Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten
Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)
Webinar op vrijdag 16 april 2026
Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026
Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)
Webinar op dinsdag 24 november 2026
Is alleen een “georganiseerde” bestuurder een onderneming? (Crivits & Persyn)
Auteur: Crivits & Persyn
Op 18 maart 2022 velde het Hof van Cassatie een opvallend arrest over de kwalificatie van een bestuurder van een vennootschap als onderneming. De kwalificatie als onderneming is cruciaal want het bepaalt onder meer het toepasselijke bewijsrecht en de bevoegde rechtbank. Bovendien kunnen enkel ondernemingen failliet gaan.
Art. I.1,1 ° WER bepaalt dat “elk van de volgende organisaties” een onderneming is:
- iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
- iedere rechtspersoon;
- iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.
De meerderheid van de rechtsleer beschouwde de natuurlijke persoon-bestuurder dan ook als een onderneming. Hij oefent namelijk veelal op een zelfstandige wijze een beroepsactiviteit uit.
Maar in een arrest van 18 maart 2022 greep het Hof van Cassatie, in navolging van de bodemrechters, terug naar het eerste deel van de definitie. Een onderneming zou in de eerste plaats ook een eigen “organisatie” moeten zijn. De bestuurder over wie het in deze zaak ging, was dat blijkbaar niet. Hij ontving slechts een minimale bezoldiging, had weinig persoonlijke inbreng en voerde amper een eigen boekhouding. Het Hof van Cassatie meende dan ook dat de bestuurder in kwestie geen onderneming kon zijn en de bodemrechters terecht weigerden hem failliet te verklaren.
Vooraanstaande auteurs bekritiseerden snel deze beslissing. Het laatste woord hierover lijkt dan ook nog niet gezegd.
Bron: Crivits & Persyn
» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen

















