Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies
Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Corporate Governance
voor familiebedrijven
Mr. Sofie Lerut (advocaat)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas
(DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Het mandaat als schild, de taakverdeling als valstrik: twee lessen over strafrechtelijke bestuurders-aansprakelijkheid (VS Advocaten)
Auteur: VS Advocaten
Strafrechtelijke bestuurdersaansprakelijkheid lijkt voor veel bestuurders een ver-van-mijn-bed-show. Een recent vonnis van de Gentse correctionele rechtbank in een spraakmakende financiële strafzaak toont aan dat de realiteit anders is. VS Advocaten stond één van de beklaagden bij, die bestuurder was van een vennootschap die deel uitmaakte van een grotere groep. Hij werd vrijgesproken van alle financiële tenlasteleggingen en liep slechts een beperkte veroordeling op voor een inbreuk door de vennootschap op de bijzondere wetgeving. Vanuit die verdediging kunnen twee concrete lessen worden getrokken over strafrechtelijke bestuurdersaansprakelijkheid: waar ligt de grens, en wanneer moet een bestuurder op zijn hoede zijn?
Het basisprincipe van de strafrechtelijke bestuurdersaansprakelijkheid, en van het Belgische strafrecht in het algemeen, is dat een veroordeling gebaseerd moet zijn op de schuld van de betrokkene. Een bestuurder kan dus niet worden veroordeeld louter omdat hij of zij dat mandaat had op het moment dat er strafbare feiten werden gepleegd binnen de onderneming, maar wel omdat er hem of haar een bepaalde tekortkoming in de uitoefening ervan kan worden verweten.
Deze verwijtbare tekortkoming wordt door de rechtspraak ruim ingevuld. Zo kan een onachtzaamheidsmisdrijf, waarbij een onvoorzichtigheid volstaat om iemand aansprakelijk te stellen voor de inbreuk, worden toegerekend aan een bestuurder die zijn of haar beslissings- en controlebevoegdheid onvoldoende heeft uitgeoefend. Dit is doorgaans het geval bij bv. sociale of milieurechtelijke inbreuken. Opzettelijk gepleegde misdrijven kunnen aan de bestuurder worden verweten wanneer die niet is tussengekomen om het misdrijf te verhinderen, terwijl hij of zij wist of moest weten dat die onthouding het plegen van een bepaald misdrijf zou vergemakkelijken. De bestuurder die bewust de andere kant opkijkt terwijl er signalen zijn dat er iets niet pluis is in de onderneming, kan dus als strafbare deelnemer aan dat misdrijf worden veroordeeld.
Belang van de correcte afbakening van het bestuursmandaat
De groep in kwestie bestond uit een moedervennootschap en twee dochtervennootschappen. De beklaagde die door VS Advocaten werd bijgestaan, was ten tijde van de beweerde feiten bestuurder van een dochtervennootschap, maar had geen enkel mandaat binnen de moeder- of zustervennootschap. Evenmin was hij aandeelhouder van een groepsvennootschap.
De rechtbank oordeelde dat bepaalde, door het openbaar ministerie geviseerde beslissingen genomen binnen de vennootschap die hij mee bestuurde volkomen rechtmatig waren. Bovendien bleek uit geen enkel element dat hij kennis had, laat staan betrokken was bij de besluitvorming binnen de moedervennootschap. Die kennis en betrokkenheid konden namelijk noch worden afgeleid uit zijn formeel mandaat, dat uitsluitend tot de dochtervennootschap was beperkt, noch uit omstandigheden waaruit bleek dat hij zich feitelijk had ingelaten met enige beslissing binnen de moedervennootschap. Hij werd dan ook vrijgesproken van de beweerde feiten van misbruik van vennootschapsgoederen en misbruik van vertrouwen.
Deze vrijspraak onderlijnt het belang van de nauwkeurige afbakening van het bestuursmandaat binnen een groepsstructuur: een bestuurder doet er goed aan zich strikt te beperken tot de vennootschap waarin hij of zij een formeel mandaat houdt, en binnen die vennootschap de controle- en inspectiebevoegdheden volledig uit te oefenen. Anderzijds bevestigt deze uitspraak dat wie géén formeel mandaat heeft in een andere groepsvennootschap, zich best op geen enkele manier inlaat met beslissingen van die vennootschap. Zoniet riskeert men als feitelijk bestuurder dan wel als strafbare deelnemer aansprakelijk te worden gesteld voor feiten gepleegd binnen die vennootschap, en dat zonder de informatie en bescherming die een formeel mandaat biedt.
Een interne taakverdeling vrijwaart een bestuurder niet van aansprakelijkheid
Zoals vaak het geval is binnen bestuursorganen, had het directiecomité van de betrokken vennootschap een onderlinge taakverdeling afgesproken, waarbij elke bestuurder de leiding had van en toezicht uitoefende op specifieke, aan hem toegewezen domeinen. De bestuurders mengden zich in principe niet in de taken die aan hun collega’s waren toegewezen, maar vertrouwden erop dat zij elk hun controlebevoegdheden afdoende uitoefenden om misdrijven in de bedrijfsvoering te voorkomen.
Deze uitdrukkelijke taakverdeling volstond volgens de rechtbank echter niet om te ontkomen aan de strafrechtelijke bestuurdersaansprakelijkheid voor een inbreuk begaan in een domein dat was toegewezen aan een andere bestuurder. De rechtbank oordeelde namelijk dat ook wie formeel niet verantwoordelijk is voor een bepaald beleidsdomein, een eigen controle- en waakzaamheidsplicht behoudt ten aanzien van de werking van de onderneming als geheel. Signalen dat regels niet worden nageleefd in een ander domein verplichten een bestuurder dus om vragen te stellen, bezwaren te uiten en zo nodig in te grijpen, ongeacht de interne taakverdeling.
De enige manier om als bestuurder bescherming te genieten tegen aansprakelijkheid voor wat zich buiten het eigen beleidsdomein afspeelt, is een formele delegatie van bevoegdheden. Die is evenwel slechts geldig wanneer aan strikte voorwaarden is voldaan (met name voldoende bevoegdheid en middelen voor de gedelegeerde, een duidelijke aflijning van de deelactiviteit waarop de delegatie betrekking heeft en geen fout of bedrog bij de delegatie zelf) en kan enkel soelaas bieden in geval van onachtzaamheidsmisdrijven. Dat is een ongemakkelijke les, zeker in het licht van de steeds complexer wordende regulering van de bedrijfsvoering. Voor opzettelijk gepleegde misdrijven, waarbij de rechtbank vaststelt dat de bestuurder bepaalde kennis had of bewust de andere kant opkeek en niet ingreep, kan men zich nooit exonereren.
Het besproken vonnis is meer dan een eindpunt in een lang en complex strafproces. Voor bestuurders bevat het een heldere boodschap: strafrechtelijke aansprakelijkheid is geen abstracte dreiging, maar een reëel risico voor elke bestuurder die zijn of haar rol niet met de nodige zorgvuldigheid invult. De grenzen van die aansprakelijkheid worden niet getrokken door de organigrammen of de taakverdeling op papier, maar door wat een bestuurder feitelijk wist, deed en naliet. Wie zijn mandaat scherp afbakent, zijn controlebevoegdheden actief uitoefent en daarvan schriftelijke sporen nalaat, bouwt de sterkste verdediging op.
Bron: VS Advocaten
» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen, Verzekeringen & Aansprakelijkheid














