatie. Die immuniteit is een praetoriaanse uitzondering op de regel dat een onrechtmatige daad begaan “in hoedanigheid” eigen aansprakelijkheid oplevert. Die uitzondering is verantwoord: de schuldeiser heeft vrijwillig een contract afgesloten met de vennootschap en kan die afspraken niet omzeilen door een buitencontractuele vordering tegen de agent van de vennootschap

Buitencontractuele aansprakelijkheid t.a.v. onvrijwillige schuldeisers, daarentegen, kan automatisch uitdijen naar een ruimere kring. Zo is iedereen die een onrechtmatige daad begaat in principe daarvoor aansprakelijk, ook als die onrechtmatige daad wordt begaan “in hoedanigheid”, voor rekening van een andere (rechts)persoon (Cass. 20 juni 2005, TBH 2006, 416.). Wettelijke uitzonderingen zoals de immuniteit van art. 18 Wet Arbeidsovereenkomsten bevestigen hier de algemene regel. Buitencontractuele aansprakelijkheid van een vennootschap sluit de buitencontractuele aansprakelijkheid van de bestuurders die de schade veroorzaakt hebben niet uit, ook al traden zij op in naam van en/of voor rekening van de rechtspersoon. Organisatie en agent kunnen samen aansprakelijk zijn.

De immuniteit van de uitvoeringsagent geldt enkel ten aanzien van contractuele schuldeisers van de organisatie, niet voor andere, onvrijwillige, schuldeisers (I. CLAEYS, “Het bestuursorgaan als uitvoeringsagent: een verregaande beperking van aansprakelijkheid?”, TRV 1998, (285) 288, nr. 9.). Zij hebben immers niet noodzakelijk vrijwillig kunnen kiezen om enkel een vordering op de organisatie te hebben.

Opnieuw geldt dat onvrijwillige schuldeisers ruimere aanspraken hebben dan vrijwillige.

Deze post is deels gebaseerd op J. Vananroye, Organisatierecht: Werfbezoek aan een onvoltooide piramide, Acta Falconis, VII, Antwerpen, Intersentia, 2015, 65-70, nr. 34.

Lees hier het originele artikel

» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen