Ondernemingsstrafrecht:
wat wijzigt er door boek I en boek II van het Strafwetboek?

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op dinsdag 11 juni 2024


HR-aspecten bij M&A transacties

Mr. Nele Van Kerrebroeck (Linklaters)

Webinar op donderdag 16 mei 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024

Het nieuwe strafwetboek: vernieuwingen en verhoogde risico’s voor ondernemingen en bestuurders (VSAdvocaten)

Auteur: Esther Theyskens (VSAdvocaten)

Het nieuwe Strafwetboek dat op 22 februari 2024 werd aangenomen door de Kamer bevat een aantal relevante wijzigingen voor ondernemingen en hun leidinggevenden en bestuurders. In deze bijdrage vindt u een omschrijving van de verhoogde risico’s, 5 tips om deze te beheersen en een samenvatting van andere interessante vernieuwingen.

Verhoogde financiële risico’s

Het nieuwe Strafwetboek verleent de rechter de mogelijkheid om bemiddelde ondernemingen en personen financieel veel zwaarder te treffen. De gloednieuwe “geldstraf”, die bovenop de reeds bestaande geldboete en verbeurdverklaringen kan worden opgelegd, houdt namelijk in dat een som van maximum driemaal de winst die de betrokkene haalde of hoopte te halen uit het misdrijf, moet worden betaald. De rechter houdt daarbij rekening met de middelen van de betrokkene. Hoe groter de financiële draagkracht, hoe hoger de potentiële bijkomende boete dus.

Daarnaast komen bestuurders en leidinggevenden gemakkelijker in het vizier van de strafrechter voor misdrijven gepleegd door anderen binnen de onderneming. Er wordt nu namelijk uitdrukkelijk bepaald dat ook de onthouding of het nalaten om te handelen, bv. in het kader van een bestuursmandaat of leidinggevende functie, een deelnemingsdaad aan een misdrijf kan uitmaken. Bestuurders of leidinggevenden die bepaalde signalen van strafbaar gedrag (bv. toxisch leiderschap) hebben opgevangen maar bewust niet zijn opgetreden om dit te verhinderen of te stoppen, kunnen dus vervolgd worden als deelnemers aan dat misdrijf.

5 tips

De strafrechtelijke risico’s verhogen met andere woorden aanzienlijk voor ondernemingen en hun leidinggevenden en bestuurders onder het nieuwe Strafwetboek. Met de volgende 5 tips kan u deze risico’s beheersen:

  • Gebruik uw invloed en controlemacht als bestuurder of leidinggevende actief en zorg steeds voor een schriftelijk spoorvan de vragen die u stelt over, of het protest dat u uit tegen een bepaalde gang van zaken binnen de onderneming.
  • Doe beroep op de delegatie van bevoegdheden. Dit houdt in dat transparant en schriftelijk wordt bepaald wie verantwoordelijk is voor de uitoefening van een bepaalde taak van toezicht of leiding. Gebeurt de delegatie correct en aan een voldoende bekwaam en gekwalificeerd persoon, dan kunnen de (andere) bestuurders strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor misdrijven gepleegd in het kader van de gedelegeerde taak vermijden.
  • Sluit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af. Hoewel een dergelijke verzekering de eventuele geldboetes waartoe een bestuurder strafrechtelijk zou worden veroordeeld niet dekt, dekt ze wel de kosten van de strafrechtelijke verdediging.
  • Besteed als onderneming de nodige aandacht aan een behoorlijke interne organisatie, effectieve compliance en zelfcontrole. Dit kan door bepaalde relatief eenvoudige aanpassingen in de structuur of het beleid van de onderneming door te voeren, toezichtsmechanismen te creëren of desgevallend de activiteiten te reorganiseren.
  • Gebruik de komende periode van twee jaar voordat het nieuwe Strafwetboek in werking treedt om uzelf en uw onderneming maximaal in te dekken tegen een eventuele strafrechtelijke veroordeling. Ons kantoor kan u daar uiteraard in bijstaan.
Alternatieve straffen voor ondernemingen

Het nieuwe Strafwetboek breidt het gamma aan straffen die kunnen worden opgelegd aan ondernemingen voor relatief lichte misdrijven tevens uit. Vandaag kan een onderneming namelijk “slechts” gestraft worden met een geldboete, een bijzondere verbeurdverklaring, een verbod om een activiteit te verrichten, de sluiting van een inrichting, de bekendmaking van de beslissing en/of (in beperkte gevallen) de ontbinding van de rechtspersoon. Het nieuwe Strafwetboek voegt daaraan volgende straffen toe (naast de bovenvermelde nieuwe geldstraf):

  • De dienstverleningsstraf, waarbij de onderneming wordt verplicht om bepaalde diensten te verrichten ten voordele van de gemeenschap voor een budget van ten hoogste 360.000 euro. Een werkstraf voor ondernemingen dus. Volgens de wetgever zou dit een manier kunnen zijn voor een veroordeelde onderneming om haar “imago te herstellen”. Net zoals bij de werkstraf kan deze straf echter maar worden opgelegd indien de onderneming daarmee instemt.
  • De probatiestraf, die inhoudt dat de onderneming tijdens een periode van ten hoogste twee jaar bepaalde algemene en bijzondere voorwaarden moet naleven. Ook deze straf kan maar worden opgelegd na het akkoord van de betrokken onderneming.
  • De veroordeling bij schuldigverklaring, waarbij er wel een principiële veroordeling wordt uitgesproken maar geen straf wordt opgelegd. Dit is mogelijk wanneer de feiten van geringe ernst zijn of als er te veel tijd verstreken is sinds de feiten. Vandaag is de eenvoudige schuldigverklaring enkel mogelijk in dit laatste geval.
  • De geldboete blijft uiteraard een belangrijke plaats innemen in de straftoemeting aan rechtspersonen, en kan onder het nieuwe Strafwetboek worden opgelegd zowel als hoofdstraf als als bijkomende straf. Concreet betekent dit dat een onderneming veroordeeld kan worden tot twee geldboeten, één als hoofdstraf en één als bijkomende straf, of tot een geldboete en een geldstraf die hierboven werd besproken.
Nieuw beroeps-/bestuursverbod?
  • Voor bestuurders en leidinggevenden is, naast de nieuwe geldstraf en de uitdrukkelijke opname van de deelneming door onthouding die hierboven besproken werden, de invoering van het beroepsverbod als algemene bijkomende straf relevant.
  • Vandaag is het bestuurs- en beroepsverbod voorzien in het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 voorbehouden aan personen veroordeeld voor bepaalde vormen van witteboordencriminaliteit en faillissementsmisdrijven en kan het tot maximaal 10 jaar bedragen. Onder het nieuwe Strafwetboek kan aan elke veroordeelde die ernstig misbruik heeft gemaakt van zijn beroep een beroepsverbod worden opgelegd, dat evenwel beperkt is tot 5 jaar. De strafuitvoeringsrechtbank kan bovendien de duur van het opgelegd beroepsverbod verminderen, het opschorten of beëindigen.
  • Hoewel het de bedoeling van de wetgever is om alle andere bijzondere beroepsverboden op te heffen, is het nog niet duidelijk of dit ook effectief zal gebeuren.

Het nieuwe Strafwetboek bevat dus heel wat vernieuwingen. De praktijk zal uitwijzen of de ambitie om te komen tot een accuraat, eenvoudig en coherent Strafwetboek waargemaakt wordt. De mogelijke cumulatie van diverse geldboeten, geldstraffen en verschillende verbeurdverklaringen voor ondernemingen oogt in ieder geval eerder bijzonder streng dan straightforward.

Bron: VSAdvocaten

» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen