Buitencontractuele aansprakelijkheid:
het nieuwe boek 6 is een feit

Prof. dr. Ignace Claeys en prof. dr. Thijs Tanghe (Eubelius)

Webinar op dinsdag 5 maart 2024


Dagelijks bestuur in de vennootschap:
een analyse aan de hand van 18 praktijkvragen

Mr. Vanessa Ramon en mr. Julie Hoflack (Crivits & Persyn)

Webinar op vrijdag 15 maart 2024


HR-aspecten bij M&A transacties

Mr. Nele Van Kerrebroeck (Linklaters)

Webinar op donderdag 16 mei 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024

Verplichte statutenwijziging tegen 1 januari 2024: vergeet de stok denk aan de wortel (Schoups)

Auteurs: Gwen Bevers, Joost van Riel, Sacha Klajnfeld en Emma Van Hoorick (Schoups)

Uiterlijk op 1 januari 2024 moeten de statuten van alle Belgische vennootschappen, verenigingen en stichtingen aangepast zijn aan de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor deze verplichte statutenwijziging ligt bij de bestuurders. Zij zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk als de rechtspersoon of een derde schade lijdt doordat de statuten niet zijn aangepast. Aangezien bestuurders evenwel pas enige aansprakelijkheid riskeren in geval de miskenning werkelijk schade veroorzaakt, kan men zich de vraag stellen of de opgelegde sanctie wel voldoende reden is om tot een statutenwijziging over te gaan. Er wacht naast de spreekwoordelijke stok echter ook een wortel: de verplichte statutenwijziging kan een geschikte opportuniteit vormen om beperkingen van het oude recht af te schudden en de mogelijkheden van het nieuwe recht te gebruiken.

De wettelijke verplichting

Met de wet van 23 maart 2019 deed het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (“WVV“) zijn intrede in de Belgische rechtsorde. De meeste bepalingen daarvan zijn op 1 januari 2020 in werking getreden. Vanaf die datum werden bij elke bestaande rechtspersoon de statutaire bepalingen die in strijd zijn met de dwingende bepalingen van het WVV voor niet geschreven gehouden. De dwingende bepalingen van het WVV zijn dus al meer dan drie jaar van toepassing op alle vennootschappen, verenigingen en stichtingen, niettegenstaande eventuele afwijkende statutaire bepalingen. De aanvullende bepalingen van het WVV hebben vanaf diezelfde datum uitwerking, tenzij de statuten een afwijkende regeling bepalen.

Om evenwel te vermijden dat er vennootschappen, verenigingen of stichtingen zouden blijven functioneren met achterhaalde statuten, bepaalt de wet dat de bestuurders van deze entiteiten uiterlijk tegen 1 januari 2024 de statuten aan het WVV moeten conformeren. Vrijdag 29 december van dit jaar staat dus bij veel bedrijfsjuristen en notariaten als belangrijke deadline in de agenda genoteerd.

De opportuniteitsafweging

Net omdat, enerzijds de statutaire bepalingen in strijd met de dwingende bepalingen van rechtswege voor niet geschreven worden gehouden en, anderzijds, de statuten geldig mogen afwijken van de aanvullende wetsbepalingen van het WVV, voelen weinig vennootschappen, verenigingen of stichtingen een dringende behoefte om hun statuten meteen in overeenstemming te brengen met het WVV. Een zeldzame academicus die durfde suggereren dat bestuurders in sommige vennootschappen de verplichte statutenwijziging konden negeren, vond dan ook erg veel steun in de pers.

Voor dat standpunt valt vanuit een opportuniteitsoverweging inderdaad veel te zeggen. De enige sanctie gekoppeld aan de miskenning van deze verplichting is de bestuurdersaansprakelijkheid: bestuurders zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die het gevolg zou zijn van de niet-nakoming van deze verplichting.

Om aansprakelijk te kunnen worden gesteld, moet er evenwel sprake zijn van concrete schade die in oorzakelijk verband staat met de fout van de bestuurders. Niettegenstaande het feit dat op heden de statuten van meer dan twee derde van de Belgische vennootschappen nog steeds niet in overeenstemming zijn gebracht met het WVV, voorzien we daar ook in onze praktijk weinig aansprakelijkheidsdiscussies rond. Zelfs vanuit een theoretische vraag naar mogelijke gevallen is het concrete aansprakelijkheidsrisico verbonden aan deze verplichting ver zoek. De door de wet opgelegde sanctie blijkt eerder een papieren tijger zonder tanden te zijn.

Naar aanleiding van een recente parlementaire vraag naar dit risico in een zgn. éénpersoonsvennootschap (een vennootschap met één aandeelhouder die ook de enige bestuurder is), antwoordde zelfs minister van Justitie Vincent Van Quickenborne:

“Voorts is er voor de éénpersoonsbv slechts sprake van een eerder theoretisch risico dat de niet-nakoming van de verplichting tot het in overeenstemming brengen van de statuten met het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) toch effectieve schade zou berokkenen aan de vennootschap of derden, nu het overgangsrecht, dat door het nieuw WVV werd bepaald, het belangrijkste aandachtspunt (van kapitaal naar onbeschikbaar eigen vermogen) zelf oploste.” (Vr. en Antw. Kamer 2022-23, 24 maart 2023 (vr. nr. 1786 K. Houtmeyers)

De juridische opportuniteiten

De conclusie is daarom niet dat een statutenwijziging in alle omstandigheden geheel overbodig is. De bij wet verplichte statutenwijziging kan voor veel vennootschappen juridisch gezien net een opportuniteit zijn. Zo kan een statutenwijziging in lijn met het WVV sterk aangewezen zijn indien in de huidige statuten nog een bepaling is opgenomen met:

  • de sanctie van hoofdelijke borgstelling voor alle verbintenissen van de vennootschap door de enige vennoot – na schrapping van die sanctie kunnen vennootschapsgroepen bv. gerust overstappen naar een structuur met één aandeelhouder per vennootschap;
  • beperkingen op de mogelijkheid van schriftelijke bestuursbesluiten, bv. tot “uitzonderlijke gevallen” waar “de dringende noodzakelijkheid en het belang van de vennootschap” het vereisen – na aanpassing van die clausule, kan schriftelijke besluitvorming veel algemener worden toegepast;
  • de verplichting om een “collegiaal bestuursorgaan” te hebben in een NV – zodat een NV waar één bestuurder de facto alle beslissingen neemt ook juridisch gezien alleen kan besturen;
  • de vaak strikte procedures rond aandelenoverdracht in een BV – zodat er bijvoorbeeld met een vrije overdraagbaarheid kan worden gewerkt indien dat wenselijk is; enz.

Bovendien kan het interessant zijn om gebruik te maken van de resem nieuwigheden die het WVV aanbiedt. Te denken valt hierbij aan o.a. de vrijheid om te werken met meervoudig stemrecht op de algemene vergadering van aandeelhouders, de mogelijkheid om andere doelen dan enkel het winstuitkeringsoogmerk na te streven in een vennootschap, de uitoefening van economische activiteiten van industriële of commerciële aard door een vereniging, de mogelijkheid om in een BV gebruik te maken van interimdividenden, …

Bron: Schoups

» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen