Overdracht van een familieonderneming: zijn vennootschapsrechtelijke controlevehikels nog relevant? (Adlex)

Auteur: Gerry Banken (Adlex)

Publicatiedatum: 11/02/2021

De overdracht van een familieonderneming wordt vaak ervaren als een moeizaam proces. Wordt de familieonderneming verkocht? Worden de aandelen niet beter geschonken, al dan niet met voorbehoud van vruchtgebruik? Of worden de aandelen best in een testament toebedeeld? Verdwijnt de ervaren oprichter meteen uit het verhaal nadat de aandelen zijn overgedragen of geschonken? En wat met kinderen die helemaal niet actief zijn in de familieonderneming? Dit zijn vaak de vragen die branden op de tong van de pater of mater familias. Een antwoord op deze vragen wordt frequent gevonden in de oprichting van een controlevehikel. Maar is deze techniek door het meer flexibelere vennootschapsrecht nog relevant?

1. Doel van het controlevehikel

Bij de overdracht van familieondernemingen wordt een controlevehikel vaak gehanteerd om het zeggenschap en de economische eigendom van de aandelen van de familieonderneming op te splitsen en naar wens te moduleren. De aandelen worden dan ingebracht in een burgerlijke maatschap of private stichting met als doel deze entiteit te laten fungeren als controlerende aandeelhouder binnen de familieonderneming, vandaar de term controlevehikel. De overdrager en/of opvolger word(t)(en) benoemd tot quasi-onafzetbare bestuurder van het controlevehikel. Op die manier staat de familieonderneming onder controle van het controlevehikel, dat op haar beurt bestuurd wordt door haar quasi-onafzetbare bestuurder(s). Vervolgens kunnen de deelbewijzen of certificaten die de maatschap, respectievelijk de stichting, uitgeeft op een fiscaal voordelige manier worden geschonken aan de kinderen.

Daarnaast is een controlevehikel een interessant middel om de eenheid binnen het familiaal patrimonium te bewaren. Wanneer de aandelen van de familieonderneming zijn ingebracht in de maatschap of stichting behoort louter het aandeel in dit controlevehikel tot het persoonlijk vermogen van de maten (bij een maatschap) of certificaathouders (bij een stichting). Bij overlijden vererven bijgevolg niet de ingebrachte goederen in het controlevehikel, maar enkel dit onverdeeld aandeel van de maten of certificaathouders. De aandelen binnen het controlevehikel blijven dus als één geheel samen hetgeen bijdraagt tot de continuïteit van de familieonderneming.

2. Soorten controlevehikels

2.1 De burgerlijke maatschap

Een eerste vorm van controlevehikel is de burgerlijke maatschap. Dit is een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, opgericht door twee of meer personen. Hoe deze maatschap wordt bestuurd kan ruim en flexibel omschreven worden in de statuten. Zo zou de overdrager van de familieonderneming zichzelf bijvoorbeeld tot statutair bestuurder kunnen benoemen en zo indirect de controle over de familieonderneming behouden.

De burgerlijke maatschap werd voornamelijk geprezen omwille van haar laagdrempelig karakter (oprichting door onderhandse akte) en grote discretie. Van dit laatste blijft echter niet meer veel over aangezien elke maatschap voortaan moet worden ingeschreven op de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Daarnaast moet de informatie over de “uiteindelijke begunstigde” van de vennootschap worden opgenomen in het UBO-register. Over de samenstelling en omvang van het vermogen moet evenwel niets te worden geregistreerd.

2.2 De private stichting en de Nederlandse stichting

Naast de oprichting van de burgerlijke maatschap, kan men in het kader van successieplanning ook kiezen voor de certificeringtechniek. Hierbij wordt een private stichting opgericht als administratief kantoor (‘STAK’). In tegenstelling tot de burgerlijke maatschap heeft dit vehikel wel rechtspersoonlijkheid en dient deze opgericht te worden bij authentieke akte via een notaris.

