Alternatieve financieringsvormen
voor ondernemingen:
een waaier aan mogelijkheden

Mr. Dirk Van Gerven, mr. Ivan Peeters en mr. Ken Lioen

(NautaDutilh)

Webinar op dinsdag 19 mei 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


De nieuwe wet inzake meerwaardebelasting: impact op vermogensplanning

Prof. Jos Ruysseveldt

Webinar op donderdag 23 april 2026


Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026

Inbreng van een handelszaak in een vennootschap en niet-concurrentieverplichting. Cassatie-arrest van 10 januari 2025 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

Op 10 januari 2025 heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken over een zaak rond de inbreng van een handelszaak in een vennootschap en de bijbehorende niet-concurrentieverplichting.

Het Hof van Beroep in Brussel oordeelde eerder (op 19 oktober 2022) dat:

  • Wie een handelszaak inbrengt in een vennootschap, daarna geen concurrentie mag aangaan met zijn mede-aandeelhouders of de vennootschap zelf.
  • Het verstandig is om de afspraken hierover duidelijk vast te leggen in de inbrengovereenkomst of de statuten.
  • De duur van de niet-concurrentieverplichting losstaat van de vraag of de inbrenger vennoot blijft en moet worden bepaald volgens de algemene regels over dergelijke verplichtingen.
  • Er geen bewijs was dat de eiseres bij de inbreng van de handelszaak afspraken had gemaakt met de betrokken partijen over een concurrentiebeding met een maximale duur van vijf jaar, beperkt in ruimte en activiteiten.
  • Na hun vertrek als bestuurders op 29 augustus 2019 de verweerders niet langer gebonden waren aan een (impliciet) concurrentieverbod en was er geen bewijs dat zij hun discretieplicht hadden geschonden.

Het Hof van Cassatie stelt dat het Hof van Beroep onvoldoende heeft onderbouwd waarom de niet-concurrentieverplichting maximaal vijf jaar mocht duren en niet langer dan de bestuursperiode van de betrokkenen.

Conclusie: het cassatieberoep is gegrond.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen

Boeken in de kijker: