Aansprakelijkheid van hulppersonen
in en buiten de contractketting.
Een analyse in het licht van Boek 6

Prof. dr. Ignace Claeys en mr. Camille Desmet (Eubelius)

Webinar op vrijdag 30 augustus 2024


HR-aspecten bij M&A transacties

Mr. Nele Van Kerrebroeck (Linklaters)

Webinar op donderdag 16 mei 2024


Consumentenbescherming bij de verwerving
van financiële diensten: de laatste ontwikkelingen (optioneel met handboek)

Prof. dr. Reinhard Steennot (UGent)

Webinar op donderdag 30 mei 2024


Het nieuwe Boek 6:
de impact op de werkvloer

Mr. Chris Persyn (Cautius)

Webinar op donderdag 4 juli 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024


De invoering van Boek 6
en de impact voor de medische sector

Prof. dr. Christophe Lemmens (Dewallens & Partners)

Webinar op vrijdag 4 oktober 2024

Hoofdelijkheid: nood aan een dubbele handtekening? (Caluwaerts Uytterhoeven)

Auteurs: Stéphane Gevers en Ellen Ceulemans (Caluwaerts Uytterhoeven)

Let op! De handtekening van een bestuurder van een vennootschap betekent niet altijd wat u denkt …

Wat is hoofdelijkheid?

Hoofdelijkheid impliceert dat een verbintenis meerdere subjecten heeft die elk tot het geheel gehouden zijn. In het geval van hoofdelijkheid zijn er meerdere schuldenaars, waarbij de schuldeiser mag kiezen welke schuldenaar hij aanspreekt tot betaling van de schuld.

Als schuldeiser heeft u er dus alle belang bij dat uw schuldenaars hoofdelijk gehouden zijn, nu hierdoor het insolvabiliteitsrisico vermindert. Hoofdelijkheid biedt u als schuldeiser dan ook bijkomende garanties.

Indien de bestuurder van een vennootschap mee hoofdelijk en dus persoonlijk als schuldenaar gehouden is, kan u als schuldeiser in dat geval immers zowel de vennootschap als de bestuurder persoonlijk aanspreken. U heeft in dat geval de keuze.

Maar is dit wel het geval? Is er wel sprake van hoofdelijkheid?

In deze blog gaan we dieper in op de situatie van een bestuurder van een vennootschap en of deze al dan niet mee hoofdelijk en dus persoonlijk gehouden is tot nakoming van de verbintenissen van de vennootschap.

Hoofdelijkheid wordt niet vermoed

Gelet op de verregaande gevolgen die een hoofdelijke gehoudenheid met zich meebrengt, wordt hoofdelijkheid niet zomaar vermoed.

Hoofdelijkheid moet uitdrukkelijk uit de wet voortvloeien dan wel in de overeenkomst zijn voorzien.

Het is dus niet zo dat er sprake is van een automatische persoonlijke gehoudenheid of hoofdelijkheid in hoofde van de bestuurder van een vennootschap.

Afzonderlijke instemming van de natuurlijke persoon is vereist

Indien men wenst te bekomen dat de bestuurder van een vennootschap ook persoonlijk verbonden is, dan dient die bestuurder als natuurlijke persoon zijn afzonderlijke instemming hiermee te verlenen.

Dit principe vloeit voort uit het algemeen verbintenissenrecht. In principe vloeien verbintenissen uit een overeenkomst immers uitsluitend voort uit de instemming van partijen.

Bovendien bindt iedereen die een overeenkomst aangaat in principe alleen zichzelf. In de regel kunnen alleen de partijen bij de overeenkomst gebonden zijn om de verplichtingen voortvloeiend uit die overeenkomst na te komen. (Artikel 5.107 Burgerlijk Wetboek: “Het contract doet enkel tussen partijen verbintenissen ontstaan.”)

Ook in het vennootschapsrecht kent men dit principe. Volgens het principe van de orgaantheorie wordt de bestuurder van een vennootschap slechts vermoed te handelen en zich te verbinden in zijn hoedanigheid van bestuurder, dus als orgaan van de vennootschap, en niet met zijn eigen vermogen ten persoonlijke titel. (Artikel 2:49 Wetboek van Vennootschappen & Verenigingen: “De rechtspersonen handelen door hun organen wiens bevoegdheden worden vastgesteld door dit wetboek, het voorwerp en de statuten. De leden van deze organen verbinden zich niet persoonlijk voor de verbintenissen van de rechtspersonen.”)

Twee afzonderlijke handtekeningen in het geval van de natuurlijke persoon als bestuurder van een vennootschap

In de rechtsleer wordt dan ook vooropgesteld dat de uitdrukkelijke wil van een partij om zich persoonlijk en hoofdelijk te verbinden moet blijken uit de overeenkomst zelf.

Deze uitdrukkelijke wil van een partij wordt het meest duidelijk gemaakt door deze partij nogmaals te laten ondertekenen met vermelding van elke hoedanigheid waarin men ondertekent. Namelijk één keer in zijn hoedanigheid als bestuurder van de vennootschap en één keer in zijn hoedanigheid als natuurlijke persoon.

Zo stelt het Hof van Cassatie zelfs voorop dat een aparte clausule inzake de hoofdelijke en persoonlijke gehoudenheid in een overeenkomst niet voldoende is, maar wordt een aparte instemming van de natuurlijke persoon vereist. (Cass. (1e k.) 27 januari 2017, DAOR 2017, afl. 122, 105.) De bestuurder in kwestie kan enkel als medeschuldenaar van die overeenkomst worden aangemerkt mits hij zich zelf daartoe, in eigen naam, verbonden heeft.

Uit een arrest van het Hof van Cassatie van 21 december 2018 blijkt zelfs dat de handtekening van een bestuurder op zich niet voldoende is om deze persoonlijk te binden. Het is steeds de taak van de rechter om de bedoeling van partijen te achterhalen, meer bepaald of de bestuurder van de vennootschap zich ook ten persoonlijke titel heeft willen verbinden. (Cass. (1e k.) 21 december 2018, JDSC 2020, afl. 1, 6.)

Concrete aandachtspunten bij de opmaak van een overeenkomst

Indien u een natuurlijke persoon als bestuurder van een vennootschap mee hoofdelijk wenst gehouden te zien doet u er dan ook goed aan om volgende aandachtspunten in gedachten te houden bij de opmaak van een overeenkomst:

  • De persoonlijk en hoofdelijk gehouden partij als aparte partij en ten persoonlijke titel als partij in de overeenkomst op te nemen;
  • Aan de hoofdelijkheid een apart artikel in de overeenkomst te wijden, zodat partijen hierop duidelijk worden gewezen en hieromtrent duidelijk worden geïnformeerd;
  • De hoofdelijk gehouden partij tweemaal de overeenkomst te laten handtekenen, meer bepaald als bestuurder van de vennootschap én als partij ten persoonlijke titel en hoofdelijk gehouden;
  • Bij de handtekening ook de expliciete vermelding te voorzien dat men ondertekent in eigen naam én als hoofdelijk gehouden partij.

Bron: Caluwaerts Uytterhoeven