Kan ik, als bestuurder van een besloten vennootschap, in Corona-tijden een dividend uitkeren aan de aandeelhouders? (Van Steenbrugge Advocaten)

Auteur: Dries Smet (Van Steenbrugge Advocaten)

Publicatiedatum: 18/12/2020

Dat kan, maar de bestuurder dient daarbij voorzichtig te handelen. Vooraleer er een dividend mag uitgekeerd worden in de BV moeten er twee uitkeringstesten worden doorgevoerd: de balanstest en de liquiditeitstest.

Balanstest

De balanstest gaat uit van een analyse van het nettoactief van de vennootschap. Het nettoactief van de vennootschap mag niet negatief zijn of negatief worden als gevolg van de dividenduitkering. Voor deze test kan de laatst goedgekeurde jaarrekening of een meer recente staat van activa en passiva in aanmerking genomen worden.

Liquiditeitstest

Er kan bovendien slechts een dividenduitkering gebeuren indien het bestuursorgaan van de vennootschap vaststelde dat de vennootschap, volgens de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen, na de uitkering in staat zal blijven haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden over een periode van ten minste twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van de uitkering.

Het coronavirus heeft deze analyse voor het bestuursorgaan er niet makkelijker op gemaakt. De gevolgen van het virus en de bijhorende veiligheidsmaatregelen hebben immers een enorme impact op de resultaten van ondernemingen. Denk maar aan de verplichte sluiting van winkels met het omzetverlies van dien, de onzekerheid omtrent de betaalcapaciteit van handelspartners en klanten, het herhaaldelijk uitvallen van het personeel omwille van de verplichte quarantaineperiodes, enzovoort. Dit zou er voor sommige – zelfs bijzonder solvabele – ondernemingen kunnen toe leiden dat de liquiditeiten op korte termijn in het gedrang komen. Indien de onderneming daarvoor geen betalingsuitstel kan bekomen bij haar schuldeisers, is een dividenduitkering dus uit den boze.

Het bestuursorgaan handelt in deze tijden dus beter extra voorzichtig. Onterechte uitkeringen kunnen immers van de ontvangende aandeelhouders teruggevorderd worden, ongeacht hun goede of kwade trouw. De bestuurders die een uitkering hebben gedaan in strijd met de liquiditeitstest, zijn tegenover de vennootschap en derden hoofdelijk aansprakelijk voor alle daaruit voortvloeiende schade indien komt vast te staan dat ze bij het nemen van het besluit wisten of gezien de omstandigheden behoorden te weten dat de vennootschap ten gevolge van de uitkering kennelijk niet meer in staat zou zijn haar schulden te betalen naarmate die in de periode van twaalf maanden na de uitkering opeisbaar worden. Zelfs indien de onderneming dus slechts tijdelijke liquiditeitstekorten ondervindt, kan in dat geval geen dividenduitkering plaatsvinden. Nu de corona-crisis al even aanhoudt, zal het o.i. immers moeilijk te verdedigen zijn dat een bestuurder niet wist of behoorde te weten dat de opeisbare schulden over de komende twaalf maanden niet zouden kunnen betaald worden.

Kortom: bestuurder, wees waakzaam.

Lees hier het orginele artikel