Daarnaast moet het ingebrachte vermogen in de stichting steeds een belangeloos doel nastreven. In het kader van successieplanning bij familieondernemingen kan bijvoorbeeld gekozen worden voor de doelstelling “behoud van het familiaal karakter van een familiale onderneming”.

Voorheen werd er massaal gekozen voor de STAK onder het Nederlands recht, gezien deze slechts een éénhoofdig bestuur vereist in tegenstelling tot het Belgisch recht waarbij er drie bestuursleden vereist waren. Sinds de flexibilisering van het Belgisch vennootschapsrecht volstaat ook in ons land een éénhoofdig bestuur zodat de wenselijkheid voor het Nederlandse model achterhaald is.

3. Actuele relevantie van een controlevehikel

Door de flexibilisering en vereenvoudiging van het vennootschapsrecht, intussen één jaar geleden, kunnen de hoger vermelde doelstellingen van een controlevehikel evenzeer gerealiseerd worden binnen de familiale vennootschap zelf.

Zo kan binnen de Besloten Vennootschap (BV) en de Naamloze Vennootschap (NV) het zeggenschap en de economische eigendom van aandelen volledig van elkaar worden losgekoppeld met het oog op een successieplanning. De overdrager van de familieonderneming kan, bijvoorbeeld, de meerderheid van de aandelen tijdens zijn/haar leven op een fiscaal gunstige manier overdragen aan de opvolger(s) en enkele aandelen zelf behouden om inkomsten en/of controle te behouden.

Daarnaast kunnen aandelen met ongelijke winstrechten worden uitgegeven aan kinderen die actief zijn in de familieonderneming.

Verder kan de overdrager aan de kinderen die niet actief zijn in de familieonderneming aandelen zonder stemrecht of effecten met louter vermogensrechten toebedelen. Deze creatie van verschillende categorieën van aandelen met verschillende winst- en stemrechten (soortvorming) heeft echter belangrijke gevolgen. De wijziging van één bepaalde aandelensoort is wel onderworpen aan strenge procedureregels. Bovendien kunnen er erfrechtelijke discussies ontstaan over de waarde van effecten met bijkomende lidmaatschaps- en/of vermogensrechten. Dit kan makkelijk vermeden worden door het opstellen van een globale erfovereenkomst.

Hoewel het flexibele vennootschapsrecht mogelijkheden biedt om op het niveau van de familiale vennootschap een overdrachtsregeling uit te werken, kan een controlevehikel toch nog in zekere zin nuttig zijn. Een belangrijk verschil is namelijk het behoud van de controle over de aandelen binnen de familieonderneming.

Wanneer de overdrager zelf over de aandelen wil blijven beschikken, bijvoorbeeld verkopen, kan dit niet via een statutenwijziging maar wel via een controlevehikel.

Ook kunnen de strenge procedureregels voor de uitgifte van één of meerdere nieuwe aandelensoorten en de wijziging van de eraan verbonden rechten, van een controlevehikel een meer interessante piste maken dan de regeling op het niveau van de familiale vennootschap zelf.

Tot slot blijft het controlevehikel het een boeiende piste indien de overdrager de niet-actieve kinderen wenst uit te sluiten van de familiale vennootschap aangezien zij dan slechts rechten verkrijgen binnen het controlevehikel.

Besluit

De overdracht van de familieonderneming kan op diverse manieren gerealiseerd worden. De mogelijkheid tot behoud van enige controle of financieel rendement door de overdragers kan sluitend ingepast worden door de oprichting van een afzonderlijk controlevehikel, dat bovendien bijdraagt tot de eenheid en continuïteit van de familieonderneming.

Evenwel kunnen de meeste voordelen van dergelijke constructie eveneens bereikt worden door het creëren van verschillende soorten aandelen binnen de familieonderneming zelf. De overdracht van een familieonderneming moet dan ook geen moeizaam proces zijn, maar vraagt wel om een goede afweging tussen de verschillende opties. Het team van Adlex Advocaten is steeds bereikbaar voor een advies op maat over én begeleiding van de overdracht van uw (familie)onderneming.

Lees hier het originele artikel