Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies

Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)

Webinar op vrijdag 25 september 2026


Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas

(DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille

Hof van Cassatie bevestigt: bestuurders riskeren strafrechtelijke aansprakelijkheid bij misbruik van toevertrouwde gelden (Eska law)

Auteur: Eska law

In een arrest van 24 april 2026 (C.24.0484.F) bevestigt het Hof van Cassatie nogmaals een belangrijk principe: bestuurders van een vennootschap kunnen zich niet onttrekken aan persoonlijke strafrechtelijke aansprakelijkheid wanneer zij, in de uitoefening van hun mandaat, een misdrijf plegen.

De zaak had betrekking op een samenwerking waarbij een vennootschap inkomsten inde voor rekening van een andere onderneming en deze periodiek diende door te storten, na aftrek van een commissie. Op een bepaald ogenblik werden de geïnde gelden evenwel niet langer doorgestort, in strijd met de gemaakte afspraken.

De betrokken bestuurders werden hiervoor strafrechtelijk veroordeeld wegens misbruik van vertrouwen. Voor het Hof van Cassatie voerden zij onder meer aan dat geen sprake kon zijn van dit misdrijf, aangezien de gelden niet voor hun persoonlijk voordeel zouden zijn aangewend.

Het Hof volgde deze redenering niet. Het herhaalt dat een natuurlijke persoon die optreedt namens een rechtspersoon persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk kan zijn wanneer hij opzettelijk een misdrijf pleegt, ook al gebeurt dit in het kader van de werking van de vennootschap. Het is daarbij niet vereist dat de bestuurder een persoonlijk financieel voordeel behaalt. Doorslaggevend is dat de constitutieve bestanddelen van het misdrijf in zijn hoofde vervuld zijn.

In casu oordeelden de feitenrechters dat de betrokkenen zich de geïnde gelden wederrechtelijk hadden toegeëigend, hoewel zij wisten dat deze gelden aan een derde toebehoorden en dienden te worden doorgestort. Een dergelijk gedrag kan een verduistering uitmaken en aldus worden gekwalificeerd als misbruik van vertrouwen.

Het cassatieberoep werd verworpen, waardoor de veroordeling definitief werd bevestigd.

Dit arrest onderstreept nogmaals dat het bestuurdersmandaat geen bescherming biedt tegen strafrechtelijke aansprakelijkheid. Het beheer van vennootschaps- of derdenmiddelen vergt een strikte naleving van de gemaakte afspraken en van de strafrechtelijke normen die daarop van toepassing zijn.BRON: Hof van Cassatie 24 april 2026, C.24.0484.F

Bron: Eska law

Boeken in de kijker: